Zo vrolijk als een vlinder…
2011-06-10
Als de Pinksterbloemen bloeien, dan zijn ze er weer: het Informatieboekje (NGK), het Jaarboek (CGK) en het Handboek (GKV). Nuttig zo’n adressenboekje voor ieder die in het landelijk-kerkelijke wat te zoeken heeft. - Jaargang 55
- nummer 12
Maar het aardigste onderdeel van die boekjes vind ik de terugblik op het voorbije kalenderjaar. Daar kijk je over de schouder van de redacteur (meestal een predikant) mee naar de opvallendste kerkelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen in dat jaar. Hoe waren we in 2010 als NGK (GKV en CGK) kerk met de kerken en gemeente in de wereld?
Cocon
Daar zit dit jaar veel bij wat blij maakt.
Ds. Kuiper begint in het Handboek van de GKV zelfs met het beeld van de vlinder, die bezig is uit zijn cocon te kruipen. Dat als typering van wat in zijn eigen kerken gaande is: ‘Er zitten scheuren in de vertrouwde vormen’.
Kuiper ziet de veelkleurigheid in zijn kerken toenemen. Natuurlijk in kerkdienst en liturgie, waar plaatselijke kerken de vrijheid krijgen (of nemen) om het eigen liedmenu samen te stellen.
Maar als Nederlands Gereformeerde kijk je er meer van op, dat ook in de regelgeving bij de GKV veel zal gaan veranderen.
Nota bene de kerkorde gaat op de schop en wordt omgebouwd tot een ‘werkorde’. Opvallend daarin is dat ‘de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk een sterk accent krijgt’. Kuiper schrijft: ‘Er zit een erkenning in van de gegroeide praktijk, waarin veel verschil kan bestaan tussen een gemeente in Amsterdam en in Drenthe … In de werkorde worden de zaken niet zo dichtgetimmerd als we in de kerken gewend waren’ (p.504/505).
Scheuren
Dat alles schrijft Kuiper – zo is mijn indruk – met droge ogen. De Asser predikant is wel blij met deze vlinder en hij zal de enige Vrijgemaakte niet zijn. Er is veel gaande bij onze kerkelijke buren.
Dat kon je de afgelopen tien jaar vanaf de (Nederlandse Gereformeerde) zijlijn natuurlijk gewoon zien aankomen, toen de eerste scheuren in de Vrijgemaakte muurtjes zichtbaar werden en de druk van binnenuit alleen maar toenam.
Het Nederlands Dagblad klapte open, de ChristenUnie kwam, het Gereformeerde Onderwijs was niet langer een bolwerk en de Theologische Universiteit bleek een plek waar je geestverwanten ontmoette. En dan natuurlijk die combinummers van Reformatie en Opbouw. En nu zie je hoe in het plaatselijk-kerkelijke de herkenning erkend wordt.
Vanzelfsprekend?
Wat er gebeurt in en rond de Vrijgemaakte kerken heeft iets van een overgang naar een nieuwe kerkelijke bestaanswijze - van pop naar vlinder.
Niet iedereen is blij met deze scheuren in het cocon. Zo maken de Nieuwe Vrijgemaakten de veranderingen op het punt van liturgie, interkerkelijkheid en omgang met Schrift en belijdenis absoluut niet mee. Daaromheen zit een flinke kring van lichter verontrusten, die op zijn minst hun zorgen over de ontwikkelingen hebben. Voor de Nieuwe Vrijgemaakten zal vooral de vanzelfsprekendheid, waarmee dat nieuwe door de (grote) meerderheid van de Vrijgemaakten omarmd wordt, iets onbegrijpelijks houden. Even vanzelfsprekend als de hoofdstroom van de GKV in de zeventiger en tachtiger jaren de landelijke eenheid en uniformiteit zocht en de buitendeur op slot hield, zo gewoon lijkt nu de keuze voor de inbreng van de plaatselijke kerk, met alle diversiteit en interkerkelijkheid die daarin meekomt. Deze sfeer van vanzelfsprekendheid duidt er waarschijnlijk op dat er in het laatste kwart van de vorige eeuw onderhuids en onuitgesproken al veel aan het schuiven was binnen de GKV! Maar, zo vroeg ik me af, heeft juist deze sfeer van vanzelfsprekendheid, die om al die veranderingen heen hangt, richting de Nieuwe Vrijgemaakten niet een gevoelsarme kant? Ik kan wel iets begrijpen van de verbijstering en het onbegrip bij die kleine clubjes verstrooiden, die in de diepere lagen van hun ziel oprecht verdriet hebben over het verlies van zekerheden, waaraan een generatie met man en macht gebouwd heeft.
Verheugend
Deze Nieuwe Vrijgemaakten zullen zich omgekeerd weer niet verbazen, dat een Nederlands Gereformeerde in het Vrijgemaakte Handboek lange lappen met vreugde leest. Zo vallen de missionaire initiatieven in GKV-kring op, bijvoorbeeld in Amsterdam. Prachtig zoals ten dode opgeschreven kerken een doorstart maken (p.490)! En de sfeer van samenwerking met CGK en NGK in zulke missionaire initiatieven is meer die van het vreugdevolle dan van het (bitter) noodzakelijke vanwege het kleine getal in een grote stad.
Stokkend
In zekere zin verwant, maar toch heel anders, is het proces waarin de oudere generatie het geloof probeert te delen met de jongeren. Ergens ook missionair, maar dan van geslacht op geslacht.
Zou het één trouwens kunnen helpen bij het ander, dacht ik als eerste. Want de overdracht van het evangelie stokt merkbaar en vele jongeren worden in de gemeente waar ze opgroeien niet werkelijk in hun hart geraakt. Dat is schokkend als je je kind ziet verdwijnen in de buitenkerkelijke mist, maar ook als je de cijfers leest. Zo rekende Sabine van der Heijden uit dat elke week 90 jongeren uit reformatorische en evangelische hoek de kerk de rug toekeren.
Wat kan het bij zulke verliezen bommen dat je het in het onderling kerkelijk grensverkeer nog een beetje aardig doet – om maar eens een pikant kerkelijk-statistisch gegeven te noemen.
Jongerenwerk
Beter is het om de handen ineen te slaan en ons werkelijk te verdiepen in waar jongeren tegenaan lopen. En in te keren tot onszelf, want wat leeft er van God en Jezus in ons eigen binnenste?
In het GKV boekje las ik over een CGK enquête met de op zich niet zo verrassende uitkomst, dat jongeren het moeilijk vinden om de link tussen Bijbel en dagelijks leven te leggen. Zouden hun ouders het er veel gemakkelijker mee hebben of alleen wat meer de geijkte paadjes gaan, dacht ik er bij. Er is dus werk aan de winkel op een vitaal punt in het christelijke leven.
Mijn indruk is dat het werk onder de jongeren en kinderen stevig wordt opgepakt in de kerken. Het aantal gemeenteleden dat actief is in het kinderen jongerenwerk is sterk gegroeid. En niet minder groeit het aantal betaalde jeugdwerkers - met aandacht voor pastoraal werk onder jongeren en de begeleiding van clubs en catechese. Op zulke punten kunnen we elkaar ook interkerkelijk tot een hand en een voet zijn.
De hengel
Ds. Kuiper wijst op de valkuil dat je van jongeren zo gemakkelijk een probleem maakt, zeg maar een soort kerkelijke hangjongeren. Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat je de kansen, die je met jongeren in de kerk hebt, uit het oog verliest, zegt hij terecht.
Maar waar liggen die kansen? Pamperen zal niet gaan werken, zo schat ik in.
Misschien kunnen we iets met de aardige wending uit de ontwikkelingshulp, dat een hengel meer helpt dan het bezorgen van een dagelijkse portie vis tot in lengte van jaren. Alleen al dat je een jongere laat merken dat hij zijn eigen kerkelijke boontjes kan doppen. ‘Zie ons niet teveel als een aparte groep’, zei een jongere eens tegen mij. En zo is het!
In de afgelopen weken waren we er in NGK Amersfoort-Noord getuige van hoe jongeren in de benen kwamen. Een aantal voor een Nacht Zonder Dak, eentje was bezig met een actie voor de EH en nog weer een ander ten behoeve van een Aidscentrum in Johannesburg (via DVN). Je kunt ze op zulke punten niet genoeg ruimte (en sponsorgeld) geven!
Mogelijkheden zijn er dus genoeg - van Present en Voedselbank tot een project met World Servants. En onderschat ook de jaarlijkse interkerkelijke zomerconferenties niet! Prachtig als jongeren zo gaan participeren. Al doende komt het evangelie vaak zoveel dichterbij!
Over twee weken nog iets over vijftig pakkende pagina’s in het NGK Informatieboekje.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van NGK Amersfoort-Noord en redacteur van Opbouw.