Kom gerust eens langs…

2011-06-10
  • Jaargang 55
  • nummer 12
De auteur heeft dit boekje geschreven met één doel (in de ondertitel vermeld): zij wil het taboe van de eenzaamheid doorbreken. Zelf heeft zij haar man na een korte ziekte verloren.
Eenzaamheid is een dubbel taboe. Het is moeilijk om aan jezelf toe te geven dat je eenzaam bent, én het is voor de ander moeilijk om dat te accepteren.
Later in het boek noemt ze nog een taboe, dat een christen niet eenzaam hoort te zijn.

Verlies en gemis
De schrijfster laat in het eerste hoofdstuk zien dat eenzaamheid kan voorkomen in alle fasen van iemands leven, dus ook bij kinderen en jongeren, en in allerlei situaties. Eén op de drie Nederlanders is eenzaam. Dat kan door verlies van een dierbare, door scheiding, maar ook door verlies van werk, door verhuizing. Iemand met een gezin, een leuke baan, kan toch verbondenheid missen.
De schrijfster neemt de definitie van prof. Gierveld over: ‘Als er een verschil is tussen relaties die je onderhoudt en de relaties die je voor jezelf zou wensen en je ervaart dat verschil als een ernstig gemis, is er sprake van eenzaamheid.
Dat geldt zowel voor het aantal contacten als voor de kwaliteit ervan’. Hier wordt meteen het verband tussen gemis, verlieservaringen, en eenzaamheid gelegd.

Rouw en troost
Bij sociale eenzaamheid heeft iemand wel intieme kontakten, maar weinig of geen vrienden. Wanneer iemand wel vrienden heeft maar geen partner, kan er sprake zijn van emotionele eenzaamheid.
Het is belangrijk om te rouwen na een verlies. Afhankelijk van de ernst van dat gemis zal rouw intensiever en langduriger zijn en eenzaamheid groter. Het is belangrijk om het verdriet te erkennen, evenals de onmacht om dat op te lossen voor de ander. Iemand die rouwt heeft troost nodig. Rouwen is desintegratie, geeft lichamelijke pijn, is verscheurend. Erzijn is troostend. Maar mensen om de rouwende voelen zich vaak onmachtig, bieden ontroost. Onbegrip hoe de ander het geleden verlies ervaart, goedbedoelde adviezen of vrome woorden en Bijbelteksten scheppen afstand.

Adviezen
De auteur geeft eerst tips aan de eenzame zelf om het isolement te doorbreken.
De belangrijkste vindt zij zelf ‘zeg dat je je eenzaam voelt en de ander nodig hebt’ (p. 75). Later volgen er adviezen voor de ander. Luisteren, praktisch meeleven, een barmhartige Samaritaan zijn. Dat is gemakkelijker bij mensen die een heel zichtbaar verlies leden, bij verborgen eenzaamheid vraagt dat andere fijngevoeligheid.
Ten slotte geeft Bakker aanwijzingen voor de gemeente, zoals het bespreekbaar maken door zelf kwetsbaar en open te zijn. Ze vindt dat er hard gewerkt moet worden om vriendelijkheid en meeleven hoog op de prioriteitenlijst en agenda van de kerk te zetten. Een valkuil is dat het dan juist zijn doel voorbij kan schieten: georganiseerd meeleven maakt eenzaam.
Bakker gaat nog in op geloof en verdriet.
In de Bijbel staan klaagpsalmen, waarin voluit gevoelens benoemd worden.
Sta niet te snel klaar met allerlei teksten, luister naar hoe de ander zijn verdriet en gemis zelf onder woorden brengt. Het geeft haar zelf troost dat God manna voor één dag geeft. In zijn woord zijn genoeg pleisters voor diepe wonden, zelfs een onuitputtelijke voorraad.
Willy Bakker eindigt haar boekje met een dubbele punt, om aan te geven dat je zelf verder kunt gaan en ontdekken wat je kunt doen.

Waardering
Het boekje heeft een leuke kaft, en originele titels en/of woorden, zoals ontroost en leedconcurrentie. De schrijfster waarschuwt dat iemand die net een ingrijpend verlies heft geleden, dit nog niet moet lezen. Niet bij elk hoofdstuk staat een passend citaat, jammer. Het is vlot leesbaar, meer in spreektekst dan in schrijftekst. Het is wat uit balans door de vele voorbeelden.
Aan de ene kant wil Bakker compleet zijn, aan de andere kant toegankelijk.
Er wordt wel heel veel aan elkaar geregen.
In het hoofdstuk over ‘ik heb niemand’ volgen de voorbeelden elkaar op. Het begrip levensmoe wordt ook nog aangestipt, met Bijbelse personen en hun reactie. Dan wordt het te vluchtig. De suggestie om ook (!) vrouwen in te schakelen bij het opzetten van netwerken voor kwetsbare mensen doet vermoeden dat de auteur bepaalde kerken op het oog heeft. Is dat nog actueel? Zij legt verschillende keren de nadruk op erkenning van gevoelens, op ruimte voor verschil in beleving.
Ik kan niet zo goed inschatten of dat zo noodzakelijk is. Het is in elk geval wel waar. Wanneer je wat meer wilt weten hoe je kunt omgaan met eenzamen is dit een vlot geschreven boekje.

Bakker-Huizinga, W. (2010), Kom gerust eens langs. Het taboe van de eenzaamheid.
Voorhoeve Zoetermeer.
140p. € 14,90.

Anneke Kaldeway-Jansen is psychotherapeut en lid van NGK Culemborg.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief