Boekbespreking
1984-08-17
- Jaargang 28
- nummer 30
Genieten van een nieuwe serie
"Bij het hanegekraai moeten de dopelingen naderen tot de wateren, die stromend en zuiver moeten zijn. Zij moeten zich uitkleden en eerst moet men dan de kinderen dopen. Als deze zelf kunnen antwoorden, moeten zij antwoorden. Als zij het niet kunnen, moeten hun ouders antwoorden of een familielid.
Vervolgens moet men de volwassen mannen dopen en tenslotte de vrouwen, nadat dezen hun haren hebben losgemaakt en hun gouden sieraden hebben afgelegd.
Niemand mag in het water afdalen terwijl hij iets profaans draagt.
Op het uur, dat voor het doopsel is vastgesteld, moet de bisschop de dankzegging uitspreken over de olie en hem in een kruik doen: dit noemt men de olie der dankzegging.
Dan moet hij andere olie nemen en er een bezwering over uitspreken: men noemt hem bezweringsolie. Dan moet een diaken de bezweringsolie nemen en links van de priester gaan staan en een andere diaken neemt de olie der dankzegging en gaat rechts van de priester staan.
De priester moet dan elk der dopelingen apart nemen en hem vragen de afzwering uit te spreken, gekeerd naar het westen, met de woorden: "Ik verzaak aan u, satan, en aan al uw ijdelheden en aan al uw werken". Na deze verklaring moet men hem zalven met bezweringsolie, terwijl men zegt: "Dat iedere kwade geest zich van u verwijdere! "
Daarna stuurt hij hem door naar de bisschop of naar de priester, die bij het water staat. Ook een diaken kan in het water afdalen met degene, die gedoopt moet worden. De dopeling moet dus afdalen en hij, die hem doopt, moet de hand op zijn hoofd leggen, terwijl hij zegt: "Gelooft gij in God, de almachtige Vader?".
En de dopeling moet antwoorden: "Ik geloof". Dan doopt hij hem eenmaal, terwijl hij de hand op zijn hoofd houdt.
Vervolgens moet hij zeggen: "Gelooft gij in Christus Jezus de Zoon Gods, die door de Heilige Geest uit de Maagd Maria geboren is, die gekruisigd is onder Pontius Pilatus, die gestorven en begraven is, en op de derde dag levend uit de doden verrezen is, en die opgestegen is ten hemel en zetelt aan de rechterhand van de Vader om eens de levenden en doden te komen oordelen?"
En als hij zegt: "Ik geloof" moet hij hem nogmaals dopen. Dan moet hij hem nogmaals zeggen: "Gelooft gij in de Heilige Geest en in de Heilige Kerk en in de verrijzenis van het vlees?" De dopeling moet dan zeggen: "Ik geloof".
En dan dope men hem ten derde male. Daarna, als hij weer opgestegen is, moet hij door een priester gezalfd worden met de gewijde olie, terwijl deze zegt: "Ik zalf u met de heilige olie in de naam van Jezus Christus". Elkeen moet zich dan afdrogen en zich weer aankleden en daarna moeten zij de kerk binnengaan.
De bisschop nu moet hun de handen opleggen en over hen bidden: "Heer God, die hen waardig gemaakt hebt om de vergeving der zonden te verdienen door het bad der wedergeboorte van de Heilige Geest, stort uw genade in hen uit, opdat zij u dienen mogen volgens uw wil, want aan U is de glorie, de Vader en de Zoon met de Heilige Geest in de Heilige Kerk nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen"."
Naar ik veronderstel, neemt de gemiddelde "Opbouw"-lezer vrij weinig belgische boeken door, eveneens vermoed ik dat het gros van hen die deze recensie onder ogen krijgen niet dagelijks boeken uit Roomskatholieke kring openslaan.
Wie het niet-lezen van zulke boeken tot principe zou verheffen, mist daarmee een van de aardigste boeken die ik het laatste halfjaar onder ogen kreeg. Bij de Brugse uitgeverij Tabor verscheen een zesdelige serie over de Vroege Kerkgeschiedenis, samengesteld door (de mij verder onbekende) dr J. Hermans.
Wie enigszins in de studie van de Kerkvaders, en van de Oude Kerk in het algemeen, thuis is weet welk een grote en belangrijke inbreng Roomskatholieke geleerden daar sinds jaar en dag in hebben. De boeken die dr Hermans heeft samengesteld staan, wat mij betreft, in de grootste katholieke traditie in dezen.
Tot tweemaal toe gebruikte ik het woord "samengesteld". Het gaat hier namelijk om "bronnenboeken".
Of, om het titelblad te citeren, een "bloemlezing" (over) "doopsel en Geestesgave in oudchristelijke geschriften" en "de eucharistie in oud-christelijke geschriften". Ik citeer daarmee de ondertitel van twee van de delen uit de serie, Herboren uit Water en de Heilige Geest en Uw Geheim ligt op de Tafel.
Uit eerstgenoemd werk citeerde ik het verhaal over de doopplechtigheid.
Het is een deel van de Traditio Apostolica van Hippolytus, eens een soort "tegenpaus" in Rome. Het geschrift dateert van omstreeks 220 A.D.
We lezen hoe toen gedoopt werd.
Het zou verleidelijk zijn veel uit Hermans' boeken te citeren. Nagenoeg alle bekende kerkvaders passeren de revue; ieder heeft wel iets over doop of Avondmaal gezegd. Sommige Kerkvaders worden (ongetwijfeld bij gebrek aan veel woorden hunnerzijds) slechts kort geciteerd. Wat de Didachè (een van de oudste kerkelijke geschriften, te dateren ± 50-70 A.D.) over de doop zegt mag bepaald summier heten, evenals de uitspraken van Ignatius van Antiochië op dit punt beperkt in reikwijdte blijven.
De meeste citaten zijn echter verschillende pagina's lang; van een aantal belangrijke kerkvaders wordt zelfs veel materiaal weergegeven. In het boek over de Doop telt Ambrosius' verhaal ± 40 pagina's en dat van Augustinus 25 pagina's. In het boek over het Avondmaal is de "score" van genoemden resp. 25 en 23 pagina's.
Maar niet alleen bekende Kerkvaders komen aan bod, ook veel minder bekende, zoals Gaudentius van Brescia, Fulgentius van Ruspe, Pacianus, Didymus van Alexandrië of Proclus van Constantinopel.
Ik moet zeggen: die lees ik niet dagelijks. De lijst zou aan te vullen zijn. Veertig gedeelten over de doop, 28 over de Eucharistie.
Na deze wat dorre opsomming snel de mededeling dat dit het soort boeken is waar je geregeld naar kunt (en zult) teruggrijpen, als je in zulke stof geïnteresseerd bent, althans. Ook dat het boeken zijn om intens van te genieten.
Los van andere zaken kom je heel aardige (zij het voor ons oog gezochte) uitspraken tegen; soms kun je genieten van de wijze waarop Kerkvaders in min of meer paradoxale termen het geheimenis van Doop of Offer willen uitdrukken. Soms wordt de lezer geïmponeerd door de diepzinnigheid, de waardigheid en het godsvertrouwen van de aangehaalde schrijvers of documenten.
Een paar voorbeelden daarvan.
"Maar wij visjes, die zo heten naar onze "Ichthus" Jezus Christus, worden in het water geboren en slechts wanneer wij in het water vertoeven blijven wij in leven." (over de doop dus, Tertullianus, a.w. p. 34). "Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde".
Die ontelbare duizenden verzadigt, lijdt zelf honger; Die de verdrukten verkwikt, moet zelf zuchten. Hij heeft niets om zijn hoofd op te laten rusten en houdt alles in zijn hand; Die lijdt en alle lijden geneest; Die met vuisten wordt geslagen en aan de wereld de vrijheid schenkt ... ", (Hippolytus, a.w. p. 32).
" ... Daarna wordt gezegd: Vrede zij u. Een groot sacrament is het, die vredeskus: kus zo dat ge ook liefhebt. Wees geen Judas!
Judas de verrader kuste Christus met zijn mond, terwijl hij hem belaagde in zijn hart. En wellicht heeft iemand vijandige gevoelens tegen u, en kunt gij hem niet ompraten, dan zijt ge gedwongen hem te verdragen. Wil hem dan geen kwaad met kwaad vergelden in uw hart. Haat hij, bemint gij, dan kunt ge gerust kussen." (Uw Geheim, 112).
Talloze indrukwekkende passages dus, maar ook talloze kleinere juweeltjes van gedachte of stijl.
Wie de Kerkvaders ontdekt heeft, maar ook degene die juist eens wil kennismaken, beiden kunnen met deze boeken hun voordeel doen.
Zelf heb ik er echt van genoten en ga daar nog geregeld mee door.
Ten zeerste aanbevolen dus. De prijs is niet echt laag, f 35,- per deel. Maar het genieten is navenant.
Voor wie de andere uitgaven van uitgeverij Tabor eens wil zien, meld ik dat een brochure valt aan te vragen bij TABOR, Moerkerkesteenweg 241/1, 8310 Brugge 3, België. Ze hebben meer kerkhistorische boeken van belang.