Niemand zonder werk

1986-05-30
  • Jaargang 30
  • nummer 22
De Raad van Kerken doet in haar brochure 'niemand zonder werk' een aantal goedbedoelde, maar niet te realiseren aanbevelingen inzake het werkloosheidsprobleem. In plaats van in te zien dat de samenleving niet maakbaar is door de overheid, en van daaruit aan de markt meer mogelijkheden te bieden, blijft men stellen dat de overheid allerlei arbeidherverdelende maatregelen zou moeten nemen. De publicatie ademt meer 'n socialistische dan 'n christelijke geest.

1. De brochure

In april 1985 verscheen brochure (24 blz.) no. 2 van de Oecumene-Reeks van de Raad van Kerken. De brochure draagt als titel "Niemand zonder werk".
Genoemde Raad wil er een bijdrage mee leveren in de gedachtenbepaling over (her)waardering en (her)verdeling van arbeid.
De brochure is verkrijgbaar bij uitg. De Horstink in Amersfoort en kost f 5,15.
De kern van de aanbeveling (de aanbevelingen zijn vervat in 10 stellingen), die de Raad van Kerken (beter: de sektie voor sociale vragen van de Raad) ons doet is herverdeling van de betaalde en onbetaalde arbeid door middel van een arbeidstijdverkorting van 20% om het werkloosheidsprobleem in ons land op te lossen. Mensen mogen volgens de brochure gemiddeld niet langer dan vier dagen in de week werken. Een algehele arbeidstijdverkorting dus van 20% en ook 'n algehele inkomensdaling van 20%. Men wil zonodig met behulp van wettelijke maatregelen de arbeidstijdverkorting afdwingen.
Ook wil genoemde sektie de algehele arbeidstijdverkortng bereiken (eveneens zonodig met behulp van wettelijke maatregelen) door zoveel mogelijk volledige banen om te zetten in deeltijdbanen. Ieder, die op dit moment een betaalde baan heeft van meer dan vier dagen per week gemiddeld, werkt over, aldus lezen we in stelling 3.
Stelling 5 luidt: Herverdelen van zowel betaalde beroepsarbeid als andere vormen van arbeid (huishoudelijk werk, vrijwilligerswerk) is, de enig juiste oplossing om verloedering van het arbeidsbestel te voorkomen. Toch zal - wanneer er ondanks goede voornemens onvoldoende terecht komt van herverdeling van betaalde beroepsarbeid - aan werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten moeten worden toegestaan met behoud van uitkering erbij te werken ook als het daarbij gaat om werk, dat hoort tot de betaalde beroepsarbeid. Want niemand, ook niet de Overheid, mag mensen ervan weerhouden te participeren in beroepsarbeid.
De opdracht tot en het recht op participatie weegt zwaarder dan het kwaad van concurrentievervalsing op de arbeidsmarkt en van zwart of grijs werken. Dit kwaad weegt niet op tegen het nog grotere kwaad, nl. dat zoveel mensen zo lange tijd worden afgehouden van een volwaardige participatie, Zo lang de herverdeling van betaalde beroepsarbeid niet voldoende tot stand komt, dient het werken met een uitkering uit de sfeer van fraude gehaald te worden. Er ontstaat dan op den duur wel een gedeeltelijk basisinkomen voor alle volwassenen. Daaraan zijn nadelen verbonden. Deze nadelen kunnen echter slechts verantwoord worden ontweken door herverdeling van betaalde beroepsarbeid. Want zoals gezegd is dat de enig juiste oplossing.
Stelling 8: Participeren is naar bijbelse maatstaven niet alleen een recht, het is ook opdracht.
Niet alleen de betaalde beroepsarbeid maar ook andere vormen van arbeid (huishoudelijk werk, vrijwilligerswerk) kunnen over meer mensen worden gespreid. Een sociale dienstplicht voor noodzakelijke werkzaamheden, die anders niet gedaan worden, is in beginsel te verdedigen.
Stelling 10 tenslotte: Het is gewenst, dat de 'economische' structuur beter wordt afgestemd op bepaalde fundamentele schaarsten. Arbeid is thans in het algemeen niet fundamenteel schaars, bepaalde grondstoffen en materialen zijn dat wel.
Arbeid, in allerlei vorm, dus niet alleen de betaalde beroepsarbeid, zou goedkoper kunnen worden en het gebruik van materialen en grondstoffen duurder. Een middel daartoe is verhoging van de BTW op goederen en verlaging van de BTW op diensten. Reparatie wordt zo goedkoper dan nu, want arbeid wordt goedkoper. Maar materialen, zoals nieuwe onderdelen, 'worden duurder. Eenzelfde effect kan bereikt worden door de sociale zekerheid te financieren uit een opslag op de BTW in plaats van sociale premies ("Sociale BTW"). De last van de sociale zekerheid drukt, dan niet op de lonen waardoor arbeid duur wordt maar op het verbruik. Als de' "sociale BTW", net als nu de sociale premies wordt doorgesluisd naar de sociale fondsen, hoeft er geen verandering te komen in de, rol van werkgevers en vakbeweging bij de uitvoering van de sociale zekerheid.

2. Kritiek op de brochure

De kern van mijn bezwaar tegen de inhoud van de brochure is, dat ten ene male voorbijgegaan wordt aan de (her)verdelende en regulerende werking van de markt en dat men (weer) alles verwacht van (overheids)ingrijpen, die krachtens hun aard collectief zijn en die de samenleving van bovenaf worden opgelegd. Ondanks alle schone verhalen over participatie en medezeggenschap.
Aan de werking van de economie van de markt besteed de brochure geen enkele aandacht, Deze gaat daar gewoon, aan voorbij, De opstellers komen met een tiental aanbevelingen, die (hoe kan het ook anders) economisch slecht zijn onderbouwd.
De opstellers van de brochure hebben kennelijk nog nimmer gehoord of gelezen, dat in het algemeen de markt op de lange duur beter en verder ziet dan de Overheid, of andere bestuurders van de economie van bovenaf, die meestal ook nog onder druk staan van' pressiegroepen, die veel willen hebben, maar 'daarvoor weinig willen betalen. Economie ontaardt dan in politiek.
Ik word zo langzamerhand boos op mensen, die op economisch gebied altijd maar weer met schone idealen aan komen zetten, zonder goed na te gaan of de idealen wel, bereikbaar zijn dan wel tegen welke (grote) kosten men de idealen wil bereiken.
Ik beweer niet, dat de economie of de markt altijd het laatste woord moet hebben in zaken van arbeid, inkomen en samenleving, maar wel, dat uitspraken over genoemd onderwerp meestal verzanden in een aantal romantische aanbevelingen, wanneer de economie of de 'markt er stelselmatig wordt buitengehouden. De uitspraken zijn dan vrijwel altijd in hoge mate ongenuanceerd; ze helpen ook niemand werkelijk. verder.
Ik vind het een kwalijke zaak, dat de brochure in het geheel niet ingaat op de kwalijke kanten, die verbonden zijn aan (veel) overheidsingrijpen in de economie, in het ruilverkeer, en aan de bureaucratie en de dwang, die met algehele arbeidstijdverkorting gepaard gaan en die het goed funktioneren van het ruilverkeer, de markt in hoge mate in de weg staan. We hebben daaraan zo langzamerhand in ons land al heel wat tol betaald, zoals iedereen thans kan weten.
Ook de verzorgingsstaat is met schone idealen opgezet, zonder dat de kosten ervan vooraf goed zijn bekeken. Het grote probleem m.b.t. de arbeid is volgens de brochure momenteel dus de omvang van de werkloosheid. Iedereen moet werk hebben (en wie onderschrijft dit niet?) en dat is volgens de brochure mogelijk.
Ook de lonen, de inkomens moeten 20% naar beneden. Nu is al sinds jaar en dag betoogd, dat de lonen, de inkomens, te hoog zijn in ons land. Verlaging daarvan is eenvoudig te bereiken dooreen vrijere) inkomens (loon)vorming. Van economische zijde is ook dat al sinds jaar en dag naar voren gebracht. Arbeidstijdverkorting is dus helemaal niet nodig, althans niet wanneer het door de Overheid aan een ieder wordt opgelegd en het is vervolgens ook niet gewenst. Afgezien van het enorme controle-apparaat, dat bij toepassing daarvan nodig is, het is een veel te globale, veel te algemene benadering van de arbeid van de mensen.
Voor sommige beroepen kan arbeidstijdverkorting gemakkelijk ingevoerd worden; voor andere daarentegen erg moeilijk, omdat hun werkzaamheden moeilijk over meerdere mensen te verdelen zijn. Het is de vraag (waarop van economische zijde inmiddels een antwoord gegeven is) of de werkloosheid door arbeidstijdverkorting afneemt.
In heel wat bedrijven zal het zelfde werk bij toepassing van 20 %arbeidstijdverkorting in 80 % van de huidige tijd verricht worden. Er worden geen nieuwe banen gecreëerd.
Ik zie niet zo gemakkelijk bereikt, dat de mensen 20 % in inkomen achteruit gaan. Ze zullen zich daartegen op alle mogelijke manieren verzetten en/of gaan bijsnabbelen tegen de wettelijke bepalingen in.
Bovendien, in studies van economische zijde is gesteld, dat een algehele arbeidstijdverkorting van 20% om bovengenoemde redenen de werkloosheid met slechts 3010zal doen afnemen. Wil een algehele arbeidstijdverkorting zoden aan de dijk zetten, dan zal deze wel 40 % moeten bedragen; een percentage, dat volstrekt onhaalbaar wordt geacht. Het is mij een raadsel hoe de brochure aan genoemde 20% komt. Men weet dat kennelijk gewoon.
Maar op grond waarvan dan wel? Heeft men daar grondig onderzoek naar ingesteld? Uit niets in de brochure blijkt dat.
De brochure heeft heel gewoon natte-vinger-werk verricht, tot deze conclusie moeten we eenvoudigweg komen. De brochure is op dit ogenblik, binnen een half jaar na verschijning, al verouderd wat de stellingname betreft…
Nu is het in een markteconomie ook niet zeker, dat als gevolg van een algehele inkomens-(loon)daling niemand zonder werk komt te zitten, maar in een dergelijke economie komt, wel vast te staan voor wie in ons land werk is en voor wie niet. Is het zeker, dat er in ons land werk is voor alle inwoners?
Dat veronderstelt de brochure maar en daarom wil deze full employement desnoods met geweld (met wettelijke maatregelen) dit zien te bereiken. Het loopt natuurlijk allemaal weer uit op regulering en op verstarring van de economie met alle kwalijke gevolgen van dien.
De brochure wil uitgaan van een christelijke visie op arbeid.
Voor een goed deel gaat deze daar ook wel vanuit. Arbeid moet meer zijn dan alleen maar inkomen verwerven, zegt de brochure terecht. De brochure knoopt aan bij de cultuuropdracht van Genesis 2: 15 en betrekt deze vervolgens op het Koninkrijk van God. Dit betreft zowel betaalde als onbetaalde arbeid. Arbeid, is niet iets individueels, maar arbeid is per definitie iets gemeenschappelijks, verbonden met de weg van de mensheid naar het Rijk Gods. Werkenden dienen daarom volgens de brochure solidair te zijn met de nietwerkenden en een vorm van soIidariteit is korter werken, zo wordt gesteld. Herverdeling van arbeid kan ook een grotere ongelijkheid in de samenleving voorkomen, aldus de brochure.
Ik betwijfel of men van collectieve solidariteit kan spreken (en dat wordt in de brochure bedoeld) en of zulk spreken wel christelijk, bijbels is. Collectieve solidariteit betekent naar de ervaring leert zo goed als altijd dwang van de zijde van de gemeenschap, de Overheid tegenover de individuele onderdanen.
De grote lijn van de brochure heb ik weergegeven en besproken.
Over details zou ook het nodige te zeggen zijn, maar ik acht dat niet nodig. Ik heb trachten weer te geven vanuit welke achtergrond de brochure is samengesteld en tot welke aanpak deze van het werkloosheidsvraagstuk komt. Ik beweer niet, dat in eerste instantie niet vanuit de Bijbel over arbeid wordt gesproken; dat doet de brochure zeker wel.
Maar de aanpak van het werkloosheidsprobleem past meer in het kader van socialistisch denken.
In dat denken verwacht men alles van regelen, van ingrijpen van bovenaf in de economie, in de samenleving.
Over stelling io zou misschien të discussiëren zijn. Ik vrees echter, dat sommige BTW-tarieven zo hoog worden, dat bepaalde materialen en grondstoffen in de bedrijven uitgestoten zullen worden en dus ook niet meer fundamenteel schaars zullen zijn, zoals de brochure dit uitdrukt wanneer deze het over arbeid heeft. Het is voorts een ingrijpen in produktieprocessen, waarvan de consequenties thans niet te overzien zijn.
Arbeid en kapitaal (of materialen en grondstoffen) zijn in de bedrijven meestal complementair en niet volledig substitueerbaar, d.w.z. kapitaal kan meestal niet zo maar voor arbeid vervangen worden. Veelal bestaan hier min of meer vaste verhoudingen, maar in welke mate hangt af van de alternatieve mogelijkheden, die in het produktieproces gebruikt kunnen worden. Het gevolg van wat de brochure in stelling, 10 vertelt zou best eens kunnen zijn, dat de werkloosheid weer groter wordt, omdat in bedrijfstakken, die betreffende materialen en grondstoffen maken, minder bedrijvigheid zal ontstaan, wanneer hun produkten duur(der) worden gemaakt door middel van de voorgestelde hoge BTW-tarieven. Ook stelling 10 vereist grondig onderzoek, maar van een dergelijk onderzoek merkt men (nogmaals) weinig in de brochure: De inhoud en de stellingen zijn merendeels visies, die niet de indruk wekken op onderzoek te berusten. De visie op de mens, die solidair zou zijn met de medemens (maar daartoe kennelijk wel met wettelijke maatregelen gedwongen moet worden) de visie op wat men van de mens kan verwachten, alsmede de maakbaarheid van de samenleving, lijken mij in de brochure bepaald aan de optimistische kant.
De brochure getuigt ook van weinig realiteitszin wanneer deze stelt, dat desnoods werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten toegestaan moet worden met behoud van uitkering erbij te werken ook al zou dat in het bedrijfsleven tot concurrentievervalsing leiden.
Realiseert men zich wel wat de consequenties daarvan voor het bedrijfsleven zijn? De brochure spreidt ook hier weinig inzicht ten toon over wat de gevolgen zijn van wat deze voorstelt. Om deze gevolgen schijnt men zich niet te bekommeren. Men bevordert de werkgelegenheid niet door voor het bedrijfsleven met allerlei ongunstige regelingen te komen. Ik dacht, dat zowat iedereen dat zo langzamerhand wel kan weten.
Het meest bevorderlijk voor het bedrijfsleven is een gezond bedrijfsleven. Ook daarvan hebben de opstellers kennelijk nog nooit gehoord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief