Christelijke theologie na Auschwitz deel II A (3)
1985-09-27
"Een gespannen verhouding met het jodendom was een historische noodzakelijkheid voor het christendom om een wereldgodsdienst te worden voor voormalige heidenen. Die noodzaak bestaat niet langer. Het christendom kan zichzelf vernieuwen vanuit de relatie met en geholpen door het Jodendom. Dan zal het een humane godsdienst worden. Geheel tegen zijn bedoelingen in werd Jezus de oorzaak tot het schisma tussen joden en christenen. De hoop der christenheid ligt in een nadrukkelijke aandacht voor Jezus' eigen boodschap: Dan zal Jezus, de Jood, joden en christenen niet langer verdelen; maar verenigen".- Jaargang 29
- nummer 37
Flusser
De boeken van dr Hans Jansen wemelen van de citaten; In een recensie is al. eens de opmerking gemaakt: Jansen lijkt haast in citaten te denken. Toch neemt de boven dit artikel geplaatste aanhaling een heel bijzondere plaats in: dr Jansen heeft het gebruikt om er zijn boek mee af te sluiten.
We mogen er derhalve van uitgaan, dat dit de kwintessens is van wat hij daarin heeft willen zeggen.
Het citaat is ontleend aan een artikel van de hand van David Flusser. Flusser is een joods geleerde, die aan de Hebreeuwse Universiteit te Jeruzalem het Jodendom in de periode van de Tweede Tempel en het vroege christendom doceert. Hij .is een deskundige op het gebied van de studie van het Nieuwe Testament. Het citaat zelf vormt in de publicatie van Flusser de climax vaneen reeks van 59 stellingen over de verhouding tussen Jodendom en christendom. Omdat in dit citaat alle lijnen van het boek van dr Jansen samenvloeien, wil ik dit slotartikel daarop afstemmen. U zult begrijpen dat ik, vanwege het citaat, ook met Flusser in discussie ga.
Overwonnen stadium?
Voor Flusser behoort de antithetische opstelling van christenen tegenover het Jodendom tot de kindertijd van de kerk. Die was in de tijd van haar ontstaan nog op zoek naar haar eigen identiteit en moest zich derhalve wel tegen haar moeder afzetten. Dat was geheel te begrijpen. Maar het wordt onderhand de hoogste tijd dat de kerk de antithese met de synagoge als een afgedane zaak gaat beschouwen.
Hier ligt een belangrijke vraag. Behoort behalve de verbondenheid met het Jodendom ook de tegenstelling tot de joodse wijze van geloven tot het wezen van de kerk? Of is die tegenstelling iets bijkomstigs dat allang tot het verleden had moeten behoren?
De apostel Paulus maakt ons in Romeinen 9 : 1.2 deelgenoot van een niet aflatende pijn die er bij hem is om hen die wel zijn bloedverwanten zijn, maar met wie hij het geloof in Jezus als de Christus niet kan delen. Het is mijn overtuiging dat vanaf het moment dat kerk en synagoge gescheiden wegen zijn gegaan, die pijn de kerk niet had mogen .
verlaten. De pijn om hen met wie wij ons diep verbonden weten, want "hunner, zijn de vaderen en uit hen is wat het vlees betreft de Christus", terwijl wij tegelijkertijd afstand ervaren omdat wij het kostbaarste wat wij ontvangen hebben, het geloof in Jezus als de Christus, niet met hen delen kunnen. Die pijn is een teken dat er aan het schisma tussen kerk en synagoge geleden wordt en dat men die tegenstelling geestelijk beleeft. Waar deze pijn echter geen rol (meer) speelt, gebeuren ongelukken. De pijn kan omslaan in ergernis over het feit dat joden Jezus niet als hun Messias aanvaarden. En een dergelijke ergernis, die - in de termen van Paulus - vleselijke drijfveren heeft, kan uitgroeien tot antisemitisme.
De pijn die wij hier bedoelen, kan ook totaal afwezig zijn. Die indruk heeft het boek van dr Jansen bij mij achtergelaten. Dat de joden Jezus niet als Middelaar erkennen, laten we er ons als christenen geen zorgen over maken. Zij zijn al bij de Vader. De antithese tussen kerk en synagoge, waar dr Jansen heel bewust van af wil, wordt zo vervallen verklaard. Het Evangelie is alleen aanvaardbaar voor zover het binnen joods bestek valt. Dat is dan echter wel een Evangelie geworden, waarin niet meer het kruis, maar het humane, de menselijkheid, centraal staat.
Jezus en het schisma
Jezus is de oorzaak geworden tot het schisma tussen joden en christenen. Maar kunnen we daar met Flusser aan toevoegen, dat "Hij dat geworden is, geheel tegen zijn eigen bedoelingen in? Laten we luisteren naar een woord van de Here zelf. "Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn. Hoe dikwijls heb." Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild" (Matth. 23: 37). Jezus' diepste verlangen was het om de kinderen van Abraham samen te brengen en hen - na Pinksteren - te verenigen met wie uit de volken uit het geloof van Abraham wilde leven. Daarover kan geen twijfel bestaan. De aanstoot zit hem echter in de .wijze waarop de Here daarbij te werk ging: zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert. Jezus poneert zichzelf hier als het centrum van het verenigen. Wie die eenheid vinden wil, nodigt. Hij uit' te komen schuilen in' de schaduw van zijn vleugelen. "Dat, is het struikelblok waaraan Israël zich ook daadwerkelijk gestoten heeft. Jezus poneert zichzelf. In het koninkrijk van zijn Vader vervult Hij de sleutelrol. Iemand als Flusser zwakt dat gegeven af.
"Jezus had een sterk gevoel van eigenwaarde". Verder komt hij niet. Maar als dat alles was, vanwaar dan de tegenstand waar Jezus, op is gestuit? Zijn er niet meer leraren geweest in Israël die een sterk ontwikkeld gevoel van eigenwaarde bezaten? Hier ligt één van mijn meest fundamentele bezwaren tegen Flussers visie op het Evangelie. Wat overigens niet wegneemt dat christenenveel van deze schriftgeleerde kunnen leren. Jezus is niet uit geweest op een schisma. Bij is door de Vader tot oorzaak, van, het schisma gesteld. In feite is het de 118e Psalm die hierin geding is. "De steen die de bouwlieden verwierpen, is tot hoeksteen geworden".
Kunnen we dat erkennen en kunnen we ook het vervolg voor onze rekening nemen: "Van de HERE, is dit geschied, hoe wonderlijk, hoe ongewoon het ook is in onze ogen". "
En we denken ook aan wat de apostel zegt in Romeinen 9 : 32, 33. "Zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen". Het Schriftwoord dat Paulus hier aanhaalt, stamt uit Jesaja, maar is daar niet in deze vorm terug te vinden. Het is een woord dat de apostel bijeen heeft gelezen uit, Jesaja 8 :,14 en 28: 16. In de laatstgenoemde tekst gaat het om de kostbare hoeksteen, die de HERE in Sion heeft gelegd als basis voor het geloof in Hem.
Diezelfde steen is nu eveneens de steen des aanstoots waarover de profeet gesproken had in Jesaja 8 : 14. Het is de HERE die Hem in Sion heeft gelegd.
" Wie dit laatste belijdt, kan niet anders dan tot de conclusie komen, dat Gods heil voor joden en heidenen altijd een aanstootgevende kant zal blijven houden: dit Evangelie is niet naar de mens; Alleen, laten we nooit vergeten, dat de eigenlijke aanstoot van het Evangelie voor veel joden nooit zichtbaar is geworden. Dat niet zelden het enige wat zichtbaar werd de aanstoot was van christenen, die - dwars tegen het gebod van Jezus in - zijn broeders naar het vlees meenden te mogen haten.
Perspectief
Door het tweede deel van zijn 'Christelijke theologie' na Auschwitz' af te sluiten met het citaat van David Flusser plaatst dr Jansen dit boek in een heel bepaald perspectief. "De hoop der christenheid ligt in een nadrukkelijke aandacht voor Jezus' eigen boodschap. Dan zal Jezus, de Jood, joden en christenen niet langer verdelen, maar verenigen", Dr Jansen zet zijn boek in het teken van de hoop. Hoop die gebaseerd schijnt te zijn op de boodschap van Jezus. Maar wat verstaat Jansen, in navolging van Flusser, onder "Jezus' eigen boodschap"? Hij bedoelt daarmee het 'oorspronkelijke Evangelie’. D.w.z. niet het Evangelie zoals ons dat in de Schrift is geopenbaard, maar, een Evangelie, ontdaan van alles wat voor joden een aanstoot kan zijn of met de joodse traditie niet in overeenstemming is te brengen.
Men hoeft geen profeet te zijn om te voorzien dat een dergelijk Evangelie joden en christenen niet langer verdelen, maar verenigen zal. Om -de eenvoudige reden dat christenen het Evangelie zoals dat in het Nieuwe Testament wordt verkondigd, dan hebben ingewisseld voor een tiaar menselijk inzicht gereconstrueerd Evangelie. Voor een Evangelie, gesneden op de maat van de joodse traditie. Wil men die weg op, is het dan niet eerlijker tegenover het joodse volk, wanneer men zich daadwerkelijk aansluit bij het Jodendom? Als dat zogenaamde ‘oorspronkelijke Evangelie’ geheel en al valt binnen de grenzen van de joodse geloofsgeschiedenis, is dan niet de kerk verplicht zichzelf zo snel mogelijk op te heffen?
Het gaat hier niet om zaken van ondergeschikt belang. Laten we ons goed realiseren wat de consequenties zijn van het pleidooi van dr Jansen voor een te reconstrueren 'oorspronkelijk' Evangelie. Uit zo'n Evangelie is de verzoening door het bloed van Christus verdwenen! Want het kruis, zoals dat in het Nieuwe Testament wordt gepredikt, is voor joden nog steeds een aanstoot.
"In de liturgie van Jom Kippoer' (Grote Verzoendag - AMvL) klopt het hart van de joodse religie: de mens is zèlf in staat verzoening te stichten.
Welnu, Paulus heeft dit hart van de joodse religie de doodsteek toegebracht, toen hij schreef dat de mens zelf niet in staat was verzoening te stichten. Verzoening kan alleen maar worden bewerkstelligd door een bovennatuurlijk iemand en alleen de mens die gelooft in de verzoenende.
kracht van Christus' lijden en sterven, zal worden ingeschreven voor een nieuw jaar" (851).
Aldus geeft dr Jansen de visie weer van de joodse geleerde Samuel Sandmel op de nieuw-testamentische prediking van de verzoening. Maar, zegt dan David Flusser – en hij kan zich beroepen op meerdere nieuw-testamentici met een christelijke achtergrond – die verzoening hóórt helemaal niet in het ‘oorspronkelijke’ Evangelie thuis. Die verzoening is er later, door mensen, in gebracht. Hij acht het een bevrijdend (!) resultaat van taalkundig onderzoek “wanneer men door een koele analyse der teksten kan vaststellen dat Jezus niet wilde sterven om door zijn korte lijden de zonden van anderen te verzoenen. Hij heeft zichzelf evenmin gezien als de lijdende en verzoenende knecht des Heren uit Jesaja – dat gebeurde pas naderhand in de jonge kerk na de kruisiging” (D. Flusser op pag. 108 van zijn boek: Jezus). Met een beroep op koele (bedoelt Flusser onbevooroordeelde?) analyse wordt hier het hart van het belijden van de kerk van alle eeuwen, zoals dat geworteld is in het Oude en Nieuwe Testament, buiten werking gesteld. Het Evangelie dat dan nog rest is niet meer het Evangelie van het kruis, maar een ander Evangelie. Wanneer we dit alles overwegen, wordt tenminste één ding duidelijk: we staan hier voor een tweesprong. Of we leggen het Nieuwe Testament als een onbetrouwbaar getuigenis aangaande Jezus Christus terzijde, of we aanvaarden Jezus Christus als de Christus der Schriften. Dr Jansen komt in zijn boek tot het eerste oordeel: het Nieuwe Testament is als zodanig niet meer het oorspronkelijke Evangelie. Omdat hij het echter in zijn gegeven vorm niet meer beschouwt als het Woord van God, legt hij het Nieuwe Testament niet terzijde, maar neemt hij de vrijheid om er zich een 'oorspronkelijk' Evangelie uit te distilleren. Het verabsoluteren van het Nieuwe Testament tot Woord Gods is voor dr Jansen de wortel van het kwaad. En de therapie waarover hij repte in de ondertitel van zijn boek. blijkt uiteindelijk te zijn gebaseerd op het afstand nemen van de leer van de inspiratie van de Schrift (92, 869).Wij houden het erop, dat de hoop der christenheid niet ligt in de aandacht voor een Evangelie dat door de molen van de menselijke censuur is gegaan, maar dat de hoop der christenheid ligt in Jezus Christus zelf, zoals Hij tot ons komt in het gewaad van de Schriften van het oude en van het nieuwe verbond. Die Jezus is gekomen om de tussenmuur tussen Israel en de volken weg, te breken. Maar we herhalen: de plaats waar Hij joden en heidenen verenigt, is en blijft het kruis (Ef .:2: 16). Dat is de plaats waar onze verbondenheid in schuld gestalte krijgt, maar waar ook de afstand pijnlijk aan het licht treedt. Laten we die pijn niet verdringen.. door als christenen na 20 eeuwen ineens te doen alsof er niets is dat ons scheidt. Jezus Christus is het die ons verbindt.
Tegelijk is hij het struikelblok tussen ons beiden. Een Duits nieuw-testamenticus (Ernst Käsemann), hij wordt door dr Jansen geciteerd, heeft gezegd: "De wond die kerk en synagoge gescheiden houdt, mag op deze aarde niet worden toegedekt" (725). Ik sluit mij daarbij aan. Die wond is te diep dan dat wij die zelf zouden kunnen genezen. Daarvoor zijn wij aangewezen op Hem die een Heelmeester wil zijn voor jood en heiden, die het leven schept uit de dood. Op Hem die, naar het woord van Simeon, "gesteld is tot een val en opstanding van velen in Israël (en - als ik mag aanvullen - van velen uit de volken), en tot een teken dat weersproken wordt (...), opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden" (Luk. 2 : 34.35).
Rectificatie
In het vorige artikel over Christelijke theologie na Auschwitz is in de aanhef van het artikel een gedeelte uitgevallen, De aanhef, welke cursief is gedrukt, plaatsen wij nogmaals.
"We hebben een tijd gehad waarin het christendom eenvoudigweg werd getypeerd als een vrucht van joodse bodem en het Nieuwe Testament als een, in wezen, joods geschrift. Wie daar dan de kanttekening bij maakte dat in het Nieuwe Testament toch ook een diepgaande tegenstelling tussen het geloof in Jezus Christus en de joodse traditie aan het licht komt, die kreeg te horen: die tegenstelling is enkel een kwestie van verkeerde exegese, Het Nieuwe Testament is zelf niet anti-judaïstisch, maar het wordt anti-judaïstisch uitgelegd."