Siddeburen en Amsterdam – Over Genesis
2008-03-28
Ik kan me goed voorstellen dat u zich afvraagt wat Siddeburen en Amsterdam nu met Genesis te maken hebben. Wellicht heeft u zelfs nog nooit van Siddeburen gehoord. Ik wel. Ik ben er vaak geweest in mijn jeugd.- Jaargang 52
- nummer 7
Mijn opa en oma woonden daar en mijn vader en zijn zusters zijn daar geboren. Tot mijn eigen verbazing werd ik bij het voor deze bespreking doornemen van het boek Genesis lezen opeens aan Siddeburen herinnerd.
Het had te maken met de vraag naar de relatie tussen Genesis 1 en 2 en de scheppings– en zondvloedverhalen van andere godsdiensten.
Verhalen die volgens de schrijver al lang op schrift waren gesteld voor er een tekst van Genesis bestond. Het zou volgens hem zelden voorkomen dat een hoogontwikkelde cultuur iets overneemt van een lagere cultuur. En dan komt Siddeburen in beeld! ‘Het ligt meer voor de hand dat het culturele leven in Siddeburen wordt beïnvloed door Amsterdam dan andersom.
Israël was het Siddeburen van de oudheid en Babylon het Amsterdam’ (p.101). 1)
Hoe Genesis lezen?
Om ons nu maar verder te beperken tot het eerste boek van het Siddeburen van de oudheid, Genesis: Eind vorig jaar verscheen bij Uitgeverij De Vuurbaak het boek Genesis lezen.
Het is de vertaling van How to read Genesis van de hand van de Amerikaanse oudtestamenticus en assyrioloog dr. Tremper Longman. De Engelse titel geeft mijns inziens iets duidelijker de bedoeling van het boek weer dan de Nederlandse vertaling, die de indruk kan wekken dat er (weer) een nieuw commentaar op Genesis is verschenen. Dat is zeker niet de hoofdbedoeling van de auteur, al geeft hij wel een overkoepelende interpretatie van heel Genesis, met name in de hoofdstukken zeven tot negen. Het gaat Longman vooral om de vraag hoe we Genesis op een verantwoorde wijze kunnen/moeten lezen. Centraal staat de vraag naar de beste interpretatiemethode.
Want al mogen de verhalen van Genesis ons vertrouwd zijn, we moeten ons wel bewust blijven van de oude context waarin ze werden geschreven. Genesis stamt uit een andere tijd dan de onze en is geworteld in een cultuur met een andere aanpak wat het vertellen van verhalen en gedichten betreft. Overigens zal de benadering van Longman studenten Oude Testament wel bekend voorkomen uit zijn Inleiding op het Oude Testament, dat hij samen schreef met R.B. Dillard. Daarin wordt de verhaal- en dichtkunst van het OT geanalyseerd met het doel een ‘leesstrategie’ te ontwikkelen.
Andere vragen
Als we dat Genesis openslaan, wat kunnen we dan verwachten en wat niet? Om een voorbeeld te geven.
Waarom wil het maar niet lukken Genesis 1 en 2 adequaat in stelling te brengen tegen de evolutietheorie?
Dat komt volgens de auteur, omdat onze vragen niet de vragen van de eerste hoorders en/of lezers zijn.
Schepping of evolutie, toeval of ID, waren niet de vragen waar Egyptenaren, Babyloniërs en Israëlieten mee worstelden. De eerste hoofdstukken van Genesis zijn dus helemaal niet geschreven om Charles Darwin of Stephen Hawkings en andere moderne wetenschappers van repliek te dienen. Trouwens, het atheïsme zoals wij dat kennen zou een Babyloniër voor ondenkbaar hebben gehouden. Hij geloofde wel degelijk in het bestaan van goden.
Niet-Bijbelse scheppingsverhalen
Genesis 1 en 2 zijn geschreven met het oog op andere scheppingsverslagen en mythen die in de oudheid de ronde deden. Generaliserend gesproken stelde men zich de schepping van hemel en aarde als volgt voor: eerst was er een modderige chaos waaruit goden en godinnen voortkwamen die elkaar op leven en dood bevochten.
De Babyloniërs en de Assyriërs waren vertrouwd met bijvoorbeeld het verhaal van de goden Marduk en Tiamat.
In een veldslag doodde Marduk Tiamat en verdeelde haar lichaam in twee stukken. Van de ene helft maakte hij de aarde en met de andere de hemel en de hemellichamen.
Uiteindelijk besloot hij ook mensen te maken die het werk moesten doen.
Tegen dit soort gedachten zet Genesis zich af. Aan de Israëlieten wordt verteld: Wie heeft de hemel en de aarde gemaakt? De bergen en dalen, de bomen en bloemen, de zon en de maan, de dieren en de mensen? Geen verre verheven vijandige macht, of het grillige toeval, maar God de Vader. En Hij heeft de hemel en de aarde goed gemaakt! Ze zijn zeer goed uit Gods handen voortgekomen.
Een paradijs.
En dan komt het verschrikkelijke. Dat paradijs is een doodsoord geworden.
Hoe komt dat? Daarvan vertelt Genesis 2. Tot het strategisch lezen behoort dus ook dat je oog moet hebben voor dit polemisch motief waar Mozes, als voornaamste auteur, bij het schrijven van Genesis rekening mee moest houden. Om ds. C. Vonk te citeren die op hetzelfde spoor zit: ‘Mozes streed tegen de geest van zijn eeuw, tegen het Babylonisme en
Kanaänisme’ (De Voorzeide Leer deel Ia)
Drie uitgangspunten
In de eerste helft van het boek formuleert Longman een aantal uitgangspunten die Bijbellezers kunnen helpen om Genesis op een verantwoorde manier te lezen. Ik noem er drie: Houd rekening met het literaire, het historische en het theologische karakter van Genesis. Overigens haast de schrijver zich er bij te zeggen dat deze zaken natuurlijk door elkaar heen lopen en met elkaar zijn verbonden.
‘De God van Genesis is degene die Zich openbaart aan zijn volk (theologisch), in ruimte en tijd (historisch) en ervoor kiest om teksten te inspireren die fungeren als gedenkschrift voor die gebeurtenissen (literair)’ (p.31).
Vervolgens komen allerlei vragen aan de orde die met genoemde rubrieken te maken hebben. Wie schreef Genesis? Wat zijn de functies van de elf toledotformules in bijvoorbeeld Genesis 5: 1; 6: 9; 10: 1? Hoe verhouden allerlei scheppings – en zondvloed verhalen en archeologische vondsten uit het Oude Nabije Oosten zich tot Genesis? Kunnen wij Abraham dateren? Wat is geschiedenis eigenlijk? Hoe wordt God beschreven en de relatie van God met zijn volk? In hoeverre is Genesis nog normatief?
Christelijk perspectief
In de tweede helft passeert in het kort heel Genesis de revue, in drie delen.
1. De oergeschiedenis: Genesis 1 – 11 met de patronen van zonde – vonnis – genadeblijk – uitvoering van de straf; 2. De aartsvaderverhalen: Genesis 12 – 36 met Abraham, Isaak en Jakob; 3. De geschiedenis van Jozef: Genesis 37 – 50.
In het laatste hoofdstuk laat Longman aan de hand van Genesis 3 - het proto-evangelie - en Genesis 14 – Melchisedek - en Genesis 37 – Jozefzien hoe deze geschiedenissen gelezen kunnen worden in christelijk perspectief.
Longman hecht aan een christologische prediking ook van het Oude Testament. Sterker nog zonder dat perspectief komt het Oude Testament niet volledig tot zijn recht.
Zegen
Tenslotte, het thema van Genesis is volgens de auteur, dat God de mensheid wil zegenen. Na de zondeval is God er voortdurend op uit de relatie met de mens te herstellen, zodat Hij de mens in zijn zegen kan laten delen. Al blijft het een riskante aangelegenheid om een Bijbelboek in één woord samen te vatten het zegenaspect is in Genesis duidelijk te bespeuren. Laat ik mij daarbij aansluiten en de wens uitspreken dat de lezer dit boek met zegen zal mogen lezen.
Tremper Longman, Genesis lezen. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld, 2007. 211 blz., € 15,90.
1) Alhoewel, weinig dorpen zullen zo’n bekende bok hebben gehad als uitgerekend Siddeburen, namelijk een bok die machtverhief en worteltrok. Sinds 1978 staat er aan de Oudeweg ter plaatse een stenen bok met het versje en wat er verder volgt, op zijn sokkel.
Ds. Jan Winter is predikant van de NGK in Wezep