Pastorale notities
1984-06-29
In "Opbouw" van twee weken geleden stond een gedeelte van een artikel dat uit "De Reformatie" overgenomen was en waarin gewaarschuwd werd om zuinig te zijn met zware woorden. Als we zeggen: "Dit vraagt de Here van ons", of: "Zo spreekt de HERE", dan moeten we wel weten wat we doen en niets beweren waar we een kwarteeuw later niet meer achter staan.- Jaargang 28
- nummer 26
Ik moest in die week toevallig aan hetzelfde denken: het was immers de week van het raketten-debat in de Tweede Kamer en van de verkiezingen voor het Europese parlement.
Welnu. Ouderen zullen het zich herinneren evenals ik, hoe vele preken, inleidingen op de mannenvereniging en artikelen in de krant zich plm. 1950 kantten tegen, wat wij noemden, "het federalisme", het streven naar boven-nationale verbanden, het streven naar de eenwording van Europa. In de preken werd dit streven veroordeeld als het bouwen aan het nieuwe Babel; de "torenbouw" uit Genensis was een geliefde tekst en het is zelfs wel voorgekomen dat de uitgifte van Euro-cheques geplaatst werd in het teken van het Beest uit Openbaring: wie dit teken niet had, zou niet meer kunnen kopen en verkopen.
Een tweede motief dat een rol speelde, zo omstreeks 1950, was de mening dat de Koningin, of ons land, geen delen van souvereiniteit mocht afstaan.
Hier had het vijfde gebod mee te maken en hier werden de bijbelgedeelten geciteerd die van de overheid spreken en van de grenzen door God aan de volkeren gesteld.
Maar nu ijveren ook "vrijgemaakte" mensen ,voor zetels in het Europese parlement en zijn zij voor "Woensdrecht". Het gaat me nu niet om de aard van de wapens daar, maar om het feit dat ons land aan een vreemde mogendheid een militaire basis biedt, waarop die mogendheid wapens mag stationeren, waarvan zij, de V.S., het gebruik in eigen hand houdt. Dat is toch wel duidelijk het afstaan van nationale souvereiniteit.
Vroeger! Toen waren er mensen die ook ná de souvereiniteitsoverdracht, aan Indonesië, de regering daar, bleven zien als een rebellen-club en daarnaar ook handelden. Terwijl de koningin de souvereiniteit overgedragen had. Maar dat had dan niet gemocht, volgens "ons".
Ik vertel dit nu, omdat ik zelf debet sta aan dat verschijnsel.
Ik heb ook over de torenbouw gepreekt, ik weet het nog als de dag van gisteren. Maar ik zag een jongere zus van me in de kerk, en zij is niet vrijgemaakt.
Ik dacht: wat heeft zo'n meisje van achttien voor haar geloof nu aan mijn preek? Ik schrok er van en ik vroeg me af, waar ik mee bezig was. Zoals we toen preekten, dat werd door de gemeente "profetisch spreken" genoemd, maar we leerden door schade en schande er wat voorzichtiger mee om te gaan. Met de politiek, de economie enz.
Want het is niet altijd zo zeker, dat God het met onze opvattingen eens is.