Christelijke vrijheid - wat is dat?

1986-06-06
  • Jaargang 30
  • nummer 23
Toespraak gehouden op de Ontmoetingsdag van de Nederlands Gereformeerde Kerken te Barneveld op 19 april 1986.
In de komende nummers hopen we de toespraken van ds A. Broersma en mevrouw M. Vrijmoeth-de Jong te plaatsen.


In 1983 werd overal herdacht, dat 500, jaar tevoren Maarten Luther geboren werd in het stadje Eisleben. Inderdaad, overal vond die herdenking plaats. Ook in de DDR, de Deutsche Demokratische Republik. Misschien zouden we gedacht hebben dat dáár die herdenking toch wel half ondergronds moest gebeuren, door een klein aantal getrouwe christenen, dwars tegen de dwang van de communistische machthebbers in. Maar zo was het in werkeliikheid helemaal niet. Integendeel, nergens werd de herdenking door de overheden zo duidelijk en zo krachtig gestimuleerd als juist in Oost-Duitsland! Nergens maakten de overheden er zóveel werk van!

Toen we dat zagen moesten er wel vragen bij ons opkomen, Belangrijke vragen!
Welke overeenstemming is er tussen de reformator Maarten Luther en de bonzen van de Oost-Duitse communistische partij?
Welke gemeenschappelijke grondslag heeft het evangelie van de rechtvaardiging uit het geloof alléén met de ideologie van het socialisme?
Men heeft inderdaad gemeend het gemeenschappelijke te kunnen vinden en te kunnen aanwijzen, Men heeft gemeend ook Luther als een voorganger van de Oostduitse democratie te kunnen aanwijzen en eren, En dat zat hem dan juist in de woorden en begrippen die ons vandaag in het bijzonder bezighouden. In de woorden "vrijheid" en "bevrijding". Deze woorden sloegen en slaan de brug tussen evangelie en ideologie. Zo meende men. En zo meent men het nog!

In de dagen van Luther was er sprake van een grote verdrukking van het Duitss volk.
Er was sprake van slavernij, van knechting, van uitbuiting, Die verdrukking kwam van óver de Alpen. Uit Rome. De kracht van die verdrukking was gelegen in de leer, dat Gods genade door de Here in de handen was gelegd van de geestelijkheid en in het bijzonder in de handen van de paus. De paus beschikte over Gods genade alsof die genade een ding was! En het was aan de paus om de kraan van die genade te openen dan wel dicht te draaien. Luther heeft het meegemaakt, dat die grote verdrukking een duidelijke economische gestalte aannam en dat zij zich met een geld-uniform omhulde. De aflaathandel! Genade als koopwaar! En er moest en er zou dan ook gekocht en betaald worden! Op straffe van uitsluiting en vagevuur!Zo werd het Duitse volk geknecht, tot slavernij gebracht, uitgezogen, uitgebuit. Totdat Luther opstond. Totdat Luther met zijn stellingen kwam. Totdat hij door zijn optreden de aflaathandel terugdrong en allen de moed gaf zich te verzetten. Zo heeft Luther zijn volk van een bitterzware last bevrijd! Bevrijd! Hoort u het?
Daar heb je de verklaring Vim de grote waardering voor Luther, zoals die ook door de groten van het Oostduitse communisme werd opgebracht. Luther als bevrijder!
Bevrijder van het volk. Bevrijder van het proletariaat. Bevrijder uit de handen van een uitbuitende clerus, van een kerkelijke bourgeoisie, van een verdrukkende élite!

En daarom werd Luther gemaakt tot de man van het volk, tot de man van de massa, tot de man van de democratie. In naam van de vrijheid! In naam van de bevrijding!

Trouwens, ook in de dagen van Luther zèlf was er al een merkwaardige waardering voor Luther op gang gekomen. Een waardering, die het wel niet lang heeft volgehouden, maar die toch ook onze woorden "vrijheid" en "bevrijding" erg hoog in haar vaandel had geschreven. Ik denk aan vele humanisten die aanvankelijk ook alles in Luther zagen. Die humanisten waren niet bepaald communistisch en ze bekommerden zich meestal ook echt niet om het gewone volk: Als het er op aankomt waren ze nogal élitair en aristocratisch. Het ging hun vooral om de goede en schone mens, om de mens van verstand en van cultuur en van zedelijkheid.
Die goede en schone mens was door de roomse geestelijkheid zeer diep beledigd! Hij was immers op een onduldbare wijze onder de voogdij gesteld van het geestelijke leergezag en onder de geestelijke curatele van de paus! Hij was veroordeeld tot on-mondigheid en moest in de diepste afhankelijkheid zijn mond openen om het heil te ontvangen! Wat een vernedering voor die goede en schone mens! Ook die humanisten begonnen met een diepe waardering voor Luther. Omdat hij de mens had bevrijd uit de kluisters van de roomse kerk en haar geestelijken. Omdat hij die mens had losgemaakt van de vernederende voogdij van Rome, Omdat hij de mens zijn vrijheid weer had teruggebracht. 0, ze hebben het met hun waardering niet lang kunnen volhouden. Maar ook hier stond alles in het teken van vrijheid en van bevrijding!
Waarom heb ik het nu eigenlijk zo uitvoerig over Luther? Hebben we nog niet genoeg herdenkingen gehad? Jawel! Maar ik zou niet weten waar je in de geschiedenis zo'n wonderlijk knooppunt van geestelijke spoorwegen aantreft als juist bij Luther!
Een knooppunt van spoorwegen! Elke spoorweg is een vrijheidsgedachte! Al die gedachtenlijnen ziet men bij die ene Maarten Luther samenkomen. Daarbij kan de één de nadruk leggen op de bevrijding van het volk, de ander op de bevrijding van de individuele mèns. De één kan het accent leggen op het culturele, de ander op het maatschappelijk-sociale, een derde weer meer op het politieke. De meest moderne visies op vrijheid en bevrijding ontmoeten oudere standpunten. Rondom Luther schijnt de gehele wereld van de gedachten zich samen te trekken!
Maar hoe is het nu met Luther zèlf? Wat denkt hij nu over vrijheid en bevrijding?
Valt zijn gedachtengang samen met één' van de genoemde spoorlijnen? Of staat hij op zichzelf? Zonder enige twijfel moeten we hier spreken van het unieke van Maarten Luther. En als wedaarvoor oog krijgen, dan weten we meteen ook, hoe we de christelijke vrijheid moeten beschouwen!

Allereerst wil ik u eraan herinneren, dat Luther zo lang en zo intens geworsteld heeft met de vraag, hoe hij toch gemeenschap en vrede met God zou kunnen verkrijgen. Door Gods goedheid heeft hij het antwoord mogen vinden in het evangelie van de rechtvaardiging uit het geloof in Jezus Christus. Het is voor Luther zonder meer onmógelijk geweest zich enig heil en enig geluk voor de mens voor te stellen los van de gemeenschap en de vrede met God.
Buiten die gemeenschap was er naar zijn vaste overtuiging niets te vinden dan de doodlopende weg van de zonde en de verschrikking van het oordeel.
Ook over vrijheid en bevrijding kon Luther niet spreken en denken los van de gemeenschap met God. Vrijheid is er in die gemeenschap alléén. Bevrijding is er tot die gemeenschap! Op dat punt was Luther: een duidelijke volgeling van Augustmus. Die had het zo kernachtig en zo diep gezegd: 'Gij, Here, hebt ons zó gemaakt, dat wij op U gericht zijn. Daarom is ons hart onrustig, totdat het rust vindt in U.
Luther spreekt graag en veel over de mens coram Deo, over de mens die voor Gods aangezicht staat en die daar slechts staan kàn door de rechtvaardiging uit het geloof en door genade. Vrijheid, bevrijding!
Slechts in de gemeenschap van Gods vrede in Christus. En juist op dàt punt hebben de meeste humanisten hartgrondig afgehaakt!

Coram Deo - voor Gods aangezicht. Maar voor Gods aangezicht staan, dat betekent: geloof, vertrouwen, eerbied, dienst Daarmee hebben we een grote merkwaardigheid ontdekt! Namelijk deze, dat de christelijke, vrijheid in het geheel niet in strijd is met het dienen van de Here. Integendeel, de vrijheid lééft pas in die dienst en tot die dienst zijn we bevrijd! Merkwaardig, zoals ik al zei!
Want in de wereld staan vrijheid en dienen steeds tegenóver elkaar. De Moabieten en de Ammonieten dienden koning David, maar dat was dan wel een zaak van "geveinsde ónderwerping", zoals de bijbel heel scherp zegt. En één ding staat toch wel vast: geveinsde onderwerping gaat niet samen met echte vrijheid!
Maar hoe is het nu met de dienaren, die koning Jezus door de evangelieverkondiging aan, Zich verbonden heeft? Is er bij hen ook sprake van geveinsde onderwerping?
Laat ons eerst eens horen hoe Paulus spreekt over de wet in Romeinen 8 : 3. Hij zegt daar, dat de wet zwak was door het vlees. De wet was niet bij machte de zonde haar machspositie te ontnemen! Neen, de gehele geschiedenis van Israël heeft dat uitgewezen: Gods goede wet bewerkte afkeer en prikkelde tot verzet! Die afkeer kon zich uiten in brute goddeloosheid, maar zij kon zich ook verkleden tot de vrome gestalte van onderwerping, maar dan van onderwerping uit àngst, zonder hart. Bij de '"vrome" farizeeërs was het ten diepste niet anders dan bij de Moabieten en Ammonieten onder koning David! Wat was het "vlees"... , wat was de zonde hopeloos sterk, dat de mens onder Gods goede wet zo radicaal verkeerd ging!
Maar Paulus gaat in Romeinen 8 verder.
Hij legt daar een geweldige diepte bloot.
God heeft het vonnis over de zonde voltrokken!
In het kruis van Christus. Door dat kruis heeft God de zonde uit haar machtspositie gestoten! ... opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest! De Heilige Geest werkt door het evangelie de kracht van Christus' overwinning in de gelovigen uit op zulk een wijze, dat zij, de Here van harte en gewillig gaan dienen en dat zij in die dienst verkeren als in hun levenselement! Vrijheid, christelijke vrijheid! De Geest bevrijdt tot een dienen van de Here in gewilligheid, met vreugde, van harte!

Luther heeft ook de vrijheid in het licht gesteld als vrijheid van een slavenjuk.
Daarin volgde hij Paulus op een heel directe manier. Zo waarschuwde Paulus de Galaten, dat ze zich niet weer een slavenjuk mochten laten opleggen.
Slavernij kan op ons toekomen in een brute gestalte: als zondedienst, als leven naar wat er maar aan begeerten in je omhoog borrelt! Die brute gestalte is trouwens nog geniepig genoeg. Want zij wordt ons, door de duivel altijd weer als vrijheid voorgesteld: vrijheid van de geboden, vrijheid tot een leven naar je begeerten. Het is ermee als met een gebruiker van drugs. Hij wil "high" zijn, loskomen, van de banden en beperkingen van het burgerlijke bestaan, werkelijk vrij zijn. Maar de omstanders zeggen met grote droefheid: Hij is helemaal verslááfd. Een slaaf, die meent vrij te zijn!
Zo is het met hem die in de zonde leeft!
Maar ... die slavernij kan ook op ons toekomen in een vróme gestalte! Dat is even gevaarlijk! Dan komt ze naar ons toe als een heel ernstige gestalte, die dan toch maar de zonen en dochters van de Vader in Christus uit het huis van de Vader haalt om hen vervolgens vast te binden aan een ladder van mensen-voorschriften, die ze dan moeizaam en onder straffe leiding moeten bestijgen om weer tot God te komen.
Vreselijk: zonen en dochters beroofd van dat "coram Deo", zonen en dochters tot slaven gemaakt! Tot slaven van een verre en vreemde God, die afwacht hoe wij het eraf brengen! Paulus had met de Judaïsten te doen, die de christenen wilden dwingen tot de besnijdenis en tot onderhouding van de voorschriften van de oude wet. Luther had de macht van Rome voor ogen, een macht die de paus en zijn clerus als nieuwe en valse middelaars geschoven had tussen de Vader in Christus en zijn zonen en dochteren! Daar komt nog iets vreselijks bij. De mens van nature wil het gaarne zo! Hij wil zo, vaak "verlost" worden van de wáre vrijheid.
Hij laat zich graag omlaaghalen uit die hoge positie van de zonen en dochters coram Deo! Zoals Israël in 1 Samuël 8 graag zijn vrijheden opofferde om maar een koning te bezitten, die hen zou richten, die voor hen zou uittrekken en die hun oorlogen zou voeren! Opzien naar de Here in geloofsvertrouwen - ach, dat was hun te hoog! Zet er een koning tussen! En dan mocht die koning best regel op regel stellen.
Men had dat over voor zijn veiligheid!
Zo is het ook in de kerk telkens weer gegaan!
Voor God staan - in het geloof - door Christus - als zonen en dochteren ... ach, dat is te groot en te hoog 'voor ons. Zó gespannen kan de boog van het geloof niet zijn! Zet er een koning tussen! Tussen de Here en ons, Laat, een paus ons de genade toereiken! Laat hij maar komen met regels en lasten met het oog op onze veiligheid!
Laat het concilie ons de weg wijzen! Laat de synode voor ons uittrekken! Laat de theologie ons richten! want wij zijn te klein om zonen en dochteren te zijn. Wij zijn léken! De clerus moge ons leiden! Het geeft zo'n rust middelaars te hebben, buiten die ene middelaar Christus!
Een wegwerpen en een inleveren van de christelijke vrijheid! In moeilijke tijden is het ook in de kerk zo fijn, als er iemand' voor ons denkt en voor ons beslist! Paulus streed tegen déze geest! Luther streed ertegen!
Vrijheid als vrijheid vän slavernij. Als vrijheid van elke macht, die de zonen en de dçchters van de Vader in Christus vervreemdt en die hen uit het huis van de Vader verwijdert!

Tenslotte: In hetzelfde hoofdstuk - Galaten 5 -, waarin Paulus waarschuwt tegen het aannemen van een slavenjuk, zegt hij ook nog iets anders: Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn gebruikt echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde, Het dienen van elkander!
De oude Grieken beweerden, dat onze individuele vrijheid haar begrènzing vond in de naaste. Dat is niet christelijk gezegd.
De broeder en de naaste - ze zijn niet onze begrènzing maar onze bestèmmingl En wie in hartelijke vreugde zijn bestèmming bereikt die is waarlijk vrij! In een goed gezin kun je dat echt beleven. De zorg voor de broertjes en zusjes is dan niet meer een vrijheidsberoving. In die zorg komen we waar we in het gezin zijn moeten! En als 't echt goed gaat, dan raken we verlost van de heimelijke begeerte; dat iemand ons nog eens zou mogen komen zeggen, dat het allemaal niet hoeft! Plicht en verlangen komen dan sámen! En dàt is nu één van de grote doelen van de Heilige Geest in de gemeente!
Vrij tot het dienen van elkander. In de liefde! Ja, want alleen in de liefde zijn we vrij van "geveinsde onderwerping"!
En vanuit de broederliefde gaat het naar buiten toe. De liefde jegens àllen - zo lezen we in 2 Petrus 1. Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend! Uw inschikkelijkheid.
Maar we stellen dan toch wel even de vraag, wat inschikkelijkheid nog met vrijheid te maken heeft!
In Handelingen 4 wordt heel typerend gezegd, dat de "massa" van de gelovigen één was van hart en ziel. Van nature een plompe menigte; door de Geest een ware éénheid.
En dan wordt gesproken van het getuigenis van de opstanding van de Here Jezus, dat door de apostelen werd gegeven.
Vervolgens wordt ons gemeld, dat huizen en akkers werden verkocht ten bate van de behoeftigen. De Geest maakt hen tot een éénheid in liefde! Het evangelie van de opstanding, van de overwinning van de dood, bevrijdt de gelovigen van alle krampachtigheid.
Zij worden losgemaakt van de levensverzekering, die ze in hun huizen hadden, en van de stervensverzekering, die de akkers hun boden: de mogelijkheid van een graf op Jeruzalems grondgebied! Zij behoeven niet krampachtig te zijn met hun bezittingen. Ze zijn niet als mensen die in een veel te groot aantal wachten op de láátste bus. Want de Here is opgestaan! En Hij is nabij! En Hij zal de zachtmoedigen het aardrijk doen beërven.
Christelijke vrijheid: Vrijheid van alle krampachtigheid zoals we die aantreffen bij hen, die "geen deel dan in dit leven wachten". Vrijheid tot een dienen van elkander in de liefde en tot inschikkelijkheid jegens allen. Een vrijheid gedragen en gevoed door de christelijk hoop!
We vatten nog even kort samen: De christelijke vrijheid als een mogen staan voor Gods aangezicht als zonen en dochteren door Christus; ... als een mogen dienen van de Here in vreugde en van harte, in liefde, door de Geest; ... als een verwerping van elke macht, die de zonen en dochteren van de Vader vervreemden en onder mensen-voogdij stellen zou; ... als de mogelijkheid om de broeders en de naasten te dienen met vreugde en daarin de bestemming te bereiken; ... als een verlost zijn van alle krampachtigheid door h het evangelie van de christelijke hoop.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief