Pastorale notities

1984-08-03
  • Jaargang 28
  • nummer 28
Agadir is bekend geworden in 1960. Op 29 februari van dat jaar was er 's avonds om ongeveer kwart voor twaalf een zeeschok die zich voortzette naar de berg waarop het oude Agadir was gebouwd. In veertien seconden werd de stad tot een ruïne en stierven er ongeveer zestienduizend mensen.
Agadir was een geheel ommuurde 'stad, een kasbah, boven op de berg en een wijk onderaan de berg vlakbij de haven. Van dat oude Agadir is vrijwel niets meer over. Als je boven op de berg bent zie je stukken muur, één niet in elkaar gestorte poort en een heleboel puin.
Het nieuwe Agadir is een moderne plaats, in korte tijd gebouwd, met veel hotels en appartementen, geheel gericht op het toerisme want in Agadir schijnt de zon 317 dagen per jaar, is de temperatuur inde winter nooit lager dan 16 graden en zomers nooit hoger dan 27 graden; bovendien regent het er zelden. Voor toeristen een ideale plaats.
Het oude Agadir bestond al in de zestiende eeuw. Het was een belangrijke handelsplaats, ook de Hollanders deden zaken in Agadir. Je staat even te kijken als je boven de enige overgebleven poort van de oude stad in het nederlands ziet staan de bekende tekst uit 1 Petrus 2: Vreest God ende eert den Koning, met daaronder het jaartal 1746. De tekst staat er ook in het arabisch. Als je met inwoners van Agadir hierover praat geloven ze je niet.
Ze moeten het dan eerst zien. Ik sprak een paar jaar geleden een man die bij de ramp in 1960 zijn hele familie verloor. Hij kan wat er in die nacht gebeurde navertellen. Hij heeft het meegemaakt: de dreiging en het lawaai, het geschreeuw en de grote stilte. Het kostte hem moeite erover te praten. Hij werd tijdens de ramp gewond, kwam in een noodziekenhuis terecht, woonde een tijdlang buiten Agadir, ging toch weer naar die plaats terug om er een winkeltje te beginnen, maar ging nooit meer de berg op; hij wilde de ruïne niet meer zien.
Nadat ik een paar keer met hem had gepraat vroeg ik hem of hij met me mee wilde naar boven.
Eerst weigerde hij, maar na een paar dagen stemde hij toe.
Hij had het niet gemakkelijk toen we boven aankwamen en toen we bij de poort stonden en ik hem wees op de tekst erboven, was hij verbaasd. Vroeger was het hem nooit opgevallen.
God vrezen en de koning eren.
Met dat laatste had hij geen moeite. Ook in zijn winkel hangt (verplicht) een portret van koning Hassan en je moet geen kwaad zeggen over de koning.
Maar God, voor hem Allah, vrezen, dat vond hij niet gemakkelijk.
Je moet daar maar staan, bij die grote puinhoop, met je gedachten bij die verschrikkelijke nacht in 1960, met je herinneringen aan je familie, en dan omhoogkijken en lezen dat je God moet vrezen.
We hebben er samen over gesproken.
'k Heb niet geprobeerd hem te bekeren tot het christelijk geloof. 'k Heb wel met hem gepraat over zijn twijfels en vragen en hem verteld dat ook christenen het vaak moeilijk hebben met wat er aan lijden dichtbij en ver weg is. We waren het er over eens dat het niet voor niets zal zijn dat juist die éne poort met dat bijzondere opschrift overbleef.
God vrezen.
Hij is en blijft!
En Hem vrezen blijft nodig!

Toen ik die man een tijd later weer sprak was het bijna Kerstfeest.
Ook zijn winkel was versierd met leuzen als 'happy Christmas'. Ik vroeg hem of hij christen was geworden, dat was natuurlijk maar gekheid. Die versiering was voor de toeristen, zei hij en dat had ik natuurlijk al begrepen. Zelf hield hij het maar bij Allah en Mohammed

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief