Persschouw
1984-08-17
- Jaargang 28
- nummer 30
Over de grens van leven en dood
Onder deze titel publiceerde Prof. dr W. H. Velerna, Chr. Gereformeerd Hoogleraar, in "De Wekker" enkele artikelen over de opvattingen, die korte tijd geleden over het klinisch dood-zijn ten beste werden gegeven. In één van de genoemde artikelen merkt hij het volgende op:
Bezwaren
Aan het zich bemoeien met en propagandistisch spreken over de ervaringen van mensen die klinisch dood zijn geweest, zie ik enkele grote bezwaren kleven. In de eerste plaats noem ,ik de gedachte, dat het bij het sterven erg meevalt. Er wordt een - in verschillende opzichtenkleurrijke voorstelling van de dood gegeven. Die voorstelling zou mensen er toe kunnen brengen om de dood te zoeken. Ons cultuurklimaat wordt wel "thanatistisch" genoemd.
Dat wil zeggen: men is vertrouwd geraakt met de dood. Er heerst zoiets als een doodsdrift. Het gesprek over déze ervaringen zal het vragen om euthanasie en het plegen van zelfdoding, eerder stimuleren dan afremmen.
Het tweede bezwaar is dat men deze ervaring ziet als openbaring van het hiernamaals. Daarmee wordt Gods openbaring terzijde geschoven. Wij zullen ons in verband met de dood juist aan Gods Openbaring moeten houden. Dan zegt Paulus: "met Christus te zijn is verreweg het beste"
(Fil. 1: 23). "Het is de mensen gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel" (Hebr. 9: 27). Na de dood wordt ieder mens geoordeeld (2 Cor. 5 : 10; Pred. 12 : 14).
Wij delen de bezwaren van de ethicus uit Apeldoorn. Het wonderlijke feit doet zich voor, dat men aan de ene kant de gedachte wil voeden, dat het met het sterven wel meevalt terwijl men aan de andere kant nog steeds de dood en de gedachte daaraan tracht weg te duwen uit zijn leven.
Dit alles geeft duidelijk aan, dat de mens vanuit zichzelf nimmer klaar komt met de dood.
Hij blijft de laatste vijand hoe vriendelijk vele mensen hem ook benaderen in de manier waarop ze over hem spreken. Men heeft het dan over het lieve dood-zijn etc. Dan heb ik veel meer respekt voor de realistische opstelling van een man als Koos van Doorne, die aan het begin van dit jaar overleed. Hij dichtte:
Ik haat de dood.
Ik wil altijd bestaan,
ik wil niet als een ding verloren gaan.
Hoe kan wie leeft de dood als slot aanvaarden?
Lijden en angst zijn beter dan vergaan.
Tóch zijn we zo nog niet toe aan het christelijk belijden van zondag 1 van de H. Cat. Dáárvoor wordt gevraagd het zich wezenlijk en werkelijk geborgen weten in je Heiland. Dát belijden is je elke dag tot toereikende steun en zal zijn kracht bewijzen wanneer je laatste uur slaat. Het is immers een schriftuurlijke konfessie!