De eenheid van de Schrift

1986-05-30
  • Jaargang 30
  • nummer 22
In veel kerkdiensten komt slechts één Schriftlezing voor. Dit is een praktijk die al jarenlang gevolgd wordt, zo nu en dan onderbroken door twee of meer lezingen. Maar wil de Schrift in al zijn breedte en diepte, verscheidenheid en samenhang opengaan dan kan er niet volstaan worden met één lezing. Zowel het Oude als Nieuwe Testament is voluit Heilige Schrift en zal dan ook in samenhang met elkaar dienen te klinken.
Concretisering en uitwerking van de eenheid der Schriften wordt in dit artikel nagestreefd.

Het Oude Testament
De Thora (de eerste vijf bijbelboeken) is door de Synagoge altijd als de eigenlijke basis beschouwd.
We hebben hier inderdaad te doen met het hart van het Oude Testament. De Thora legt immers getuigenis af van de oorspronkelijke, grote daden Gods.

De Profeten (waaronder ook de boeken die wij als "historisch" aanduiden, zoals Samuël en Koningen) roepen het volk op om de Thora te volgen en zo de daden Gods te gedenken. Als een rand liggen de profetenboeken om de Thora heen.

De Geschriften (waaronder het Kroniekenboek, de Psalmen, Prediker en Daniël) geven de meer individuele reacties op de Thora weer.
De geschriften liggen als een tweede rand om de Thora heen.
In deze formatie van concentische velden blijft de eenheid van het Oude Testament bewaard.
De Synagoge had de Thora dusdanig verdeeld dat deze vijf boeken in één (of soms drie) jaar achter elkaar door gelezen werden.
Dit deel van de Schrift leent zich heel goed voor een geregelde doorlopende lezing, omdat het in wezen een verhaal is en minder geschikt om er telkens fragmenten uit te lezen.
In de geschriften komen we ook boeken in verhaal vorm tegen, denkt u b.v. aan Esther en Daniël.
Zulke bijbelboeken lezen we dan ook in z'n geheel door, evenals dit het geval is met sommige profetenboeken, zoals Jozua, Samuël en Koningen. De verteller geeft zijn profetische visie op de geschiedenissen die er in voor komen. Uit b.v. Jesaja, Jeremia en Zacharia kunnen heel goed fragmenten gekozen worden, vanwege hun meer profetische aard. hoewel de geschiedenissen toch nog steeds op de achtergrond meespelen.
Het Oude Testament geeft in al zijn verscheidenheid getuigenis van de God van Israël. En in Hem ligt de eenheid van dit Testament verankerd.

Het Nieuwe Testament
In de vier Evangeliën vinden we ook hier een hart, een Thora, gegeven.
We hebben te maken met een direkt verslag van de rondwandeling op aarde van onze Heer Jezus Christus, die in woord en daad een uiterst sprekende gestalte krijgt.
Om de Evangeliën heen liggen de Brieven, waarin de schrijvers in al hun verscheidenheid niet anders doen dim het gebeurde in de Evangeliën te gedenken.
Zij wekken de gemeente op vanuit de nieuwe Thora te leven. In hun stof zijn ze sterk beschouwend en kijken ze als het ware terug op de gebeurtenissen die in de Evangeliën beschreven staan. Zij verwerkten deze stof en gaven hun reakties op het hart van het Nieuwe Testament. In de ene Heer Jezus Christus ligt de eenheid van de Nieuwtestamentische Schrift.

Eenheid van Oude en Nieuwe Testament
Wij kunnen het gebeuren in het Oude Testament aldus samenvatten.
De mens is door eigen. schuld uit het paradijs verdreven en daarmee overgegeven aan de dood. Het volk Israël leeft in slavernij en ballingschap, maar wordt daaruit door God bevrijd.
Het volk trekt door het doodsgebied; de woestijn, naar het beloofde land met Jeruzalem als stad van de vrede.
Bezien we nu het leven van Jezus dat vanuit het Nieuwe Testament tot ons komt dan valt op dat in Jezus het gebeuren uit het Oude Testament opnieuw gevuld wordt. Ik wil u dit met voorbeelden duidelijk maken. Het Schriftwoord: "Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen", wordt in Jezus verwerkelijkt.
Het volk Israël werd immers ook daarvandaan gehaald.
De benaming "mijn zoon" wordt in het O.T. voor het volk gebruikt en in het N.T. ook voor Jezus.
Israël vertoefde 40 jaar in de woestijn. Jezus werd 40 dagen in de woestijn verzocht door de duivel. Zijn strijd richt zich ook na deze woestijn tijd tegen onreinheid, geschondenheid, ziekte en dood.
Zoals de Israëlieten naar het beloofde land trokken, zo is Jezus op weg naar Jeruzalem, het paradijs, waar geen plaats is voor ziekte, zonde en dood.
In de tocht door het doodsgebied dringen een aantal lichtstralen vanuit het beloofde land door. Temidden van de woestijnreis van Israël geeft God de Thora op de Sinaï. Jezus geeft aan de scharen op de berg zijn bergrede.
Evenals het manna in het O.T. als brood des levens dienst doet, zo geeft Jezus in de wonderbare spijziging het brood op overvloedige wijze.
De geschiedenis waar Mozes de koperen slang verhoogt, duidt op de verhoging van de Zoon, des mensen. Hij is de tweede Adam, want Jezus beleeft ook de verzoeking door de duivel.
Hij heeft te Jeruzalem het doodsgebied tot op het kruis betreden, maar heeft in deze stad ook de dood overwonnen, zodat hier het hart van de nieuwe wereld gaat kloppen.
Op het Pinksterfeest vierden de joden het feest van de wetgeving op de Sinaï. De Heilige Geest leert ons hoe wij moeten leven, Het element van vuur is in beide verhalen aanwezig. In vele talen werd gesproken op de Pinksterdag. Er is overeenkomst met het verhaal van de torenbouw van Babel inzake de spraakverwarring.
Het verhaal van de storm op zee heeft een reeks van Oudtestamentische verhalen als achtergrond. In het scheppingsverhaal duwt God het' water naar de achtergrond.
De onboetvaardige wereld wordt met de zondvloed gestraft, terwijl Noach en de zijnen worden behouden. Mozes' verblijf in de biezen-kist op het water redt hem. Farao verdronk met al zijn volk in de Schelfzee, terwijl het volk Israël er droogvoets doorgeleid werd.
Ten tijde van Jozua trok het volk Israël door de Jordaan, alvorens het voet aan wal kon zetten van het beloofde land.
Jona werd door de zeelui in zee geworpen en de Here beschikte een grote vis om Jona in te slokken. God redde hem uit de waterdiepte, nadat Jona gebeden had.

In Jesaja 53 is sprake van "de lijdende knecht". Hier wordt gedoeld op Israël of een profeet.
De Messias heeft deze pericoop op zichzelf toegepast en geeft aan de oude tekst nieuwe vulling.
In het lijdensverhaal wordt ons verder duidelijk gemaakt dat Jezus psalm 22 aan het kruis meenam en nieuw heeft uitgelegd.
De psalmen 113, 116 en 118 (de zgn. Hallelpsalmen) werden in Israël bij het Pesachfeest gezongen. In het verhaal van de opstanding worden deze psalmen tot een nieuwe werkelijkheid.
Er zijn mensen, die vinden dat het Oude Testament een verouderd boek is. Volgens hen is in een aantal teksten de voorspelling gedaan dat Jezus geboren zou worden, maar de Heiland is toch eigenlijk zijn eigen gang gegaan. Veel gedeelten in het Oude Testament zouden hun betekenis verloren hebben.
Ons is echter uit de vele genoemde voorbeelden duidelijk geworden, dat de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. Het zijn beide volkomen gelijkwaardige getuigenissen van de ene openbaring Gods. Om deze reden vormen de twee Testamenten een onverbrekelijke eenheid.

Uitwerking van de eenheidsgedachte
Vanuit de eerder in dit artikel geschetste eenheid en om het getuigenis van de Schrift in al zijn breedte en diepte te laten klinken zijn zeker drie Schriftlezingen op zijn plaats: een Oudtestamentische lezing ‘t liefst nog onderverdeeld in lezing uit de Thora en uit de profeten of geschriften), lezing uit de brieven en uit de Evangeliën.
In het gesproken woord is de Schrift ontstaan, Wij dienen er in onze eredienst voor te zorgen dat de Schrift duidelijk en goed gelezen wordt, Gemeenteleden die hier intens voor geoefend hebben kunnen de lezingen verzorgen. Zo honoreren wij het ambt aller gelovigen. De lezingen worden afgesloten met liederen, zodat de stem van de gemeente meer in onze diensten gehoord zal worden. Het gehoorde wordt samengevat, de gemeente geeft haar reaktie erop.
Het lied kan ook nog anders funktioneren, nl. als gezongen schriftlezing. Hiervoor kunnen we terecht bij de afdeling bijbelliederen in het Liedboek, maar soms ook bij de psalmen (zie ps. 105 en 106).
Zoals ik in mijn artikel "Jaarorde en gemeente" al schreef, zouden wij als gemeenten moeten komen tot het opstellen van een leesrooster, dat aansluit bij het kerkelijk jaar. In de keuze van bijbelgedeelten is en wordt uitgegaan van de eenheidsgedachte van de Schrift, breed uitgedrukt in drie- of viervoudige lezingen.

U zult kunnen tegenwerpen dat door de veelheid van schriftlezingen en liederen de preek in: het gedrang komt.
Maar de bediening van het Woord is al aan de gang in de Schriftlezingen, waar de hoofdstructuren aan bod komen. In de prediking gaat het om de uitleg van een bepaald aspect, waarbij de eenheid van de Schrift naar zijn Oud- en Nieuwtestamentische indeling een rol speelt. De bediening van het Woord komt in een dergelijke orde van dienst méér tot zijn recht dan in menig andere dienst waar de preek nog lang duurt. Bij een duidelijke opzet van de lezingen zal de prediking zich minder vastzetten op de enkele tekst, maar pogen om de verbindingen in het getuigenis aan te wijzen en dwarsdoorsneden te maken. De gemeente .wordt daardoor niet zozeer ingeleid in de enkele tekst, als wel in het geheel van de Schrift.
De behandeling van een tekst bergt het gevaar in zich dat deze wordt geïsoleerd van de context.
Men blijft vaak te lang staan bijeen onderdeeltje. De andere manier zoals in dit artikel beschreven, wil juist de gemeente binnenleiden in de wereld van de Bijbel. Dan wordt méér de eenheid van de Schrift gezien en het verband in Gods heilshandelen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief