Verschuivingen in de cultuur

2008-03-28
  • Jaargang 52
  • nummer 7
Dr. G. van den Brink schrijft in de rubriek Reflexen in het decembernummer van Theologia Reformata over verschuivingen in de cultuur. Eén van de onderwerpen die hij aankaart, is de visie op homoseksualiteit, zoals die een tijdje terug opeens weer scherp in de actualiteit kwam n.a.v. de vraag of de ChristenUnie zich kan laten vertegenwoordigen door samenlevende homoseksuelen. Van den Brink:

Dit is nu typisch zo'n punt waarop onze cultuur verschoven is - en wel in record-tempo. Tot voor kort was het immers tamelijk voor de hand liggend dat politieke partijen die zich op de Bijbel willen baseren niet kunnen instemmen met de homoseksuele leefwijze. Niet dat men daarop focuste, er waren en zijn nog vele andere dingen en verhoudingen waar men evenmin mee kan instemmen. Maar dat dat gevolgen had voor hun politieke vertegenwoordigers stond op geen enkele manier ter discussienoch binnen, noch buiten deze partijen.
De laatste decennia is echter het gelijkheidsdenken inzake de seksuele voorkeur van mensen steeds dominanter geworden in de samenleving.

Van den Brink zelf was ook de mening toegedaan dat men op dit punt eenvoudig voet bij stuk moest houden. Maar:

Het valt echter niet te ontkennen dat er ook wanneer men dat doet toch wel iets verandert. Een politieke partij - maar hetzelfde geldt () voor een kerk - zegt ermee: wij willen ons aan de Bijbel houden. Zo werd dat vroeger door de buitenwacht ook gehoord. Maar wat nú gehoord wordt is veelmeer: wij willen de vrijheid houden om () te mogen discrimineren.
En dat roept wrevel op. () Wanneer je er zelf van overtuigd bent dat uitsluiting van homoseksueel samenlevenden uit bepaalde functies gelijkstaat aan discriminatie, dan is dat ook de lakmoesproef waarmee je anderen beoordeelt: men kan een heleboel nuances aanbrengen of verzachtende bewoordingen kiezen, maar waar het mee staat of valt is uiteindelijk of de homoseksueel achtergesteld wordt ten opzichte van de heteroseksueel of niet. () Vanuit een seculier perspectief ontnemen christenen als ze de kans krijgen aan mensen met een homoseksuele gerichtheid nu eenmaal enorm veel levensvreugde en ontplooiingsmogelijkheid, door in hun richting te communiceren dat zij als het erop aankomt niet mogen leven in overeenstemming met wat ze ervaren als hun diepste gevoelens. Velen van hen worden daarmee immers tot een bepaalde eenzaamheid aangezet.
Men moet als kerk of christelijke organisatie wel zeer overtuigd zijn van het eigen gelijk, wil men dat voor zijn verantwoording durven nemen.
Nu zíjn orthodoxe kerken in dezen op een bepaalde manier natuurlijk ook overtuigd van hun gelijk. Of beter gezegd, ze zijn inzake homoseksualiteit overtuigd van de onopgeefbaarbeid van hun beroep op het Woord van God. Echter, men moet zich op dit punt wel realiseren wat er momenteel gebeurt als gevolg van de genoemde verschuiving: het Woord van God wordt door de buitenwacht hoe langer hoe meer geassocieerd met een verouderde opvatting die homoseksuelen (en soms ook vrouwen) uitsluit.
Dat het in de Bijbel om veel méér gaat, ja ten diepste om hele andere dingen, laat zich daardoor vrijwel niet meer over het voetlicht krijgen. Men kan dit slechts voorkomen, als men een heel direct verband kan leggen tussen de afwijzing van de homoseksuele leefwijze enerzijds en datgene waar het in de Bijbel en in het christelijk geloof ten diepste om gaat anderzijds: het heil dat te vinden is in Jezus Christus. Dat is dan de uitdaging waar de hedendaagse gereformeerde (en evangelische, maar trouwens ook de rooms-katholieke!) theologie voor staat. () Nu, het is niet mijn bedoeling om te pogen deze ingewikkelde problematiek met een enkele reflexbeweging op te lossen. Waar het me om gaat is te illustreren dat wanneer je als kerk in de ene culturele context precies hetzelfde zegt als in een andere, dat nog niet per se hetzelfde ís. Tot voor kort leidde de afwijzing van homoseksuele relaties er niet toe dat buitenstaanders zich een verwrongen beeld vormden van de bijbelse boodschap, waarbij de Bijbel ook nog eens op een hoop gegooid werd met dat andere inhumane heilige boek, de koran.
Vandaag de dag is dat hoe langer hoe meer wel het geval. En wat christelijke politiek betreft: wanneer deze vasthoudt aan een verbod op allerlei functies voor vrouwen en/of homoseksuelen, wordt haar boodschap en strekking hoe langer hoe meer daartoe gereduceerd. Christen-zijn houdt dan in de ogen van buitenstaanders vooral in: omwille van een oud boek tegen homo's zijn. Wat het méér inhoudt wil men vervolgens nauwelijks meer weten, want dit ene is genoeg om het verder niet serieus te nemen. Ook wanneer men nu zou zeggen: dat is dan jammer, principes zijn nu eenmaal principes, past hier geen enkel triomfalisme (in de trant van: we houden de rug recht). Want hoe dan ook is het ook óns probleem, omdat dit precies het soort beeldvorming is dat je als christelijke gemeenschap graag wilt voorkomen.

M.H.T. Biewenga

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief