Pro rege

1985-09-27
  • Jaargang 29
  • nummer 37
Tijdens de herdenkingsdienst ter gelegenheid van het 110-jarige bestaan van de Koninklijke Nederlandse Militaire Bond Pro Rege sprak o.a. ds J. M. Smelik, legerpredikant en bestuurslid van de KNMB Pro Rege. Nu er weer volop gecollecteerd wordt voor het PIT nemen wij de toespraak van ds Smelik over uit PMT-Nieuws.

Gedenken
Ik wil in het licht van wat we in de heilige Schriften lezen een antwoord proberen te geven op drie vragen.

1. De eerste vraag: Wat is GEDENKEN?
Gedenken of herdenken is: terug- denken aan wat in het verleden is gebeurd.
Dat kun je op allerlei manieren doen. Te kunt met tevredenheid en trots op iets terug zien: 'Dat hebben we toch maar mooi bereikt!' Je kunt met weemoed terug denken: 'Dat is geweest; die tijd komt nooit weer terug!' Het kan op meer manieren. Maar wij willen vanmorgen hier op een Bijbelse Christelijke wijze herdenken. Dat houdt in, dat we niet maar terug denken vaan iets wat geweest is, gedenken er zó mee bezig zijn, dat je het verleden nieuw beleeft; anders gezegd: dat het weer werkelijkheid wordt.
Dan is zelfs niet belangrijk, of je er zelf bij bent geweest en er aandeel aan hebt gehad.
Wanneer Israël bijv. het Paschafeest viert; gedenkt het die geweldige daad van de God van Israël: de bevrijding uit de Egyptische slavernij, En als dan tijdens de Paschaviering in' de gezinskring de zoons de vraag stellen: wat betekent dit gebruik is het antwoord: Wij waren slaven van Farao in Egypte, maar de HEER heeft ons met een sterke hand daaruit geleid' - en dan zijn die 'wij' en die 'ons' mensen, die járen, eeuwen láter leven' en dat grote gebeuren niet zelf hebben meegemaakt.
Maar het gaat erom, dat heel Israël die bevrijding telkens opnieuw beleeft en er ook uit leeft, zó dat het zich in de werkelijkheid van dát moment ook echt als een vrij, bij God behorend en Hem dienend volk gedraagt. Op deze zelfde manier mag ook de christelijke Kerk telkens weer de offerdaad en de opstanding van. haar Heer gedenken en vieren: als een steeds opnieuw gesteld worden in de ruimte en de vrijheid van de dienst aan de Heer.
Wanneer wij hier in deze samenkomst zó gelovig gedenken, gebeurt dat goedbeschouwd niet vrijblijvend, voor de aardigheid, als een ophalen van herinneringen. De bedoeling is, dat dat gedenken actief en activerend is. Wat in het verleden is gebeurd .; dat, wat de Here God door mensen heen voor mensen tot stand bracht werkt dóór en zet zich vóórt in het heden, in ons. Dàt is gedenken in Bijbelse zin.

2. Dan ten tweede: Wat gedenken we?
We gedenken 'het werk van de K.N.M.B. Pro Rege, nu al gedurende 110 jaar. Wat is dat voor werk?
"Pro Rege', dat betekent: 'voor de Koning'. Voor wèlke koning; een menselijke of de Goddelijke Koning? Gezegend is het land, waar tussen die twee wèl een oneindig onderscheid maar géén tégenstelling bestaat. 'Gelukkig is het land, welks koning een edele is...', staat er in Prediker. Wat een zegen, wanneer er een koning is, die in zijn of haar regering iets laat doorschijnen van Gods rechtvaardige regering. Over zo'n koning gaat het in Ps. 72: iemand, die het volk naar recht en billijkheid bestuurt; die opkomt voor verdrukten; die. armen en zwakken te hulp komt; wiens bestuur net zo'n weldaad voor de mensen is als de regen voor de uitgedroogde grond...
Israëls koningen hebben daarvan soms iets waargemaakt, soms ook weinig of niets.
Israëls grote Zoon, Koning Jezus Christus, maakte deze Psalm ten volle waar. In Zijn Geest en opdracht zullen wij die zich naar zijn Naam noemen net als Hij recht doen aan verdrukten, hongerigen brood geven, eenzamen opzoeken, vreemdelingen gastvrijheid bieden . Daar hebt u het werk van Pro Rege, zoals dat - in alle menselijkheid en dus gebrekkigheid in onze tehuizen in praktijk wordt gebracht, Het is werk voor de grote Koning, naar wie wij ons christenen noemen.
Het is tegelijk ook werk voor de
menselijke koning, voor de aardse regering, voor allen die (om nu even een ouderwetse uitdrukking te gebruiken) "s konings wapenrok dragen'. Wij willen eraan denken en het opnieuw beleven, dat het de opdracht van de Heer is om - zoals we de apostel Petrus hoorden zeggen - gastvrij te zijn zonder tegenzin; onze gaven, zoals ieder die gekregen heeft, in elkaars dienst te stellen; woorden te spreken die door God zijn ingegeven; anderen een dienst te bewijzen uit kracht die God daartoe geeft.
Dàt is 'nu al 110 jaar lang', ondanks alle veranderingen, het werk van Pro Rege, waarvan wij geloven en belijden, dat God 'zelf ons daartoe de opdracht en de kracht heeft gegeven.

3. Tenslotte: Wat is de bedoeling van dit gedenken?
Die kan vanzelf duidelijk worden uit het antwoord op de vorige twee vragen.
Deze herdenkingsdienst is niet georganiseerd om een stuk kerkelijke trots en triomfalisme ten toon te stellen - zo van: 'Kijk eens wat het protestantse volksdeel tot stand heeft gebracht en ook 110 jaar lang in stand heeft weten te houden!' Het is evenmin bedoeld om in een -tijd,-waarin de ontkerkelijking in snel tempo toeneemt en ook het ledenbestand van onze Bond vergrijst en afneemt, nog krampachtig het beeld overeind te houden van een machtige, christelijke organisatie - als een bolwerk van trouwen activiteit dat meer dan een eeuw de tand des tijds heeft getrotseerd ...
We kunnen weten, dat de situatie van nu op bijna alle punten niet is te vergelijken met die van 1874.
We dienen te beseffen, dat de tijden van weleer niet meer terugkeren en dat we in déze tijd het werk 'Pro Rege' moeten doen. We mogen niet ontkennen, dat de organisatie van onze Bond in bepaalde opzichten verouderd is en dat we dus moeten zoeken raar nieuwe vormen en nieuwe wegen om onze doelstelling te verwezenlijken. Maar waar het gedenken van vandaag ons toe moge brengen is, dat we tegen elkaar zeggen en openlijk belijden: 'Wij, christenen":' van 1874 en - van 1939 en óók van 1984 en volgende jaren -, wij hebben de opdracht en wij krijgen de kracht om in navolging van onze Heer en in dienst van onze Koning onze medemensen gastvrijheid, vriendelijkheid, hulpvaardigheid en dienstbaarheid te betonen' . Dié opdracht blijft door de jaren heen dezelfde. En Hij, die daarvoor krachten geeft, is Dezelfde als zovele jaren geleden.

Hij wil ons, evenals de generaties vóór ons, inschakelen om jonge mensen tijdens het vervullen van hun dienstplicht – en dat betekent doorgaans in een bepaald niet makkelijke en vaak kritieke fase van hun leven – een brok geborgenheid en huiselijkheid te bieden. Hoe?
Welke vorm geven wij daaraan? Waaruit moet en kan in deze situatie het christelijke karakter van ons werk blijken? Wat is voor de huidige bezoekers van de tehuizen bijtijdse en tegelijk verantwoorde ontspanning? Hoe komen we aan voldoende financiële middelen om de dienstverlening op peil te houden? Dat zijn vragen en uitdagingen, waar we samen voor staan. Des te meer is het van belang om midden in alle bedrijvigheid samen even stil te staan en te GEDENKEN hoe mensen vroeger hun werk ‘Pro Rege’ hebben gedaan; puttend uit de Goddelijke bron van liefde die vindingrijk maakt en doorzettingskracht geeft, die muren doorbreekt en harten beweegt om metterdaad lief te hebben. We kunnen na 110 jaar veder – dankzij Hem, die ons in de vrijheid stelt en ruimte geeft. Dank aan God, de Heer, aan de vader van Jezus Christus, die kracht gaf en geeft om te dienen; wiens liefde uitgaat tot alle mensen, alle volken op aarde, wiens rijk van vrede en gerechtigheid wij in geloof en gehoorzaamheid mogen verwachten. Dank aan Hem, voor altijd.
Amen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief