"Gedenk de sabbatdag..."

1984-08-31
  • Jaargang 28
  • nummer 32
In Israëls oude geschiedenis zoals die in de bijbel verteld wordt, is er een tijd geweest die sterk op de onze lijkt. Het was de periode die voorafging aan de babylonische ballingschap.
Dat waren moeilijke jaren. De problemen stapelden zich huizenhoog op en toch probeerden de mensen er zonder God mee klaar te komen. Het was eigenlijk een soort eindtijd, zoals onze geschiedenis er meerdere gekend heeft en er ook eens een allerlaatste eindtijd zal komen.

In die moeilijke tijd dan gebeurde er in Jeruzalem iets opmerkelijks.
Er traden mannen op, profeten, die de mensen terugriepen naar God en zijn dienst.
Verschillende van zulke profeten waren er wel, maar ik noem nu de twee grootsten van die dagen, Jeremia en Ezechiël.
Bij het vele wat zij zeiden was ook deze boodschap: mensen, jullie moeten de sabbat weer serieus nemen. Zoals onze God bevolen heeft: gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt (vgl. Jeremia 17; Ezechiël 20, 22, 23, 44-46).
Dat was een opmerkelijke boodschap.
Je zou die in die tijd eigenlijk niet verwachten. Je zou denken dat die Godsmannen geredeneerd hadden: wel, er gebeuren om ons heen zulke verschrikkelijke en slechte dingen, laat die sabbatsontheiliging van onze dagen nu maar lopen. Want de sabbat, de zondag, ach, dat is toch maar een uiterlijkheid. Er staan nu belangrijker dingen op het spel. Toch dachten zij zo niet.
Eén van hen, Ezechiël, noemde de sabbat een teken van het verbond tussen de Here God en zijn volk (Ezechiël 20 : 12), zoals de oude Mozes trouwens ook al gezegd had (Exodus 31 : 13 en 17).
Een teken van het verbond, dat wil zeggen dat de sabbat, de zondag, te vergelijken is met een trouwring die immers ook een verbondsteken is en wel van het huwelijksverbond.
En het is waar, zo'n trouwring is iets uiterlijks. Maar ik heb eens gehoord van iemand die in een bepaald gezelschap waarin hij met onzuivere bedoelingen verkeerde, zijn trouwring afdeed om vrij te zijn van de band die hem aan zijn vrouw verbond. Op dat moment was die trouwring helemáál niet meer iets uiterlijks.
Het was het huwelijk zèlf, waarvan die man zich in die situatie ontdeed.

Zo zagen de oude profeten dat nu ook. Bij het vele verkeerde dat de mensen toen deden, kwam nog dit erge dat zij ophielden sabbat te vieren. Toen zeiden de profeten: dit is als het afdoen van jullie trouwring. Dit is de ontkenning van het verbond dat de Here God in genade met jullie gesloten heeft. Daarmee zeggen jullie als 't ware: het is maar niet zo dat wij zondigen uit zwakheid, nee, wij willen ook zondigen. Wij zondigen omdat wij van God af willen. Wij hebben genoeg van dat verbond met Hem!
Zulke taal horen wij ook vandaag.
Velen spreken zo door hun daden. En zij bevestigen het door de slordigheid waarmee zij de zondag behandelen.
Als u het daar niet mee eens bent, gaat u dan eens na bij uzelf of er aanleiding voor is om de sabbat, de zondag, in uw leven te herstellen.
Wij zijn daarin allemáál wel een beetje slap geworden, is mijn indruk.
In de eerste plaats wat de kerkgang betreft, maar ook verder heeft deze dag weinig eigens meer.
Is dat geen reden tot omkeer en boete? Laat u niet wijsmaken dat de zondag maar een waardeloze uiterlijkheid is. Of dat 't niet zit in het naar de kerk gaan.
Wij zijn nu ver genoeg afgedwaald om te zien dat 't helemáál niet zit in het niet naar de kerk gaan.

Zou dat een overgeestelijkheid van ons kunnen zijn dat wij zo weinig waarde meer hechten aan de uiterlijke vorm? Er lopen christenen rond met prachtige sabbatsgedachten, maar zonder sabbatdag. Zij laten de dág vallen en willen de gedáchte vasthouden.
Maar Mozes heeft niet gezegd: onderhoud de sabbatsgedáchte, maar onderhoud de sabbatdág! De sabbat moet je 'doen', zei hij (Exodus 31 : 16, volgens de hebreeuwse tekst).
Als je de dág hebt komen de gedáchten vanzelf. Maar omgekeerd is dat niet zo. Uit mooie zondags gedachten wordt de zondag niet geboren.
Wij moeten niet zo overgeestelijk zijn dat wij denken de zondag (en de christelijke feestdagen, om die er tussen hemelvaart en pinksteren ook even bij te betrekken) wel te kunnen missen.
Wat wij nodig hebben is de bescheidenheid waardoor wij het belang van de uiterlijke vorm weer zien.
Door een herstel van de zondagsviering kunnen wij tonen dat wij niet bij de verbondsbrekers willen behoren.
Ik weet wat u tegen wilt werpen.
U denkt aan het gevaar van een wettische zondagsviering. Nu, als de zondag massaal gevierd gaat worden, doet zich dat gevaar inderdaad voor en moet er tegen gewaarschuwd worden. In onze stad evenwel loopt het die spuigaten nog niet uit. Er tegen waarschuwen is dus even potsierlijk als het plaatsen van dranghekken op een leeg plein.
Het zou een nieuw voorbeeld toevoegen aan de vele reeds bestaande waarin de kerk de situatie niet onderkende en het verkeerde woord sprak.
Ik bracht u in het begin bij de periode die voorafging aan Israëls ballingschap. Op de boeteprediking van de profeten hebben de mensen van toen zich niet bekeerd. De katastrofe is gekomen. Israël verloor Jeruzalem en zijn tempel en ging de boze wereld van Babel binnen.
Maar de echte Israëlieten namen toen de sabbat mee. En zij onderscheidden zich door de sabbatsviering van de ongelovigen om hen heen. De sabbat was voor hen een krachtig middel om aan het verbond vast te houden. Dat hadden de profeten die op tijd over de sabbat gesproken hadden, dan toch maar bereikt!
Zo moeten ook wij in deze tijd van sekularisatie (6nze ballingschap!) aan de zondag gaan terugdenken en die weer gaan herontdekken als waardevol hulpmiddel om aan het verbond met God vast te houden. De zondag van de kerkgang en de daarbij behorende heiliging. De zondag als de dag waarop wij ons ook in het uiterlijke van de wereld onderscheiden.
Kortom, de zondag als trouwring, als teken van het verbond.
"Gedenk de sabbatdag,' dat gij die heiligt".

---------------------------------------------------------------
Middagpauzedienst in de Engels Hervormde Kerk op het Begijnhof te Amsterdam op woensdag 6 juni 1984

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief