Het Liedboek

1985-09-20
  • Jaargang 29
  • nummer 36
Lied 321
Aansluitend aan het voorgaande is dit Lied, bestemd voor de grote mensen of liever voor de gehele gemeente, gemaakt i.v.m. de eerste steenlegging van een kerkgebouw. Afgezien van een minder geslaagde uitdrukking als “Heilige Drievuldigheid" (strofe 4) leveren strofe 3 en 4 vanwege hun onverstaanbaarheid en niet gelukkige formulering nogal enkelen bezwaren op. De melodie is bekend als die van het "Onze Vader" (Lied 48).
Tekst 1; melodie: 3.

Lied 322
In dit Lied gaat het om de samenkomst van de N.T.-gemeente, zoals dat gesymboliseerd wordt door de O.T.-tempel. In zijn gebed bij de ingebruikneming van de door hem gebouwde tempel bleek Salomo er "zich tenvolle van bewust te zijn, dat zulk een werk van mensenhanden de Allerhoogste niet zou kunnen bevatten. Toch 'komt God tot ons, zoals Hij dat beloofd heeft en bouwt voor ons het huis der vergeving, waarin wij mogen wonen" (Cornp. p. 740). Voorts mogen we hierbij nog bedenken dat de N.T .-gemeente op meerdere p1aatsen als een tempel wordt aangeduid. (1 Cor. 3 : 16; Ef. 2 : 21). Carl Philipp Emanuël Bach, zoon van Joh. Seb. Bach schreef de goede melodie voor dit gerneentelied: koraalmatig en zangrijk.
Deze melodie is ook gebruikt voor Lied 335.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 323
De traditie van de middeleeuwse mystiek is in dit Lied duidelijk merkbaar. "Het is helemaal besloten binnen de enge cirkel van de ontmoeting van de enkele mens met God" (Comp, p. 744).
Een duidelijke illustratie hiervan vinden we b.v, in strofe 5: "Oeverloze diepte, wonderlijkste wonder, zee ik ga in U ten onder. Ik in U, laat mij nu vallen in den blinde; U slechts zien en vinden".
Het piëtistische karakter komt o.m. uit in strofe 4: "Koning in de hemel, kon ik U maar prijzen. Kon ik als een engel eeuwig opgetogen naar U zien met eigen ogen". Genoemde bezwaren doen ons dit Lied afwijzen.
De melodie is middelmatig van waarde.
Tekst: 1; melodie: 2.

Lied 324
Ondanks het feit dat' dit Lied hier en daar uitdrukking geeft aan goede gedachten kleven er toch wel bezwaren aan de tekst op diverse plaatsen. Zo is b,v. het verband moeilijk te. zien tussen de Ie regel van strofe 2: “Maar Jezus weende en bad, alleen" en wat er daarna volgt. Ook, strofe 3 roept vragen op met betrekking tot de onderlinge samenhang: "Wij gedenken U; laat ons dan nooit vergeten de mensheid zonder God, de mensheid zonder brood". Een mystieke trek vinden we in strofe 1: "Laat ons van Jezus zelf, Die op een berg klom, .leren alleen. te zijn met U". De uitstekende melodie is van de Franse componist Haein, die zich sterk interesseerde voor de reformatorische kerkzang en in zijn opmerkelijk proefschrift (1926) fel stelling nam tegen de opvatting dat de psalmmelodieën aan wereldlijke melodieën zijn ontleend. (Cornp. p. 747).
Tekst: 2; melodie 3.

Lied 325
Dit Lied draagt geheel het karakter van een vrij modern gedicht:
boordevol toespelingen en dichterlijke vrijheden. De gebruikte beeldspraak is nogal "springend"
van aard. Het verband is daardoor moeilijk te vatten en de verstaanbaarheid laat dan ook veel te wensen over, zodat de zin moeilijk grijpbaar is. Als zodanig achten we het lied dan ook niet geschikt voor de kerkzang. De melodie kan niet bijzonder geslaagd worden genoemd.
Tekst: 1; melodie: 2.

Lied 326
In tegenstelling met het voorgaande is dit Lied duidelijk aansprekend, zoals dat met Gods Woord zelf, waarover het lied spreekt, ook het geval is. "Een rijke schat van wijsheid schonk God ons in Zijn Woord. Gods Woord is ons- een licht. Gods Woord gordt mensen aan. Wie op 't Woord vertrouwen, die kunnen veilig bouwen. Geef dat 't Woord niet ledig wederkeer", De melodie is voor de gemeentezang enigszins "beneden de maat".
Tekst: 3; melodie: 2.

Lied 327
We hebben hier te doen met een Lied “dat een grote traditieheeft in de Duitse kerk en eeuwenlang daar een der meest geliefde kerkliederen is geweest. Gezien de tekst, is het wel begrijpelijk dat het tot in onze tijd als typisch lied voor de - Zondag functioneert", (Comp. p. 753). Als bezwaar zou kunnen gelden dat in dit lied de aanspraak alleen gericht is tot Jezus, hetgeen gezien de inhoud toch wel als eenzijdig moet worden aangemerkt ("Uw Geest Die in de Waarheid leidt; ons hart gericht op U Die ons verstand verlicht"). De melodie is goed.
Tekst: 2; melodie 3.

Lied 328
Dit Lied sluit geheel aan bij het vorige: ook hier geldt dat het een lied is van de Zondagmorgen, gedicht voor een gemeente, waarin het verkondigde Woord Gods centraal staat. Op het horen daarvan komt het aan, want alleen in het Woord, dat hier als het woord van Jezus verschijnt, is klaarheid en licht voor ons in zichzelf duistere gevoel en verstand".
(Comp. p. 754). Ook hier geldt het bezwaar van het wat eenzijdig, benadrukken van het Woord als Jezus' woord. De melodie is aantrekkelijk voor de gemeentezang.
Tekst: 2; melodie 3.

Lied 329
In de reeks van de zondagsliederen past dit Lied wel: "Spreek Heer, Uw gemeente hoort".
"Uiteraard, zou dit lied het beste voor de Schriftlezing of voor de preek gezongen kunnen worden, maar ook als ingangslied is het onder bepaalde omstandigheden denkbaar". (Comp, p. 755). O.i. roept de tekst echter nogal wat vragen op. Zo b,v. in strofe 1: "Maak de weg tot U begaanbaar". Maar deze weg is toch door Christus gebaand! "Maak Uw schrift het levend Woord" (strofe 2). Gods Woord is toch altijd een levend Woord! "Wees verstaanbaar" (strofe 1). Is dat wel een juiste bede? Naar onze mening' komt in dit lied een' enigszins Barthiaanse visie tot uiting, waartegen we wel bezwaar hebben. De melodie is die van Psalm 38.
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 330
Een, aantal centrale bijbelse thema's komen in dit Lied aan de orde zoals o.a. openbaring, Ievensvernieuwing, apostolaat. De poëtische kracht van dit lied ligt niet het minst in de sterke afsluitende regels van iedere strofe, waarin op bondige wijze een bijbels citaat wordt gegeven: strofe 1: Matth. 11 : 25; strofe: Ps.56 : 14 en strofe 3: Jes. 40 : 6-8" (Comp, p. 757). Jammer is de enigszins verouderde taal en stijl. (b,v, "verworven" in strofe 2.) De melodie is voor dit lied zeer passend en goed geschikt voor de gemeentezang.
Tekst: 3; melodie: 3.


A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v, vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag;

het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;

het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk: en zonder meer verstaanbaar is.

B. t.a.v, de melodie der liederen:
het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie;

het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te ringen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort;

het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief