Mild blijven in de pastorie

2008-03-28
  • Jaargang 52
  • nummer 7
Neem een willekeurige echtgenote van een man met een kantoorbaan.
Als hij een conflict heeft, steunt ze hem. Weet ze iets precairs over zijn baas, dan zet ze dat ook weer redelijk makkelijk van zich af. Die man komt ze toch niet tegen in het dagelijkse leven. Heeft een collega van haar man persoonlijke problemen, dan leeft ze op afstand mee. En zondag gaat ze naar de kerk om tussen vrienden, broers en zussen geestelijk voedsel tot zich te nemen. Even weg van de dagelijkse gang van zaken. Zo niet de predikantsvrouw.

De vraag die op de predikantsvrouwendag begin februari in Zeewolde daarom werd gesteld, was: hoe blijf je mild in de pastorie? Hoe blijf je mild, als je man het moeilijk heeft met mensen in de kerkenraad, die jij zondags weer tegenkomt? Of als je merkt dat een gemeentelid met persoonlijke problemen op zijn ziel wordt getrapt door gemeenteleden die van niets weten? En hoe blijf je mild als je op zondag niet even weg kunt van de dagelijkse gang van zaken, omdat het werk van je man en je privéleven door elkaar lopen?
Die vragen leven bij predikantsvrouwen in verschillende mate, omdat ieder in een eigen situatie en een verschillende fase zit: tegen de pensioenleeftijd aan, met pubers of met kleine kinderen, of nog maar net in het pastorieleven, zoals ondergetekende.

Doorschieten
Arine Brouwer van de Stagg reikte de predikantsvrouwen het kernkwaliteitenmodel van Daniël Ofman aan.
Kernkwaliteiten zijn de specifieke sterktes van een persoon.
Schiet je echter door in een kwaliteit, dan wordt die juist je zwakte, je ‘valkuil’.
Brouwer vond daar iets duivels in zitten: geef een positieve eigenschap een zetje en een slechte eigenschap is geboren. Te veel daadkracht ontaardt dan bijvoorbeeld gemakkelijk in drammerigheid.

Irritatie
Om je goede kwaliteit (bijvoorbeeld daadkracht) uit te bouwen, zou je moeten werken aan de kwaliteit (geduld) die daar tegenover staat, je ‘uitdaging’. Dan ontstaat een evenwichtig karakter.
Komt een daadkrachtig iemand een passief persoon tegen, dan zal dat irritatie opwekken.
Ofman noemt dat een allergie. Een allergie heeft altijd te maken met een sterke eigenschap van jezelf, maar ook met een doorgeslagen sterke eigenschap van de ander (wanneer bijvoorbeeld geduld ontaardt in passiviteit).

Leren
Erger jij je aan een bepaald persoon, dan kun je je afvragen in welke goede kwaliteit hij of zij is doorgeschoten.
Als iemand bijvoorbeeld alleen maar grapjes maakt, dan is dat een doorgeschoten vorm van de goede eigenschap humor. En als jij je irriteert aan iemand die alleen maar grappig wil zijn, zou je eigen valkuil zwaarmoedigheid kunnen zijn. En je sterke eigenschap dingen serieus nemen.
Je kunt iemand weer leren waarderen als je een goede eigenschap achter de doorgeschoten vorm kunt zien.
En je leert tegelijk waar jij zelf aan kunt werken (uitdaging): aan de sterke eigenschap, die achter de doorgeschoten vorm schuilt van degene aan wie jij je ergert.

Overbetrokkenheid
Op basis van die theorie spraken we door over verantwoordelijkheidsgevoel en overbetrokkenheid. Die eigenschap herkenden velen van de vrouwen.
Verantwoordelijkheidsgevoel is een kernkwaliteit. Je valkuil is dan oververantwoordelijkheid met de bijbehorende overbezorgdheid en stress.
Je ergert je dan vooral aan flierefluiters, die een teveel aan relativeringsvermogen hebben.
Zo leer je ergerlijke mensen vanuit hun sterke eigenschap te bezien, ook al is die op dat moment doorgeschoten.
Zo blijf je mild. Tegelijk leer je door deze mensen je eigen uitdaging kennen, datgene waarin je zelf nog moet groeien. Dat maakt zelfs ootmoedig…

Pietluttigheid
Een ander voorbeeld was de omgang met een heel pietluttig iemand, die op vergaderingen graag muggenzift.
Het goede wat je in deze persoon kunt herkennen, is accuratesse. Het teveel wordt dan muggenziften. Als je last hebt van zo iemand, dan heb jij zelf waarschijnlijk creativiteit als kernkwaliteit, of je bent iemand van de grote lijnen. Jouw valkuil is dan weer chaos of het uit het oog verliezen van details. Als je wat meer leert van de kernkwaliteit van de ander, dan is de kans groot dat je je minder ergert aan de doorgeschoten vorm ervan.
De theorie werkten we uit met twee kaartjes; één voor een kernkwaliteit van jezelf, de andere voor je uitdaging: welke eigenschap zou je graag meer willen hebben.
De middag werd besteed aan de vraag wat het wezen van de taak als predikantsvrouw is. Het grappige was, dat er net zoveel visies als vrouwen waren. Eén van de vrouwen had de gave van cabaret. Met veel verve werden te nieuwsgierige mensen neergezet.
Die graag in je boodschappenwagentje meekijken. En het nog lieveren dan héél klein beetje aangediktdoorvertellen.
Wat zou de kernkwaliteit van roddel zijn? Meeleven? Of goed verhalen kunnen vertellen?

Machteld van Baardewijk is juriste van beroep.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief