Indrukken van de tiende Liedboekdag
1984-06-29
Zaterdag 26 mei werd in de Grote of Lebuïnuskerk te Deventer de tiende Liedboekdag gehouden. Er waren bijna geen stoelen genoeg voor de 1250 deelnemers) die uit alle delen van Nederland en zelfs uit het buitenland waren samengestroomd.- Jaargang 28
- nummer 26
Deze dag vond plaats onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van de hervormde en geref. commissies die op dit terrein werkzaam zijn.
Ook al zijn onze kerken niet regelrecht bij deze Liedboekdagen betrokken) toch leek het me goed u via ons blad enige indrukken van deze dag weer te geven. Het kan ons nieuwe kerkmuzikale impulsen geven.
Deelnemers en doel
De Liedboekdag is bedoeld "voor al die kerkgangers die met vreugde en overgave de liederenschat van de kerk willen behartigen."
Onder hen bevinden zich veel koorleden, cantores, organisten en voorgangers. Zij kijken elk jaar naar deze dag uit, die een soort verjaardagsviering is van de aanbieding van het Liedboek op 19 mei 1973 in Middelburg.
Zij vinden het een ervaring om in een eeuwenoude en goedklinkende grote kerk onder deskundige leiding te zingen. In eigen gemeente hebben ze vaak te maken met enkele beperkende omstandigheden: b.v. een kerk met een slechte acoustiek, soms weinig kerkgangers, een klein cantorijtje, een minder goed funktioneren van de kerkmuziek in de erediensten en een moeizaam op gang komende liturgie.
De deelnemers zijn gekomen om de lof en de aanbidding van de Heer, hun God uit te zingen.
Allerlei kerkliederen worden er op een inspirerende en enthousiaste manier gezongen.
Op zo'n dag staat uiteraard het Liedboek voor de kerken centraal.
Het bestaat nu wel elf jaar, maar het is niet echt in alle gemeenten bekend en vertrouwd.
Een vrij groot aantal liederen blijft vrijwel ongezongen in de meeste gemeenten, wat blijkt uit een enquête van de Interkerkelijke Stichting voor het kerklied, gehouden in 1982. Daarom is het goed als er nog steeds uit het Liedboek geoefend wordt.
Daarnaast wordt er gewerkt aan het doorgaaan van de lofzang.
Nieuwe liederen worden gemaakt en beproefd. Ook dit aspekt komt op de Liedboekdag aan de orde.
Het morgenprogramma
Terwijl het kerkgebouw nog volstroomt valt op hoe de sfeer van een vreugdevol samenzijn er meteen al is. Mensen begroeten elkaar, drinken samen koffie, of bezoeken de boekentafels, die in een gedeelte van het rechterschip staan opgesteld.
Er bevinden zich uitgaven van de Commissie voor de kerkmuziek, de prof. dr G. van der Leeuw-stichting, het Centrum voor de Kerkzang en Zoet Hout Goed Koper (organisatie van hout- en koperblazers).
Om 11 uur begon het morgenprogramma met het zingen van psalm 5.
De opgave van alles wat gezongen zou worden en de muziek van een enkel nieuw lied was de deelnemers van de Liedboekdag van te voren toegestuurd met het doel dit v66raf in te studeren.
Zo kon zonder enige voorbereiding psalm 5 in beurtzang tussen mannen- en vrouwenstemmen klinken, terwijl het eerste en zevende vers door allen werd gezongen.
Vers vier was een "orgelvers": de organist speelde een bewerking en de gemeente las het vers mee.
Deze beurtzang was indrukwekkend mooi! Onbegrijpelijk is het dat deze vorm van zingen niet veel vaker in de erediensten te horen is.
Het is bij uitstek een "schriftuurlijke"zangpraktijk.
Kijkt u er de psalmen maar op na.
De datum van de Liedboekdag bracht mee dat een speciaal accent gelegd werd op liederen rond Hemelvaart en Pinksteren.
Daarom ontbrak ook psalm 47 niet op het programma. Na enige oefening werd dit jubelende kroningslied in z'n geheel door allen met overgave gezongen tot lof en eer van de verheven Heer (strofe 3).
Wat betreft psalm 104, hadden de leden van de commissie voor de Kerkmuziek niet gekozen voor de strofevorm zoals wij die in onze bundel bezitten, maar voor een onberijmde verkorte versie.
Zij hebben uit het Katholieke repertoire geput en wel uit de onlangs verschenen bundel "Gezangen voor liturgie". Het Studentenkoor van het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek te Utrecht zong de onberijmde tekst, waarin de Heer geprezen wordt om zijn schepping. Deze meerstemmige compositie van Albert de Klerk werd viermaal onderbroken door het refrein, dat luidt: 1. Zend Gij uw Geest, uw werken ontstaan; het gelaat van de aarde vernieuwt Gij.
2. Waar wij allen bijeen zijn in liefde tesamen, daar vinden wij God in ons midden.
Het tweede gedeelte van dit refrein werd steeds door alle aanwezigen ten gehore gebracht.
Een opmerkelijk aantal bijbelliederen uit het Liedboek werd in de morgenbijeenkomst ingestudeerd.
Dat was allereerst gezang 32 "Hoe lieflijk, hoe schoon zijn de schreden op bergen, hoog in 't licht van wie zich met een woord van vrede en heil tot Sion richt". Het lied is door Jan Wit gedicht naar Jes. 52: 7-10 en Rom. 10: 15 en wordt gezongen op de wijs van psalm 52.
Ook hier werd weer beurtzang toegepast: 1. allen, 2. vrouwen, 3. orgel, 4. mannen, 5. allen.
Gezang 76, "Zie hoe de mensen heengaan", gedicht door Willem Vogel naar aanleiding van Joh. 6 : 66-69, kon, na wat meer studie dan het vorige lied, pas goed klinken.
Dit kwam vanwege de minder bekende, (maar mooie!) melodie.
De drie strofen openen met een solo en sluiten met een vierregelig refrein, wat als volgt verdeeld werd: strofe 1: solo door het koor refrein door allen strofe 2: solo door allen refrein door het koor strofe 3: solo door het koor refrein door allen Men kreeg zo een schitterende afwisseling tussen gemeente en koor (cantorij). De begeleiding door koperblazers van gezang 78, gaf een stralend geheel aan het lied ("Laat me in U blijven, groeien, bloeien", bij Joh. 15 : 1-
8 op de melodie van "Wie maar de goede God laat zorgen"). Tot nog toe waren we op vakkundige wijze op het magistrale orgel begeleid door de organisten Gijs van Schoonhoven en Kees van Eersel, die later op de dag ook als cantor optraden. In onze gemeenten zouden we ook kunnen komen tot het vormen van speelgroepen naast of in combinatie met orgel.
Het laatste lied vóór de middagpauze was gezang 96 "Wordt krachtig in de Heer", naar Efeze 6 : 10-18, weer met begeleiding van koperblazers.
Alle zeven strofen werden gezongen, waarvan de vierde en zevende strofe voor rekening kwam van het koor.
Het middagprogramma
In de middagpauze konden we genieten van een beiaardconcert op het carillon van de kerktoren.
De beiaardier RoeI Smit improviseerde op de liederen die deze dag gezongen werden. Aan het begin van het middagprogramma werden de deelnemers aan de Liedboekdag onthaald op een Intrada van koperblazers.
Hierna moesten ze zelf weer aan het werk. Na een korte oefening werd gezang 16 “Gij volken looft uw God en Heer" in een vierstemmige zetting en zonder begeleiding door allen gezongen.
Het tweede vers klonk vooral erg zuiver, terwijl alle partijen gelijkmatig verdeeld waren.
Een bijbellied van Willem Barnard en Frits Mehrtens, dat gaat over een man die zijn gelaat in de spiegel beschouwt en heeft, nadat hij heengegaan was, terstond vergeten hoe hij er uitzag, is gezang 104 (naar Jacobus 1 : 22-25).
We studeerden het in onder leiding van Willem Vogel, waarbij het doorgaan van de regels zonder onderbreking van een rust een moeilijkheid vormde.
Gezang 92 "Al kon ik alle talen spreken, maar had de liefde niet" naar 1 Cor. 13, was het laatste bijbellied van deze dag.
Het is zeker een mooi lied, maar moeilijk voor een gemeente vanwege het ritme.
De volgende interssante afwisseling was aangebracht om toch alle verzen te kunnen zingen: 1. allen 4-stemmig 2. allen 1-stemmig 3. vrouwen 4. allen 4-stemmig 5. mannen 6. allen 4-stemmig Twee gezangen die niet tot de bijbelliederen gerekend worden, maar toch wel een sterke bijbelse achtergrond bezitten, werden in hun geheel gezongen. Het waren gezang 233, een Hemelvaartslied en gezang 245, een Pinksterlied.
Een bijzonderheid in het middagprogramma was verder nog de uitvoering van het Pinkstermotet, gecomponeerd door Adriaan Schuurman. Het Studentenkoor zong de onberijmde tekst van psalm 42 en 43, terwijl de gemeente de melodie van gezang 239 uitvoerde. Zo smolten verschillende melodieën samen tot een machtig geheel. Evenals dat 's morgens het geval was, kwam ook 's middags een andere bundel aan de orde dan het Liedboek.
Het is "Zingend geloven", samengesteld op verzoek van de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied en uitgegeven door de Prof. dr G. van der Leeuwstichting te Amsterdam, in een losbladig systeem om de voorlopigheid er van aan te geven. De serie liederen "voor de gemeente van nu" vormt een aanvulling op het Liedboek en kan uitgebreid worden.
Het is alleen te verkrijgen bij de Van der Leeuw-stichting. Het lied dat we te verwerken kregen was gloednieuw, gedicht door Willem Barnard en op muziek gezet door Willem Mesdag. De titel ervan luidt: "Bij God is geen schijn of schaduw" naar aanleiding van Jacobus 1: 17-21. Daarom past hier als keervers bij: "Alle goede gave en volmaakte gift komt van God de Vader, onbereikbaar licht".
De aanwezigen werden verdeeld in twee groepen. Zo werd in deze vorm van beurtzang het gehele lied vol overgave gezongen (acht strofen). Het keervers werd steeds na twee verzen door allen aangeheven.
Door al deze indrukken hebt u een beeld gekregen van de Liedboekdag 1984. Wij kunnen er onze winst mee doen in de eigen gemeenten, niet om alles precies over te nemen, maar om bepaalde facetten van wat aan de orde was, en waar wij wat in zien, te gaan beproeven.
Zo houden wij de lofzang gaande, tot eer van onze God.