Mensen tot Jezus brengen
1985-09-06
"En zie, daar kwamen (enige) mannen met een' verlamde op een bed, en zij trachtten hem binnen te dragen en hem voor Jezus te leggen." (Lukas 5: 18) - Jaargang 29
- nummer 34
De geschiedenis van Lukas 5 : 17-28 is heel bekend, en, omdat hij ook door Mattheüs en Markus verteld wordt, ook belangrijk. Belangrijk genoeg om ons op weg te helpen bij de bezinning op de vraag, hoe wij in ons kerkenwerk mensen tot Jezus kunnen brengen, zowel in onze binnenkerkelijke activiteiten, zoals prediking, catechese, bijbelkringen en (jeugdverenigingen, als in onze activiteit als kerk naar buiten toe, ons evangelisatiewerk.
Brengen tot Jezus
Een mens komt altijd via anderen tot God. Mensen worden door God ingeschakeld om anderen Zijn Naam te openbaren. De vrienden van de verlamde man uit Lukas 5 zullen allereerst hun zieke vriend over Jezus verteld hebben. In een goed contact, zoals we dat tussen vrienden mogen veronderstellen, konden zij hun verhaal over Jezus kwijt.
Een goed contact is een eerste vereiste voor de overdracht van het Evangelie. Natuurlijk is daarbij een innige relatie van de "overdrager"- met God voorondersteld.
Vanuit die relatie is goed contact met de medemensen mogelijk en is er ook oog voor de noden van die medemensen. Die nood bij Jezus brengen behoort ook bij de verantwoordelijkheid van de christelijke gemeente. Voor het brengen van mensen èn hun nood tot Jezus is het ook nodig, zo laat deze geschiedenis zien, dat mensen samenwerken.
Het is vrijwel nooit zo, dat één mens een ander tot Jezus brengt. Meestal is die ene mens een schakel in het geheel, dat door de Heilige Geest in beweging is gebracht en wordt gehouden: de gemeente. We zien in Lukas 5 : 17-28 ook de mensengetekend, die rondom Jezus staan en tot onze beschaming zien we, dat die mensen als een muur fungeren, die het dat groepje mensen met hun hulpbehoevende vriend onmogelijk maakt om bij Jezus te komen.
Ja, de mensen kunnen een verhindering zijn om bij Jezus terecht te komen. Maar door die belemmering lieten 'de mannen, die hun verlamde vriend tot Jezus wilden brengen, zich niet tegenhouden. In geloof en volharding wisten ze de zieke over mensen en muren heen bij Jezus te brengen. Ja, het is mooi om te belhoren bij de schare rondom Jezus, maar omzien naar de ander die we niet in de weg moeten staan, geeft grote zegen.
Zijn bij Jezus
Toen de verlamde man eenmaal bij Jezus was, hield de menselijke activiteit op en begon Jezus Zijn werk en daarbij hield Hij niet slechts de buitenkant, maar heel de mens werd in Zijn werk betrokken, Hij bestrijkt nl. ook dat deel van ons leven dat zich afspeelt aan de binnenkant, ons innerlijk. Voor Hem blijft niets verborgen, Hij weet ook van de samenhang tussen ziekte en zonde.
In de visie op die samenhang brengt Jezus in Lukas 5 een grondige verandering aan: Volgens de officiële joodse leer werd iemand ziek tengevolge van zijn persoonlijke zonde. Maar Jezus laat zien dat het anders ligt door de man de zekerheid van de vergeving te geven, terwijl hij nog verlamd teneer ligt.
Zo baant de vergeving van Christus voor een mens de weg naar het Koninkrijk Gods, naar het Rijk zonder tramin en dood, zonder geklaag en rouw. Zonder de basis van vergeving en verzoening zou die weg onoverkomelijk gebarricadeerd zijn. Mensen, die die vergeving en verzoening niet willen aanvaarden, zullen die weg naar Gods Rijk niet begaan.
Zulke mensen waren er in het huis, waar dit gebeuren plaats vond, ook aanwezig, mensen, die protesteerden, maar tegenover wie Christus toch de aan de man in nood toegezegde vergeving handhaafde, ook al leidde dit tot vijandschap van de kant van de Farizeeën en Schriftgeleerden: Jezus ging door met Zijn werk, ook al zou het later tot Zijn kruisdood leiden en Hij volbracht ook in dit geval geen half werk. Na de vergeving volgde ook de genezing. In die genezing gaf Hij een bevestiging van Zijn volmacht om zonden te vergeven. De waarheid en de kracht van Zijn woorden werden openbaar in de genezing. Daarmee gaf Jezus zekerheid van vergeving der zonden op aarde; niet pas in de hemel, waar God het volgens de Joden alleen zou kunnen doen, maar op de aarde daar, waar wij mensen nu zijn, ongeacht onze situatie. Maar het bleef niet bij vergeven alleen: ook genezen. Van het zeker komende Koninkrijk van God in Christus is de wat onzeker (?) op zijn benen staande genezen verlamde man mede een voorbode.
God verheerlijken
In gelovige gehoorzaamheid stond de man op. Nu is voor iemand, die gehoorzaamt, degene, die de opdracht geeft, belangrijker dan hijzelf. In gehoorzaamheid ligt iets van zelfverloochening. Naam en adres van de zieke worden in deze geschiedenis dan ook niet genoemd, evenmin als de namen van de "dragers". God wordt verheerlijkt: Hij staat in het middelpunt. Een zieke heeft nogal eens de neiging zelf het middelpunt der belangstelling te willen zijn. Hier' is dat anders: De genezen verlamde man ging heen, God verheerlijkende, in geloof en gehoorzaamheid, aldus een getuigenis gevende. De verheerlijking van God zal het centrum. van al ons werken in het Koninkrijk Gods moeten zijn: Niet wijzelf, die zoveel dingen zo goed kunnen, moeten centraal staan, maar God moet verheerlijkt worden, mede door onze woorden en daden. En dan zijn er ook voor de buitenstaanders ongelooflijke dingen te zien, zodat ook zij God gaan verheerlijken.
Menselijke activiteit wordt door God gewild en gebruikt om andere mensen tot Jezus te brengen 'en leidt onder Zijn bestuur tot "ongelooflijke dingen". Zó en dáár en dàn werkt God in Christus aan Zijn Koninkrijk. Hij voltooit het werk van Zijn liefde. Hij laat dat werk van Zijn hand niet varen.