Het overleven der mensheid en onze politieke roeping tot kernbewapening (2)

1984-08-31
  • Jaargang 28
  • nummer 32
Inleiding gehouden door Prof. dr A. Troost te Amsterdam op een openbare vergadering van de R.P.F.-kiesvereniging "De IJsselstreek" te Nieuwerkerk aan den IJssel op 10 mei 1984 met betrekking tot het onderwerp 'vrede en veiligheid'. Op vragen en kritiek, die door deze inleiding worden opgeroepen, wil prof. Troost graag ingaan.

7. Het dilemma van de autonome mens: liever rood dan dood, of omgekeerd.

De overheden zijn dus geroepen de rechten en vrijheden van hun burgers te beschermen met de zwaardmacht. Défensie; verdediging.
De communistische machten op aarde maken er geen geheim van dat zij zich geroepen achten hun levensorde, hun atheïsme over de hele wereld te verbreiden.
Nog steeds zeggen ze dat en handelen ook dienovereenkomstig.
Vandaar dat ook het westerse humanisme, dat niet voor en boven alles vraagt naar Gods wil, nu voor het dilemma staat: rood of dood.
De zich autonoom achtende mens stelt zichzelf de vraag: wat wil je liever; wat is het leven je waard. Is het leven zonder de westerse mate van vrijheid voor mij nog de moeite waard of niet?
De één zegt dan: liever dood dan rood. Zonder onze vrijheid en onze westerse waarden hoeft het voor hem niet meer, en zo gingen ook tal van nederlandse Joden op 14 mei 1940 vrijwillig - soms samen met hun hele gezin - de zelfgekozen dood in: zelfmoord.
Maar anderen zeggen: leven, hoe dan ook, geeft meer perspectief.
Zolang er leven is is er hoop; liever rood dan dood; een levende hond is beter dan een dode leeuw.
Dit dilemma nu verdeelt de westerse mensheid in twee kampen.
Het gaat inderdaad over de waardering van het leven. Niet slechts van de enkeling maar van nagenoeg de hele wereld.
Wat is de hoogste waarde: het leven zelf en als zodanig - dus wat we tegenwoordig noemen het 'overleven' - of het betrekkelijk vrije en democratische westerse cultuurleven?

8. De aardsgezindheid van het 'liever' in plaats van de gehoorzaamheid van Gods wil.

In Bijbels licht moet echter van deze twee kampen gezegd worden: "zij zijn aardsgezins". (Phil. 3 : 19). Zij wegen af wat belangrijker is en wat ze liever hebben.
Maar de primaire vraag voor mensen is dat niet.
Leven is in werkelijkheid niet het afgeknotte, aardse leven dat zich buiten de christelijke gemeenschap met God plaatst; maar die christelijke gemeenschap met God vergt van ons het doen van Gods wil. Dat is pas leven in de volle bijbelse zin.
Dat geldt ook voor de overheden in samenhang met hun volken.
Dat betekent dat de overheid haar zwaardmacht niet mag wegwerpen of verwaarlozen.
De ramp van de Tweede Wereldoorlog was voor een groot deel daaraan te wijten.
De socialistisch geïnfiltreerde democratieën hadden liever welvaart dan wapens, liever boter dan kanonnen, en werden zodoende onbekwaam de totalitaire ongerechtigheid tijdig in te tomen overeenkomstig hun roeping van Godswege. "Leven" en "het heil der mensheid" werden aardsgezind verstaan, apart van de goede verhouding met God.

9. Kan de overheid in onze nucleaire situatie nog haar taak vervullen van bescherming van recht en vrijheid met een atoomzwaard?

Wij beleven thans opnieuw zoiets.
De les der geschiedenis is dat haast niemand die les leert.
De geestelijke en religieuze gelijkheid van facisme en communisme wordt niet herkend omdat men ook in de christenheid het geestelijk onderscheidingsvermogen bezig is te verliezen door aardsgezindheid.
Wij zullen ons dus nogmaals moeten bezinnen op wat er nu werkelijk op het spel staat in de huidige spanning tussen de machtsblokken op aarde en de vraag stellen: wat blijft er in deze situatie over van de taak van de overheden om het recht op aarde te bestellen en om het recht en vrijheid te beschermen.
Na een atoomoorlog is er immers geen leven meer over, en dus ook geen recht en vrijheid. Die het atoomzwaard opnemen zijn er zelf door vergaan.

10. De situatie van Abrahams offer van Izak, en de religieuze dieptedimensie van leven en dood.

Leven en dood van de hele wereld staan thans op het spel. Dat was voorheen niet zo. Toen moesten vaak wel grote offers van welvaart en mensenlevens gebracht worden opdat de overlevenden rechtvaardiger en menselijker konden leven: maar dat is nu ànders.
Het betekent dat nu de onderste steen boven komt. Dat nu de wil van God voor de volken met hun overheden tot op de bodem toe zichtbaar wordt. Het komt nu aan werkelijk op God vertrouwen.
Op die God die Zijn beloften verbonden heeft aan Zijn eis. Wij staan nu weer in de situatie van Abraham die, tegen alle "moraal" in, zijn zoon moest offeren op Gods bevel. Wij staan nu voor het gebod van Christus die zegt: Wie zijn leven zal willen behouden die zal het verliezen", dat wil zeggen: wij staan nu voor de keuze of wij ons menselijk leven willen beleven als leven in gehoorzame liefdesgemeenschap met God, danwel of wij op aardsgezinde, humanistische wijze ons leven en het leven
der mensheid tot hóógste waarde verklaren, en er dan in vrijheid over willen beschikken. Liever rood dan dood, of omgekeerd.
Maar in Bijbels licht mag dit niet.
Leven of dood krijgen nu die dieptedimensie van ècht leven, of ècht dood zijn, dat wil zeggen, in Christus, d.w.z. in gehoorzaamheid leven en sterven, of buiten Hem om biologisch leven en sterven.
De vraag van het overleven der mensheid opent nu haar religieuze diepte.
Wat is dat "overleven" van ons mensdom waard buiten het leven in Christus?

11. Geen vereenzelviging van onze argumenten met die van onze wereldse bondgenoten.

Persoonlijk kan ik de militaire en politieke betekenis van het thans besluiten tot plaatsing van nieuwe kernwapens in Nederland niet overzien.
Best mogelijk dat er nog verschillende varianten van zulk een besluit mogelijk zijn. Maar de grote lijn is duidelijk. Als christenen van de R.P.F. kunnen en mogen wij ons niet vereenzelvigen met de aardsgezinde argumenten van vóór- of tegenstanders der kernbewapening.
Want wat thàns in de concrete afweging van offer en belang op het spel staat, is veel meer dan aardse vrijheden en democratische rechten, veel meer dan godsdienstvrijheid of soevereiniteit in eigen kring.
De spreuk van Prediker 9: 4 "beter een levende hond dan een dode leeuw", gaat niet meer op wanneer leven en dood van alle mensen en van hun eventuele nageslacht, met een eeuwigheidsdimensie, een geestelijke diepte van de gemeenschap met God op het spel staat. Dàt is nu het geval in de verdediging van de restanten van onze wettelijk vastgelegde geestelijke vrijheid in de westerse wereld.
Het is Gods wil voor de volken met hun overheden déze rechten en vrijheden te beschermen tegen een geestelijke vijand die met alle geestelijke middelen, ook met alle soorten van wapens ons leven, ons echte leven, ons leven in Christus, ons eeuwig leven bedreigt.
Dat staat op het spel als wij onder de oppervlakte van een militaire en politieke strijd te doen hebben met de communistische wereldmacht, die vóór alles een geestelijke macht is.

12. Relatief, maar reëel verschil tussen Westershumanisme en Russisch communisme.

Men zal vragen of dan het zogenaamde kapitalistische Westen niet evenzeer een geestelijke bedreiging inhoudt en of dat niet evenzeer tot een anti-christelijke macht geworden is.
Ik denk inderdaad dat dit zo is, met dien verstande dat het woord 'evenzeer' strikt genomen niet geheel juist is.
Er is bij alle goddeloosheid en aardsgezindheid van het Westen, ook van het officiële Westerse christendom, nog heel veel merkbaar van Gods algemene goedheid voor deze wereld. Vroeger noemde men dat - met een wat aangevochten term - 'gemene gratie'. Dat betekent in de praktijk dat de goddeloosheid van het Westen nog niet die diepte en die totaliteit en die radicaliteit heeft als in de communistisch beheerste wereld. Inderdaad, het verschil is maar relatief, maar het verschijnsel van de zogenaamde democratische rechten en vrijheden en zogenaamde mensenrechten is toch een teken van Gods goedheid, van Gods bewarende en beschermende leiding waardoor het leven in het Westen nog volop de burgerlijke vrijheid heeft om in Christus geleefd re worden. De Evangelie-verkondiging bijvoorbeeld, en de christelijke opvoeding, is nog in belangrijke matevrij.

13. Afschrikking met kern wapens een plicht der dankbaarheid.
Afschrikking is ongeloofwaardig zonder bereidheid tot gebruik.

Dat alleen reeds verplicht ons tot de dankbare gehoorzaamheid, ook tot de politieke gehoorzaamheid om ten koste van zeer grote offers deze vrijheid te verdedigen door de vijand af te schrikken met zovele of met zulke wapens, dat hij zich er voor wachten zal zijn machtsgebied nog verder uit te breiden. Daarom heeft het ook geen zin, ja is het gevaarlijk om te zeggen: wij willen de kernbewapening wel om af te schrikken, maar ... niet om echt te gebruiken.
Als wij op dat standpunt staan is ons hele nucleaire defensieapparaat waardeloos, omdat het dan ongeloofwaardig is.

14. Christelijk politiek spreken over kernbewapening mag niet aardsgezind (Phil. 3: 19) zijn.

Het voornaamste wat ik wilde zeggen is: laten wij niet aardsgezind zijn in onze argumenten voor of tegen de kernwapens.
Laten we voorzichtig zijn dat we ons niet aanpassen in ons spreken en denken bij deze wereld, voorzover die op andere gronden ook tot de zelfde conclusie komt n.l. dat we ons adequaat moeten verdedigen.
Als ook wij, evenals zij, spreken over democratie, over mensenrechten, over vrijheid, over vrede, dan moet nochtans ons denken en geloven ànders zijn; dieper en bijbelser. Wij mogen blij zijn dat God ook aan vele ongelovigen in deze wereld nog wijsheid en dapperheid schenkt en besef van de hoge waarde van vrijheid en gerechtigheid; maar daarom mogen wij hun niet gelijkvormig worden. Leven en dood lijken op het uiterlijke en eerste gezicht voor alle mensen gelijk, maar ze zijn het in wezen niet.
Daarom is het christelijk-politiek spreken over de grote vragen van leven en dood die nu in de bewapeningskwestie aan de orde zijn, ànders dan het humanistische of pragmatische spreken, ongeacht of we in de praktijk tot dezelfde beslissingen zullen komen of niet.

15. Aanvaarden van is nog geen vertrouwen op kernwapens. Het onbijbelse vertrouwen op God van wie de weg der middelen niet willen gaan, in de weg der gehoorzaamheid.

Het is niet waar dat christenen die de kernwapens aanvaarden, nu ook hun vertrouwen op die wapens stellen en er het heil en de welvaart der wereld van verwachten.
Het is valse profetie daartegenover de schijnvrome eis te stellen dat we moeten vertrouwen op God die ons ook onder een Communistisch regiem bij het geloof kan bewaren, en die ons ook zonder 't atoomzwaard wel kan behoeden tegen de communistische macht.
Het is zeker waar, maar het is wel dezelfde redenering als die wij kennen uit dat ongehoorzame vertrouwen dat geen inenting, geen medicijnen, of operatie, of brandverzekering wil. Neen God wil dat wij de middelen die Hij geeft zullen gebruiken voor de instandhouding van ons leven, maar dan ook van ons leven in de volle en diepe zin van het christelijke, eeuwige leven.
Dit geldt ons niet alleen persoonlijk, maar dit is Gods wil ook voor de volken in bond met hun overheden. Alleen in deze weg der geloofs-gehoorzaamheid komt het waarachtige "overleven", eventueel door de wereldbrand van het laatste oordeel heen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief