Apostelen onderweg (1)
1984-06-22
Passeren of stilstaan- Jaargang 28
- nummer 25
Dat Petrus en Johannes toch weer naar de tempel gaan kan bij ons wel wat bevreemding wekken. Want wat hebben we daar nog te zoeken? Moet die tempel met zo gauw mogelijk leeg gehaald worden en omgebouwd tot een bedehuis? Moeten niet alle priesters zo gauw mogelijk ontslagen worden.
Gaan de apostelen soms. als slopers naar de tempel toe en roepen ze iedereen op eruit te komen? Nee, ze zeggen juist dat iedereen er anders in mag komen, inde naam van Jezus Christus) de Nazoreër, die tempelgangers tot de zijnen maakt.
In Handelingen 3 komt het tot een ontmoeting tussen Petrus en Johannes en de verlamde. Die ontmoeting onderstelt natuurlijk het uitgezonden zijn van de apostelen: Het was niet de bedoeling dat ze de gave van de Heilige Geest alleen voor zichzelf zouden reserveren, maar dat ze gedreven door die Geest de wereld zouden intrekken: Jeruzalem, geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde (Hand. 1 : 8).
Het is in die eerste fase van het uitgezonden zijn dat Petrus en Johannes een ontmoeting hebben met die verlamde bedelaar, die al zijn hele leven, meer dan veertig jaar (Handelingen 4 : 22), in armelijke omstandigheden had geleefd.
Doordat die bedelaar hen om een aalmoes vraagt, komt de ontmoeting tussen hem en de apostelen tot stand. Die vraag om een aalmoes kan nogal routinematig overkomen op de voorbijgangers: je raakt gewend aan de aanwezigheid van zo'n stumper bij de Schone Poort. (Dat die poort in het verhaal twee maal nadrukkelijk genoemd wordt, geeft de scherpe tegenstelling aan tussen de levensarmoede van de man en de rijkdom van de omstandigheden in zijn leefomgeving). De meeste mensen zullen ook wel voorbijgelopen zijn, hoogstens een enkeling die een aalmoes werpt 10 de richting van de bedelaar, zonder er letterlijk en figuurlijk bij stil te staan, terwijl toch Gods bedoeling voor de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob geheel anders
waren: In het land van melk en honing zouden, naar Gods wetten, geen bedelaars hoeven te zijn. Het leven moest zo georganiseerd zijn dat de "armen van het volk eten" (Exodus 23 : 11). In plaats van daaraan te denken en dus de hand in eigen boezem te steken zullen velen misschien wel als volgt geredeneerd hebben: die man is kreupel geboren, dus is het zijn lót, dat hem van hogerhand meegegeven is. En tegen dat lot kun je je niet verzetten; dus aalmoezen renderen ook helemaal niet.
Maar dat Petrus en Johannes bij hem blijven stilstaan, is een gebeurtenis van levensbelang voor die man. Ja, want je ziet toch zo vaak, dat in je nood veel medemensen slechts voorbijgangers zijn.
Bedelen of verwachten
De man vraagt een aalmoes en verwacht eigenlijk ook niet meer. Hij weet (nog) niet dat hij ook nog meer dan een aalmoes kan vragen. Maar hij wilde in eerster instantie eigenlijk niets anders dan zijn moeizame bestaan wat rekken in de hoop dat het eens nog wat dragelijker zou worden. Hij kon ook niet weten dat z'n leven niet alleen gerekt, maar ook vernieuwd zou worden.
Zolang Petrus en Johannes zich gewoon, onopvallend bewogen tussen de mensenmassa, die opging naar de tempel op het gebedsuur, viel de mogelijkheid tot levensvernieuwing buiten de horizon van de verlamde bedelaar.
Zolang er geen ontmoeting met het evangelie tot stand is gekomen, is er voor hem geen perspectief.
Wat verwachten wij van het evangelie, zoals dat in de bijbel tot ons komt? Wij kennen die bijbel, maar lezen het getuigenis van apostelen en profeten maar al te vaak a.h.w. in het voorbijgaan en dat betekent dat we van de bijbel eigenlijk niet veel verwachten, weinig meer dan een aalmoes een kleine troost. Tot een echte ontmoeting met die bijbel komt het dan niet, omdat die ontmoeting van onze kant uit eigenlijk geen mogelijkheid tot ontplooiing krijgt. Wij beseffen vaak niet en verwachten vaak ook niet dat de bijbel meer te geven heeft dan een geestelijke aalmoes, die een mens wat kan verzoenen met z'n lot en de omstandigheden waarin hij verkeert.
En vaak ook verlangen mensen nauwelijks iets dat de huidige levenswerkelijkheid te boven gaat.
Te kunt jezelf wel eens afvragen hoe je er ook toe zou komen om hoge verwachtingen te koesteren.
Immers in de stroom van b.v. de wereldliteratuur, die af en toe als een aalmoes een 'diepe gedachte' naar een mens toegooit, is de bijbel even onaanzienlijk als die twee Galilese vissers tussen de wetgeleerden en andere rijken die naar de tempel gingen.
Maar de prediking van het evangelie is onderweg naar het kapotgeslagen leven, naar het verrotte bestaan. Het evangelie staat stil bij het lot van een terneergeslagen mens!
Aalmoes of heil
"Zie naar ons", zeggen Petrus en Johannes: verwacht meer dan een aalmoes. Aalmoezen worden gegeven door mensen en machten, die niet werkelijk stilstaan bij de nood die er in het bestaan van een mens kan zijn.
Ze geven misschien wel met royale hand, maar ze passeren de eigenlijke nood van de medemens.
In Handelingen 3 voltrekt zich een wonder in dezelfde tijd als die waarin wij leven: de tijd tussen Pinksteren en Wederkomst.
En wij vragen ons vandaag wel eens af of die wonderen soms zijn verdwenen, want ook wij vandaag willen graag ondubbelzinnige blijken zien van Gods Koninkrijk.
Maar daarbij bestaat wel het gevaar dat we alleen voor onszelf uitkijken naar een "particuliere" verlossing, pasklaar voor onze omstandigheden. Maar dan keren we, wellicht ongemerkt, de bijbelse volgorde om: dan komt het wonder vóór het Evangelie.
Maar het eigenlijke van Handelingen 3 is niet het wonder, het mirakel, maar de prediking van het evangelie door de apostel Petrus.
Door die prediking en het onderwijs in Gods grote daden wil God mensen oproepen om 10 geloof te leven midden in alle noden en zorgen van de eigen werkelijkheid.
Zo is juist die prediking de weg tot meer-dan-een-aalmoes, de weg nl. tot het heil, dat God in Christus zijn gemeente van alle tijden en alle plaatsen bereiden wil.