Pastorale notities
1984-08-10
Enkele maanden geleden heb ik opgezocht het C.J.B. van 11 september 1964, waarin aandacht werd geschonken aan de persoon en het werk van ds J. A. Vink.- Jaargang 28
- nummer 29
Op 4 juli jl. was het twintig jaar geleden, dat hij aan het begin van zijn vakantie te Oberndorf onverwacht stierf.
Vink was voorzitter van de jongelingsbond en zijn overlijden gaf grote verslagenheid.
Vink was een man die met blijdschap diende. Op de steen op zijn graf staat 'Dient den Heere met blijdschap'. Welnu, Vink heeft dat gedaan. Hij wist dat 'met blijdschap dienen' ook over te dragen aan anderen, zodat het werken onder zijn leiding heel erg fijn was.
Vriendschap was voor hem ook echt vriendschap.
In genoemd C.J.B.-nummer schreef Kees (C.) Huizinga een artikel onder de titel 'wijlen wij'.
Ik wil enkele gedeelten uit dit artikel hier overnemen, omdat wat toen geschreven werd ook nu nog belangrijk is.
'Het is in onze keiharde, formalistische, verorganiseerde samenleving een wonderlijk ding, wanneer binnen het raam van een organisatie Zulke tere en vriendschappelijke verhoudingen groeien als wij hebben gekend. Zulke verhoudingen worden nu eenmaal hierdoor gekenmerkt dat zij tijd behoeven om te groeien. In onze kring Iééfden wij. Men moet iets ervaren hebben van de onpersoonlijke hardheid, die in organisaties kan bestaan, om de zin van dit woord in dit verband te vatten.
Juist omdat wij zo lééfden, snijdt de dood van ds Vink zo diep in. Door zijn sterven is een levende verhouding gestorven.
Voor ons 'wij' moeten wij nu wijlen schrijven.
In onze neurotische tijd is het een weldaad van de Here, zulk een vriend gehad te hebben.
Een vriend die eenvoudig, kinderlijk blijmoedig kon zijn.
Ds Vink dacht niet in termen van macht en van getal. Hij schoof niet en wilde liever niet geschoven worden. Hij was geen partijman. In de situatie van de dag zocht hij geen invloedrijke positie, maar christelijke verantwoordelijkheid.
Geen mens leeft als individu.
Ook ds Vink niet. Hij leefde in de menselijke verhoudingen en verbanden, waarin de Here hem gesteld had.
Ook met ons.
In die levensverhoudingen is hij gestorven. Daarin zal hij ook opstaan.
Zo zullen wij leven al zijn wij ook gestorven.' Het is goed deze woorden goed op ons te laten inwerken. In onze koude wereld behoren christenen het warm te hebben met elkaar.
Ons belijden over leven en sterven en weer opstaan is een gemeenschappelijk belijden. Maar het kan alleen gemeenschappelijk zijn als we echt sámen leven.
Wie van echte vriendschappen iets af weet, zal de diepe zin van het schrijven over 'wijlen wij' kunnen begrijpen.
Naschrift
Nadat ik het bovenstaande op papier had gezet werd bekend dat in Jezus ontsliep Marth Huizinga. Plotseling werd ze weggenomen uit de kring van haar gezin, haar familie, haar vrienden.
Het leek me goed deze 'terloops' toch te doen plaatsen. Wat Kees twintig jaren geleden schreef, is zo opeens wel heel erg aktueel geworden. Na het sterven van onze lieve Marth is er in een andere verhouding sprake van 'wijlen wij'. Verdriet wordt zo tot een gemeenschappelijk verdriet. Het geloof in de wederopstanding heeft weer een diepere inhoud gekregen.