Kinderbijbels (1)

1984-06-29
  • Jaargang 28
  • nummer 26
Op de vraag welke kinderbijbel het beste gekocht kan worden) is niet zonder meer een antwoord te geven.

In de eerste plaats is het belangrijk na te gaan voor welke leeftijdscategorie een kinderbijbel gezocht wordt en welk ontwikkelingsnivo het kind heeft.
Een kind maakt tussen zijn 3e en 14e jaar een sterke ontwikkeling door op verstandelijk, emotioneel, sociaal en godsdienstig gebied. Geen enkel boek is geschikt voor al die verschillende ontwikkelingsstadia. Elke leeftijdsperiode vraagt zijn eigen kinderbijbel met eigen woordkeus, zinsbouw en begrippen.
In de tweede plaats is er de vraag wie de kinderbijbel gaat gebruiken. Is hij bestemd voor een kind alleen, of voor ouders en kind samen? In dat laatste geval is het weer belangrijk of het ouders zijn met veel bijbelkennis, of ouders die zelf niet bekend zijn met de inhoud van de Bijbel.
Het is duidelijk dat er aan een boek, dat het kind alléén leest, andere eisen moeten worden gesteld, dan aan een boek, waarin ouders en kinderen samen lezen en waarover samen gesproken wordt. Als de ouders zelf niet bekend zijn met de Bijbel moeten aan de schriftgetrouwheid van de kinderbijbel hoge eisen gesteld worden, omdat de ouders niet in staat zijn eventuele fouten voor hun kinderen te corrigeren.
Een derde vraag, waarop het antwoord duidelijk moet zijn, is welk doel men met de kinderbijbel wil bereiken. Dat kan zijn het vergroten van de bijbelkennis van het kind. Ook kan het zijn dat men het kind wil laten meeleven met de geloofservaringen van de mensen, die in de Bijbel voorkomen. Anderen zien de Bijbel als een christelijk cultuurgoed en vinden dat het kind daarvan kennis moet nemen. Tenslotte zijn er ouders, die zich van God hebben afgekeerd, maar aan de bijbelverhalen uit hun jeugd fijne herinneringen hebben en daarom hun kind ermee kennis laten maken.
Daarnaast kan men zich ook nog afvragen met welk doel de auteur de kinderbijbel heeft geschreven.
Ging het hem om veel bijbelse feiten, om het overdragen van 'n cultuurgoed, om het weergeven van mooie verhalen of om het vertellen van Gods grote daden? Bij de aanschaf van een kinderbijbel is het goed er op te letten of de bedoelingen van de schrijver in overeenstemming zijn met die van de koper.
Tenslotte is het ook nog van wezenlijk belang, dat men acht geeft op het uitgangspunt van de schrijver en op de methode, die hij volgt bij het vertellen.

Gezien de bovenstaande punten is het geen wonder, dat er zoveel kinderbijbels op de nederlandse markt zijn, dat men van de bomen het bos soms niet meer kan zien.

Welke kinderbijbel voor welke leeftijd?
Bij de aanschaf van een kinderbijbel is het belangrijk te letten op de leeftijd en het ontwikkelingsnivo van het kind.
Tot een jaar of zes is de woordenschat en het begrippennivo van de kleuter zeer beperkt. Hij zal alleen zeer eenvoudige en concrete verhalen uit de Bijbel kunnen begrijpen, die hij het liefste steeds herhaald hoort.
Het kind kan nog niet abstract denken; daarom zijn de meeste godsdienstige begrippen onbegrijpelijk voor hem. De gewetensvorming moet nog beginnen; dientengevolge heeft het kind nog geen zondebesef. Het weet alleen dat het bepaalde dingen niet mag doen, omdat vader en moeder dat niet goed vinden.
Heel concreet kan het dan ook vergeving ervaren in de houding van vader en moeder, nadat het iets verkeerds deed, maar van zonde en verzoening begrijpt het niets.
Ook heeft het kind nog geen begrip van realiteit. Het verkeert nog geheel in de fantasieperiode, waarin alles kan. Met de bijbelse wonderen heeft het dan ook geen enkele moeite. Omdat tijds- en afstandsbesef nog ontbreken, heeft het geen inzicht in de geschiedenis van de Bijbel en in de chronologische volgorde van de verhalen, zodat de kleuterbijbel geen aandacht behoeft te geven aan de verbonds- of heiIsgeschiedenis.
Het kind van zes tot acht jaar wil graag zijn horizon verbreden en krijgt dientengevolge behoefte aan meer verhalen. Langzaam dringt met de vergroting van de zaakkennis ook enig besef van realiteit door. Het kind gaat begrijpen, wat kan en wat niet kan.
In deze tijd moet het kind leren, dat er verschil is tussen eigen fantasieverhalen en eventuele sprookjes, waarin weliswaar alles kon, maar die niet echt gebeurd zijn en de bijbelse verhalen van de wonderen, die wel gebeurd zijn.
Met het realiteitsbesef dringt ook langzaam het inzicht door in wetten en voorschriften met als gevolg een groeiend besef van goed en kwaad. De kinderbijbel voor deze kinderen kan spreken over zonde, tenminste als dat gebeurt aan de hand van een concreet voorbeeld. Straf en vergeving zijn ook te begrijpen en daarmee is de kern van het Evangelie aan kinderen van deze leeftijd uit te leggen.
In de periode van negen tot twaalf jaar zet zich de groei van het geweten en het zondebesef door. Het verzoenend lijden van onze Here Jezus Christus kan deze kinderen steeds duidelijker worden gemaakt. Belangrijk voor deze leeftijd is het doorbrekend tijds- en afstandsbesef, waardoor het kind rijp wordt voor geschiedenis en geconfronteerd kan worden met de verbonds- en heiIsgeschiedenis.
Bovendien bevordert het sterk ontwikkeld geheugen de mogelijkheid om veel bijbelkennis te verwerven.
Toch zullen ouders moeten bedenken dat de kinderbijbel wel een goede hulp is voor het bijbrengen van bijbelkennis, maar dat de godsdienstige opvoeding meer inhoudt. Het voorbeeld van de ouders èn de godsdienstige ervaringen van het kind in vieringen van zon- en feestdagen, in zang en gebed zijn even essentieel als de theoretische bijbelkennis.
Pas na het twaalfde jaar krijgt het kind inzicht in allerlei godsdienstige begrippen, omdat het abstracte denkvermogen doorbreekt.
De bijbelse principes behoeven niet meer aan de hand van concrete voorbeelden duidelijk te worden gemaakt; het kind kan zelf de Bijbel gaan lezen en begrijpen. Daar de bijbeltaal van de gangbare vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap nog vrij ver van de gewone omgangstaal afstaat, is het aan te bevelen voorlopig de jongere nog te laten lezen in vertalingen van bijbelgedeelten in eenvoudig nederlands of in de Groot Nieuws Bijbel.

Wie gaat de kinderbijbel lezen?
Bij het kinderevangelisatiewerk komt het regelmatig voor, dat men een kind een kinderbijbel geeft met de opwekking er maar veel in te lezen. Meestal betreft het dan een kind, waarvan de ouders buitenkerkelijk zijn en geen Bijbel in huis hebben. Dit kind zal de kinderbijbel in de meeste gevallen moeten lezen zonder de hulp en de stimulans van de ouders. Daarom zal het boek boeiend geschreven moeten zijn, zodat het kind het uit zichzelf pakt en gaat lezen.
Mooie illustraties en een prettige bladindeling stimuleren eveneens tot lezen. Veel moderne kinderbijbels voldoen aan deze normen. Zij zijn vaak een lust voor het oog en noden tot lezen.
Even grote eisen moeten er aan de inhoud van een dergelijke kinderbijbel gesteld worden. De woordkeus en de zinsbouw dienen eenvoudig te zijn en de bedoeling van de verhalen moeten zonder meer duidelijk zijn voor het kind.
Aan een kinderbijbel, die door ouders en kind samen wordt ge lezen, kunnen minder eisen worden gesteld, daar de ouder de aandacht van het kind kan bepalen, als het niet zo boeiend wordt beschreven en er met het kind over kan praten, als het geheel niet zo duidelijk blijkt te zijn.
Vragen en opdrachten kunnen samen beantwoord en gemaakt worden, niet begrepen zaken kunnen worden uitgelegd en het samen bekijken van de illustraties is gezellig en samenbindend.
Dat dit laatste verre de voorkeur verdient, is voor ieder wel duidelijk.
Het lezen kan uitlopen op het gezamenlijk aanbidden en vereren van de Here God door ouders en kind.

Welk doel heeft een kinderbijbel?
Het doel, dat men tracht te bereiken met een kinderbijbel zal voor een groot deel de keuze bepalen.
Mensen, die hun kinderen willen laten kennis maken met de bijbelse verhalen als achtergrond van de christelijke cultuur, zullen vrij gemakkelijk hun keus kunnen maken evenals degenen, die vinden dat het er nu eenmaal bijhoort en dat het nooit kwaad kan.
Moeilijker krijgen zij het, die vinden, dat een kinderbijbel nodig is om hun kinderen op een prettige manier veel bijbelkennis bij te brengen. De meeste nieuwere uitgaven zijn niet met deze bedoeling geschreven en bieden alleen de meest bekende verhalen, die bovendien weinig gedetailleerd beschreven zijn. Echte geschiedbeschrijvingen met veel bijzonderheden vinden we in de oudere kinderbijbels van Van der Hulst, Anne de Vries en Ingwersen.
Alleen de uitgave van Evert Kuyt uit het jaar 1977 legt ook grote nadruk op de bijbelse feiten.
Een opvallende tendens in de moderne godsdienstpedagogiek is de aandacht voor de religieuze beleving. Naast weten en begrijpen spelen waarneming, gewaarwording, beleving, ervaring en emotie een rol bij het zich eigen maken van de bijbelse waarheden.
De Here God spreekt in Zijn Woord over het liefhebben met geheel het verstand, geheel het hart, geheel het gevoel en al de krachten. Een mens is pas volkomen mens als verstand, hart, gevoel en de wil met elkaar in overeenstemming zijn. Aan de verschillende aspecten van de mens geeft de Bijbel aandacht in de veelkleurigheid en veelsoortigheid van de bijbelboeken. Geschiedenisverhalen worden afgewisseld door wetten, gebeden, lofliederen, boetepsalmen, beloften, troostwoorden, klachten, voorspellingen, bemoedigingen, enz., enz.
Enkele moderne kinderbijbelschrijvers hebben oog gekregen voor de eenzijdige opzet van de oudere kinderbijbels, die zich beperkten tot de bijbelse geschiedenissen.
Zij doen een poging de verhalen af te wisselen met liederen, gedichten, gebeden, vragen, opdrachten en verwerkingsmogelijkheden.
Zo proberen zij het totale kind met zijn emotionele, creatieve, sociale en cognitieve kant te betrekken bij de bijbelse boodschap. Voorwaar een prijzenswaardige poging.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief