De sprekende slang
2011-06-10
Wie geen vreemde is in Jeruzalem, weet dat de titel van dit boek slaat op de slang uit Genesis 3. Wie enigszins thuis is in de achterbuurten van het kerkelijk Sion, vermoedt bovendien dat de inhoud ervan zal gaan over een Gereformeerde synode die in 1926 uitsprak dat de slang in het paradijs ‘zintuiglijk waarneembaar’ heeft gesproken. En inderdaad, deze kwestie wordt kort en correct beschreven in het boekje van historicus en journalist Nico Dros.- Jaargang 55
- nummer 12
Ds. Buskes
Toch is de sprekende slang vooral een decorstuk in deze publicatie. Het eigenlijke onderwerp van Dros is een kerkelijk conflict in het Texelse dorp Oosterend in de jaren 1927–1932 rondom de persoon van de ‘rooie dominee’ Jan Buskes. Deze predikant kwam als gevolg van de besluiten van de genoemde synode in conflict met de hoofdstroming binnen de Gereformeerde kerken in Nederland. De jonge en bevlogen Buskes was geliefd bij zijn gemeenteleden, maar zijn vooruitstrevende theologische inzichten dreven een wig door de kleine Gereformeerde kerk van Oosterend.
Dankzij voortvarende interventies vanuit het kerkverband en aangewakkerd door het temperament van enkele gemeenteleden kwam het tot een breuk. Het overhaaste vertrek van Buskes naar Amsterdam kon het tij niet meer keren en een deel van de gemeente ging voortaan verder binnen de Gereformeerde kerken ‘in hersteld verband’.
Scheuring
De studie van Dros is gebaseerd op interviews die hij in de jaren ’80 voerde met mensen die deze scheuring als kind bewust hadden meegemaakt.
Trefzeker merkt hij op dat ‘het strijdgewoel om de uitleg van het Woord dorpelingen uit beide kampen naar de crisis hun leven voerde’ (p. 10).
Al lezend in deze pijnlijke geschiedenis trof het me hoeveel structurele parallellen er aan te wijzen zijn met die andere twintigste-eeuwse scheuringen in de Gereformeerde kerken: Er wordt een theologische kwestie op het spits gedreven. Er is een meerderheid die een minderheid het zwijgen op wil leggen. De kerkelijke spelregels worden creatief geïnterpreteerd.
Lokale gemeenschappen scheuren door druk van het kerkverband en door interne partijschappen. En aan het einde van het liedje gaat het niet meer over de inhoud, maar over het proces. Je krijgt de indruk dat er in de organisatie van het Gereformeerde leven een flinke systeemfout heeft gezeten.
Het boek van Dros boeit mij het meest in de beschrijving van het conflict rondom Buskes. De lange aanloop waarin hij een korte religiegeschiedenis van Texel geeft, is lezenswaardig, maar biedt weinig nieuwe gezichtspunten. (Vergeleken met bijvoorbeeld de publicaties van A. Th. van Deursen over de invloed van religie op de Hollandse samenleving in de zeventiende eeuw).
Fundamentalisme?
Op verschillende punten had ik graag gezien dat Dros interessante denkaanzetten nog verder had uitgewerkt.
Om een voorbeeld te noemen: In de ondertitel belooft Dros de lezer ‘een kleine geschiedenis van laaglands fundamentalisme’. In de uitwerking blijkt dat hij vooral doelt op de nare effecten van de Gereformeerde onverdraagzaamheid.
Hier had ik graag iets meer duiding gezien van het beschreven conflict, tegen de achtergrond van de grote botsing tussen modernisme en fundamentalisme die juist in het besproken tijdvak volop gaande is onder Amerikaanse protestanten.
De Nederlandse gereformeerden worden in die botsing meegesleurd, maar kun je hun positie onder de noemer ‘fundamentalisme’ brengen? (Ik denk aan de genuanceerde opvattingen over het Schriftgezag van de in 1921 overleden opinieleider Herman Bavinck).
Dros heeft een meeslepende, journalistieke stijl. Zijn boek over het conflict rond Buskes leest prettig en smaakt naar meer.
Dros, N. (2010), De sprekende slang.
Een kleine geschiedenis van laaglands fundamentalisme. Van Oorschot Amsterdam.
178p. € 15,00.
Drs. Daniël Timmerman is predikant van de NGK Breukelen en medewerker van de Theologische Universiteit Apeldoorn (vakgroep kerkgeschiedenis en kerkrecht).