Apostelen onderweg (2)

1984-06-29
  • Jaargang 28
  • nummer 26
Het wonder: meer dan goud en zilver
Niet het wonder der genezing op zich, maar de prediking van de naam van Jezus Christus is hetgeen waar deze gebeurtenis om draait.
Er moet duidelijk gaan worden wat de kracht van de verhoogde Heer, wat de Heilige Geest betekent voor Israël en de gemeente, voor de kerk en de wereld; aan het licht moet komen de wijze waarop Christus na Pinksteren over de wereld gaat.

En in dat kader staat het wonder dat ons in Handelingen 3 beschreven wordt en dat intussen niet minder een wonder is, dat we niet hoeven of mogen of kunnen uitvlakken, een wonder evenwel dat a.h.w. plaats vindt zonder enige voorbereiding: De man verwachtte geld van Petrus en Johannes.
Van geloof of hoop t.a.v. genezing is geen sprake. De Geest waait kennelijk toch echt wel waarheen hij wil, en bereikt mensen ondanks henzelf.
Er lijkt voor de apostelen geen enkele andere aanleiding aanwezig te zijn om zich speciaal met deze man bezig te houden dan alleen de mogelijkheid om de kracht te tonen van de naam van Jezus Christus. Er zullen daar rond het tempelplein wel meer bedelaars gezeten hebben die om een aalmoes vroegen.
"Zilver en goud bezit ik niet", zegt Petrus, "maar wat ik heb geef ik u": de verwachting van de man lijkt de bodem ingeslagen te worden, maar in wezen wil Petrus niets anders dan hem zijn verwachting in een radikaal andere richting laten ombuigen.
Maar hoe wist Petrus dan, dat hij geven mocht en geven moest?
Zeker niet zo maar, en ook niet op een geheimzinnige manier, maar heel duidelijk was de belofte die Jezus zelf zijn apostelen gegeven had: In nood en dood, zou Hij geven te spreken: Want gij zijt het niet die spreekt, maar de Heilige Geest" . (Marcus 13 : 11).
Aan allen die dicht bij Jezus leven, en geheel uit Hem, zal Hij geven te spreken en te handelen in alle omstandigheden.

Genezen in de Naam van Jezus Christus
Op de vraag wat Petrus dan wel heeft is niet te antwoorden met "kracht tot gebedsgenezing" of "wondermacht in pacht", maar wel met "genezen in de Naam van Jezus Christus" en dat betekent dan dat over die verlamde man "De Naam" wordt uitgeroepen en dan wel in het bijzonder de lange, volledige Naam; dat er zo nadrukkelijk staat de Naam van Jezus Christus, de Nazoreër, duidt aan dat de volle rijkdom van Jezus over deze man wordt uitgestort: alles wat Hij gedaan heeft en is en doet. De Naam van Jezus betekent dus de volledige werkelijkheid en heerlijkheid van Zijn persoon of anders gezegd: de aanduiding van het aanwezig zijn van Jezus Christus, de verhoogde Heer. In volle rijkdom en heerlijkheid staat de persoon van Jezus Christus zo ons voor ogen getekend in deze geschiedenis.
De genezen verlamde man is een teken van de heerlijkheid van Christus. Door deze gebeurtenis kan iedereen weten wat voortaan "de Naam" betekent.
In een wereld die vol zit van magie durven de apostelen zo te handelen door "de Naam". En de jonge christelijke gemeente heeft dat goed begrepen.
In het gebed van de gemeente na de vrijlating van de apostelen na hun arrestatie vanwege de genezing van de verlamde, wordt gevraagd om vrijmoedigheid tot spreken van Gods Woord temidden van allerlei dreiging voor Gods dienstknechten "doordat Gij uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus" (Handelingen 4 : 30).

Hoera voor het leven!
Als het erom gaat de reactie van de verlamde man op het geschenk, dat hij in de naam van de Heer ontvangt, te omschrijven, schieten woorden haast te kort om die intense levensvreugde in te vangen. De genezing in de Naam van Jezus betekent kennelijk ook dat het gewone leven weer mogelijk wordt: de verlamde wandelt weer, en juist dàt wekt verbazing en ontzetting bij het volk.
De reactie van het volk wijst er volgens Calvijn op dat de omstanders de werken van God in elk geval niet verachtelijk in de wind sloegen.
En Petrus lijkt ook wel hoop te hebben op een goede ingang voor zijn, op deze gebeurtenis volgende, prediking aangaande Christus.
Daar loopt het dus op uit.
Maar nog even terug naar de vreugde van de genezen verlamde man: Hij sprong op en stond en liep heen en weer (vs.8a): het is alsof hij zichzelf en anderen wil bewijzen dat het gewoon waar is, dat je in de naam van Jezus Christus op de beide benen op deze aarde kunt staan.
En het gaat nog verder: "En hij ging met hen de tempel binnen (vs. 8b), het is haast, zo niet helemaal en absoluut onmogelijk om het heil, het nieuwe leven, in je eentje te vieren. De gemeenschap is een voorwaarde voor het leven in en het groeien van de blijdschap over de vernieuwing van je leven.
De Heilige Geest maakt mensen van individuen-voor-de-poort tot feestvierders-in-de-gemeente. Natuurlijk wordt het individuele daarbij niet totaal opgeheven. Er staat dan ook in vs. 8b dat hij ging, maar ook mèt hèn!
Lopende en springende en God lovende: hij brengt eer aan de God van Abraham, Izak en Jakob (vs. 13) en aan de Leidsman ten leven, d.i. Jezus Christus, die door God is opgewekt. Er is dankbaarheid: je hoort de man a.h.w. roepen: Leve het leven, want het is me gegeven. (Vrij naar Buskes' Hoera voor het leven.) Vreugde, grote vreugde zelfs wordt ons hier getekend, vreugde die ook bij ons aanwezig mag zijn, vreugde over het heil van God in Christus, want als Zijn kracht dit wonder deed plaatsvinden, hoe groot en volmaakt zal dan de uitkomst zijn die wij mogen verwachten in de komst van Zijn Rijk!
En wat zullen wij dan anders doen dan uitzien naar- en bidden om de tekenen van dat Rijk in de gemeente van vandaag?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief