Pastorale notities

1984-07-13
  • Jaargang 28
  • nummer 27
Wij hadden vroeger een schoolplaat van een stad in de negentiende eeuw, een schildering van buiten de poort; de stad was met een wal omgeven.
In diezelfde eeuw of in de tegenwoordige zijn de meeste stadsmuren en -wallen geslecht.
Ze boden toch geen bescherming meer tegen de vijand, ze hinderden de groei van de stad en volgens de dokters waren ze slecht voor de volksgezondheid: er was veel t.b.c. en het was beter dat de stad doorwaaien kon. Er is hier wel enige moraal uit te trekken met het oog op vandaag: de Godsstad moet geen muur hebben omdat ze dan zich niet voldoende uitbreiden kan en een muur heeft ze ook niet nodig, want God is een muur van vuur rondom haar, Zach. 2: 1-5.
Maar je ziet nu nieuwe wallen rondom de woonplaatsen; het zijn geluidswallen of schermen tegen de vijand van deze tijd: het lawaai; vooral dat van de snelweg. Onderzoekers hebben al aangetoond, dat lawaai dodelijk kan zijn voor de mens, om van het dier dan nog maar niet te spreken.
Zo word je dan wel eens bepaald bij psalm 65, speciaal wat de nieuwe berijming betreft: "De stilte zingt U toe, 0 HERE, in uw verheven oord".
Ik heb in een theologisch commentaar gelezen dat die "stilte" er niet in hoort, er zou hier een kwestie zijn van onjuiste "vocalisatie", maar ds F. van Deursen behoudt de stilte in vers 2. (Zie zijn boek in de reeks "De voorzeide leer", Psalmen I). Hij legt duidelijke teksten naast elkaar, waarin van de stilte gesproken wordt en hij betrekt die op psalm 65, de stilte is de tijd van verootmoediging; er dreigt droogte en dus honger.
Van Deursen ziet hierin geen aanwijzing voor een algemeengodsdienstige "stille tijd"; hij leest de psalm zo, dat de stilte gebráken wordt door de lofzegging.
Met dat laatste kan hij het grootste gelijk hebben, ik zal niet met hem van mening verschillen, maar misschien is hij eventjes te weinig poëtisch geweest.
Ik kan nl. de stilte horen zingen en bidden.
Het opschrift boven deze "notitie" heb ik aan ds v. Deursen ontleend; hij noemt psalm 65 een zomerpsalm en ik hoop dat velen de stilte deze zomer horen zingen tot lof van God, of het nu zo in psalm 65 bedoeld is of niet. Ik heb dat eens meegemaakt in een kerkje tussen de Alpen. Daar werd psalm 65 gezongen; de dominee had op die stilte in de psalm gewezen en gezegd dat we na dat vers een poosje stil zouden zijn.
Wat een weldaad bleek dat te zijn. Dat het orgel stil was. Dat de dominee zich een tijdje stilhield!
Dat kan nl. voor de gemeente ook een verademing betekenen. Dat je eens echt bidden kon en nadenken, samen met die anderen, die je niet kende maar van wie je zag dat ze, net als jij, met al hun zorgjes en vreugden God zochten. Maar een landgenoot zei, na de dienst, nog vóór het kerkportaal: "Vond U die stilte ook zo beklemmend?"

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief