Correspondentie
1985-01-11
De kabbelende stroom moet even worden onderbroken. Om twee redenen. De eerste is: dat nu en dan reacties, telefoons en brieven binnenkomen, waar wel eens op mag worden ingegaan. Dat zou in de vorm van een verzamelartikel kunnen. En, daar gaan we dan.- Jaargang 29
- nummer 2
Praehisterle
"U schrijft" - aldus een lezer te Houten - "in uw artikel over Samos over beenderen van praehistorische dieren, welke miljoenen jaren oud zijn. Hoe kunt u deze bewering rijmen met de gangbare christelijke opvatting dat de aarde met de levende wezens, zoals mens en dieren, ongeveer 6000 jaren oud is?
Volgens moderne berekeningen kan de omvang van de wereldbevolking van Adam en Eva af tot heden ontstaan zijn. En volgens het scheppingsverhaal zijn de dieren toch in dezelfde week (als de mens) geschapen. Zelf vind ik het ook een moeilijk probleem, omdat er veel gevonden wordt dat er op wijst, dat de aarde veel ouder is dan wat wij menen uit de Bijbel te kunnen afleiden".
Het probleem van deze briefschrijver is ook mijn probleem.
Volgens de modernste ouderdomsbepaling (de 14-C methode) komt men op getallen van miljoenen jaren. Aan deze z.g. carbonmethode kleven echter ook al weer grote fouten: onder meer. .. dat deze veel te hoge ouderdom zou willen aangeven.
En wie ben ik, dat ik het beslissende antwoord zou weten?
Maar er zijn inderdaad fossiele vondsten, die onomstotelijk op veel vroegere data voor de schepping uitkomen dan 6000, jaren. Daar hoef je geen evolutionist voor te zijn. Geeft de Bijbel ons dan een onwaar beeld?
Volstrekt niet. De Bijbel geeft ons het beeld, dat eeuwen lang van mond tot mond was overgeleverd en dat uiteraard begon bij de schepping van de mens. Maar de Bijbel kan niet gebruikt worden om de wereldkalender af te lezen. Een bioloog, wie ik eens vroeg wat hij dacht van dit probleem in verband met zijn geloof, antwoordde: mijn geloof is mijn geloof, maar mijn vak is mijn vak, en beide komen niet in botsing.
Nog een opmerking. Wanneer de mens ongeveer 6000 jaar geleden is geschapen, hetgeen zonder moeite aanvaard kan worden, dan is daarmee nog niets gezegd van de praehistorische dieren. Want dat de totale schepping binnen 1 week zou hebben plaats gevonden, is (voor mij althans) niet zeker. Wijlen dr A.Kuyper zei op college (zo vertelde mij vroeger mijn goede Vader): of die scheppingsdagen nu 24 uren of 1000 jaren hebben geduurd, mijne heren, zou ik u niet kunnen zeggen; ik ben er niet bij geweest".
De verloren tien stammen
Tijdens het verschijnen van mijn serie in de afgelopen zomer werden mij enige knipsels uit "Trouw" toegezonden. Van meer dan een zijde. Dr K. A. D. Smelik maakte daarin een reeks grapjes over Israëlieten, die, in ons land aangekomen, plaatsnamen verzonnen die uit het Hebreeuws stamden.
Het zal elke inzender van die knipsels echter bekend zijn, dat ik van de tien verdwenen stammen alleen de Kelten genoemd heb, die vrijwel bewijsbaar van Israël afstammen. Over Nederland maakte ik geen speculaties (al kan ik het niet helpen dat ook hier Kelten woonden). En dr Smelik's speciale vondst, dat Brit (= Verbond) iets niet Brit te maken zou hebben, kwam uit zijn pen, niet uit de mijne. Hier te lande is die vondst trouwens allang taalkundig weerlegd, maar dat wist dr. Smelik niet.
Het is onder deskundigen gebruikelijk, het serieuze onderzoek naar Gods verbondsvolk (dragers van Gods onberouwelijke beloften!) met grapjes afte doen. Daar steekt, naar ik vrees, niet het werk van de Geest achter. Anders zouden deze deskundigen, theologen zelf het onderzoek wel ter hand nemen.
De ark van Noach
Dezelfde schrijver deelde spottend mee, dat de ark van Noach ;,voor de 25e keer was ontdekt".
En ja, daarover had zijn bloedeigen "Trouw'’ op 27-8-84 een vrij onnozele mededeling geplaatst.
Wie een beetje vertrouwd is met de literatuur over, de restanten van de ark op de berg Ararat (op de grens van Armenië en Turkije): wie de rapporten vanaf 700 vC. tot de vorige eeuw, rot de huidige eeuw, en tot de laatste jaren kent, weet, dat deze gegevens geheel overeenkomen met Genesis 7 en 8.
Op mei 1978 hebben we op deze plaats dr J. W. Ouweneel's boek "De ark in de branding" besproken.
Onlangs hebben we de documentaire "Op zoek naar de ark van Noach (van David Balsiger en C. E. Sellier jr.) nog eens gelezen. De bewijzen zijn veelvoudig en onweerlegbaar: de houten restanten van de ark liggen goed geconserveerd op de berg Ararat, ruim 4000 meter hoog, ver boven de boomgrens, in sneeuwen ijs. Daarover vallen geen grapjes te maken.
Nogmaals de tien stammen
Vanuit Paramaribo kwam, naast veel lof, een schertsend gedicht over het onderzoek naar de Xstammen. Wij nemen dat niet op, daar het niet staat op het niveau van serieus onderzoek als waar wij naar streefden. Wanneer men schrijver dezes, op grond van een vondst of een uitdrukking, in een club of hoekje wil duwen waar hij niet In past, werk ik daar liever niet aan mee. Laat men maar lezen wat ik wèl schreef - niet wat ik wegliet. Overigens gaf deze briefschrijver enkele tips inzake litteratuur. Dank daarvoor.
Het boekHenoch
Per abuis schreef Ik (23 nov. jl.) dat Judas, in zijn brief Henoch . aanhalend, aldaar de geschiedenis van Michael en de Boze had aangetroffen. Niemand corrigeerde mij - dus doe ik dat zelf maar. De geschiedenis van Michael en de Satan over het lichaam van Mozes staat niét in het boek Henoch; wel citeerde de apostel Judas drie zinnen uit het boek Henoch.
Engelen op uw weg
In het boek van dr H.C. Moolenburgh, waarover hier uitvoerig gehandeld is, komen diverse waarnemingen van engelen voor. De verschijning is altijd onopvallend, als in Abrahams tijd.
De gedienstige geesten komen iemand onder het oog, gekleed in onze gewone kleding. De schrijver noteerde een geval van een boerenknecht, in overall gekleed, die achteraf bleek een engel te zijn geweest. In een fabrieksstad werd iemand in werkkleding met een lunchtrommeltje gezien, die een engel was.
Zo kan ik aan het verhaal van de verloren tas in de Parijse ondergrondse toevoegen: dat de beide helpers jonge Afrikaanse negers waren. Maar wel engelen. En dan wil ik graag nog een andere verschijningsvorm vermelden. Onlangs besprak ik het boek "Engelen" met een emeritus predikant uit Oban, die hier was voorgegaan en bij ons de koffie gebruikte. Begrijpend dat ik de inhoud van dit boek volkomen aanvaard, nam hij mij in vertrouwen.
"Een met mij bevriende hoogleraar te Aberdeen was, met een ander, in Ohina geweest op het moment van een revolutie. Beiden werden als vreemdelingen in het gevang gestopt en wachtten op een zekere dood. Dat deden ze net als Paulus en Silas, biddende en psalmzingende.
Toen ging de deur open. Een mandarijn verzocht hen, hem te volgen. Ze volgden hem, alle gangen en deuren van de gevangenis door, tot ze buiten kwamen.
Een straat verder salueerde de mandarijn. hoffelijk en was verdwenen. "
En - vroeg ik hem ademloos - is dit geval gepubliceerd? - "Wel- nee", was zijn antwoord, "wie in dit land zou het geloven, denk je? Maar ik weet dat het waar is".
Waar bleef Jeremia?
Vanuit Canada raadde mij een welwillend lezer aan, kritisch te zijn met Ierse bronnen. Daar luister ik graag naar, hoewel niet begrijpend waarom men met Ierse bronnen meer kritisch zou moeten zijn dan met bijvoorbeeld Romeinse. In elk geval reikte hij mij enige lectuur aan, om breder belichting te geven. Daar ben ik dankbaar voor.
Ondanks kritiek en bijval van diverse kanten blijf ik erbij, dat de afloop van Jeremia's veelbelovend leven - zoals die door dr Aalders werd doorgegeven nergens naar lijkt. Wanneer die christelijke overlevering" door iemand geprefereerd wordt, mag niemand dat kwalijk nemen. Ik echtèr kan er mij niet in vinden, dat
a) die overlevering zes eeuwen van mond tot mond zou zijn gegaan, eer zij christelijk werd;
b.) dat de moordenaars, die Jeremia gestenigd zouden hebben, dat verhaal zelf aan hun kinderen en kindskinderen zouden hebben doorverteld:
c) dat die moordenaars, wier messen 2lO los in de schede staken, een religieus doodvonnis zouden hebben voltrokken;
d) terwijl naar het Bijbelwoord al die rebellen in Egypte een spoedige dood zouden vinden.
Eerlijke studie van de Bijbel zal de lezer overtuigen, dat voor Jeremia nog een heel levenshoofdstuk was weggelegd. Dat is hem herhaaldelijk en ondubbelzinnig van Godswege beloofd, al zwijgt de Bijbel over het vervolg, Maar wanneer enige landskroniek hier bij aansluit, lijkt mij dit een serieuze overweging waard. De lezer zal overigens opgemerkt hebben, dat ik niet met zekerheid -vaststelde, dat Jeremia in Ierland is geweest. Ik stelde alleen de hoge graad van waarschijnlijkheid.
Iemand schreef me dat dit artikel elders werd overgenomen, zonder commentaar.
VerValste handschriften
Een bevriend lezer te Amstelveen wees mij er op, dat veel manuscripten "vervalst" zijn.
Nader: dat de heiligenverhalen dikwijls in de loop der jaren zijn opgesmukt.
Dat wil ik graag geloven. We behoeven maar naar de Roomse heiligenverhalen te grijpen, om hiervan overtuigd te worden. In mijn artikel over Columba (17 februari) heb ik dat goed doen blijken: "Zoals bij alle beschrijvingen van heiligenlevens komen er wel wat veel wonderen in voor. De lezer is vrij ze al of niet te geloven",
Ziekte en herstel
De andere reden waarom deze artikelen zouden kunnen stagneren is, dat ik vanwege enkele maanden ziekte door mijn geschreven voorraad heen ben. Ja, na 45 jaren was ik voor 't eerst weer eens ernstig ziek en onze dokter zei: je mag je niet beklagen, misschien blijf je nu wel weer 45 jaar gezond. Alle vrienden in het vaderland, die ervan op de hoogte waren, leefden mee en droegen bij aan mijn herstel.
Maar het belangrijkste van alles was, dat een plaatsvervangend dokter zei: dat genezing niet van dokters en medicijnen afhangt, maar door gebed van Boven moet worden verkregen. Hij was de eerste arts, van wie ik dat hoorde. En ik vind dat het vermelden waard