Liefde tot de naatste (1)
1985-08-23
We zijn door God als mensen op deze aarde gezet en Hij wil dat we als mensen met Hem en onze medemensen omgaan. Echt mens-zijn betekent dat we in Gods verbond onze lichamen, heel ons zijn, stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer (Romeinen 12). Gods liefde 'voor de mens betekent voor Hem een offer, menselijke liefde voor God is eveneens een offer. In dat offer openbaart zich de navolging van God. Wat betekent dat nu? Ik ben wel eens bang, dat kerkmensen, als reactie op allerlei humanistisch gepraat, de echte medemenselijkheid vaak uit het oog verliezen.- Jaargang 29
- nummer 32
We zingen in Psalm 133 wel, dat waar liefde woont de Heer Zijn zegen geeft, maar inde praktijk stellen we Gods recht tegenover Zijn liefde en het gevolg is dan dikwijls dat de levende liefde van God - en daarmee ook onze liefde - uit het gezichtsveld verdwijnt. We doen dan alsof Gods liefde en Gods recht tegenstrijdige zaken zijn en we menen, dat in de kerk natuurlijk de liefde zijn plaats moet hebben, maar dat toch vooral ook het recht zijn loop moet hebben. Wat de gevolgen van dit denken en het daaruit voortvloeiende handelen zijn, is wel duidelijk! In Romeinen 3 : 21 heeft Paulus het over Gods gerechtigheid en hij zegt dan: 'thans is buiten de wet om de rechtvaardigheid van God openbaar geworden.' God maakt die rechtvaardigheid openbaar buiten de wet, buiten onze gehoorzaamheid aan die wet, om. En hoe doet God dat? Door het geloof in Jezus Christus!
Gods gerechtigheid wordt openbaar in Zijn Zoon. Gods gerechtigheid moeten 'we altijd zien tegen de achtergrond van Zijn verbond en dat verbond is een verbond van genade. Daarom kan in Jesaja 51 worden gezegd, dat Gods gerechtigheid Zijn heil is. Als we voor deze bijbelse boodschap oog hebben, wordt ons meteen ook duidelijk dat de hele wet in één woord is samen te vatten: 'Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf' (Galaten 5: 14).
We moeten Gods deugden niet tegen elkaar uit spelen, alsof ze los van elkaar moeten worden gezien. Gods recht is een aspect van het heil, dat Hij in liefde voor mensen wil bewerken. In de omgang met anderen moeten we daarvan iets laten zien. Zijn barmhartigheid voor armen en verdrukten moet duidelijk worden in onze medemenselijkheid.
De opstellers van Zondag 40 van de Heidelbergse Catechismus merken terecht op, dat God ons in het zesde gebod heel wat meer voorhoudt dan dat we niet mogen doden. Op één lijn met doodslag staan nijd, haat, toorn... En de apostel Johannes zegt het in zijn eerste brief wel heel duidelijk, dat iemand, die de ander niet liefheeft, een mensenmoorder is (1 Johannes 3 : 15).
Wie een ander liefheeft laat iets zien van Gods gerechtigheid. In die ander komen we Jezus Zelf tegen. Wie iets doet voor een ander, doet iets voor Jezus.Wie nalatig is ten opzichte van een ander, is nalatig ten opzichte van de Heiland.