Patmos - het eiland van Johannes
1984-09-07
Toen de apostel Johannes in het jaar 95 door de Romeinse keizer Domitianus naar het eiland Patmos werd verbannen, was dat zeker een streep door zijn rekening. Hij had vele jaren in Klein-Azië gewerkt, had vermoedelijk de zeven in de Openbaring genoemde gemeenten zelf gesticht, en hij had over die gemeenten vele en zware zorgen. Toen sloeg het Romeinse Beest toe. Weliswaar niet direct dodelijk, maar wel doeltreffend: de zeven gemeenten werden voor onbepaalde tijd van hun liefdevolle herder beroofd.- Jaargang 28
- nummer 33
Misschien hebt u zich wel een beeld van Patmos gevormd? Een ruig, rotsachtig, onbewoond eiland in de Zuidoost-hoek van de Aegeïsche Archipel, waarop de oude apostel per sloep werd afgezet: om daar om te komen, dan wel de strijd om het bestaan te winnen? En in die barre nood overleefde Johannes, wellicht als Elia door raven gevoed?
Nu, zo erg was het gelukkig niet.
Al in 1600 vC. bestond op Patmos een natuurlijke versterking, Castelli, aan de grote baai gelegen.
Daardoor fungeerde dit eiland als een vooruitgeschoven vesting van de Aziatische stad Milete en beheerste de tussenliggende zeestraat. Potscherven, begraafplaatsen, fundamenten en inscripties zijn stille getuigenhoewel nog lang niet alle archeologische vondsten in studie zijn genomen.
Ook in Johannes' tijd lag er een bezetting op het eiland, nu georiënteerd op de stad Efeze.1) Er waren tempels voor Artemis en Apollo, er was een gymnasium, een fakkeldragersgilde, en er werden sportwedstrijden gehouden.
Dit alles speelde zich af aan de natuurlijke haven, waar tegenwoordig bijna dagelijks een boot aanlegt.
Stellig heeft Johannes wel contacten gezocht met de gezinnen van het garnizoen. Hij was er de man niet naar - Boanerges als hij heette - om zich terug te trekken zo lang hij een boodschap te brengen had. Maar het ligt voor de hand - en de overlevering bevestigt dit ten stelligste - dat Johannes zijn ballingschap als een geestelijke afzondering heeft ervaren en gebruikt: veel contact gezocht met God de Heere en veel aan zijn gemeenten gedacht; niet over eigen lot geklaagd, maar de noden der gemeenten overwogen heeft. We kunnen er zeker van zijn, dat hij als Epaphras voor Colosse 2) altijd in zijn gebeden voor hen geworsteld heeft.
Alle godsdiensten ter wereld zoeken de hoge bergtop, om God te ontmoeten. Zo deed Jezus, zegt de Bijbel. Zo deed Johannes, zegt de overlevering. Hij vertoefde graag op de hoogste heuvel van Patmos, 170 meter hoog en niet moeilijk te beklimmen. Hier kon hij, als hij met God had gesproken, de kust van Klein-Azië zien; Milete, Efeze, Smyrna, Pergamum - hij kon de steden bij helder weer soms zien liggen. En zijn hart overbrugde gemakkelijk de afstand!
Wanneer hij afdaalde was daar halverwege de helling een grot, die hem onderdak en bescherming bood. Een diepe spelonk, in de vulcanische rots uitgespaard, vandaag met vijftig treden te bereiken. Daar heeft hij gewoond, uit de wind, uit de hete zon, uit de winterstormen.
Het is waar, dat Patmos ook nu nog en onvruchtbaar eiland is.
Er wonen op zijn 34 km! slechts een paar duizend mensen, die met enige landbouw, visserij en wijnbouw, ternauwernood voor twee maanden per jaar leeftocht oogsten - maar het toerisme brengt de nodige bestaansmogelijkheden.
Johannes moet zich met een visje, wat uien en kruiden, vijgen en citrusvruchten in het leven hebben gehouden.
Toen hij in 97 teruggeroepen werd, heeft hij nog ongeveer tien jaar mogen werken. Hij heeft toen ook zijn 3 Brieven en zijn Evangelie geschreven. Bijna 100 jaar oud overleed hij te Efeze.
Daar is hij ook begraven.
Op het eiland Patmos heeft hij, zoals u weet, het boek Openbaring geschreven. 3) Een boek van bemoediging en vermaning aan de zeven verweesde gemeenten, die leden onder zware vervolgingen van de Romeinse overheid.
Een boek dat, als tegenhanger van Daniëls profetie, ons rijke apocalyptische bronnen opent. Ook een boek, dat aanleiding gaf tot een schat aan artistieke inspiratie.
Tenslotte een boek, dat de schrijver zelf uit de eerste hand vertroost heeft: daar hem getoond werd hoe Christus Zelf tussen zijn gemeenten wandelde en haar voorgangers in de holte van zijn hand bewaarde. Johannes was lichamelijk wel afwezig - maar zijn werk, Christus' werk, ging door.
Een les tussen haakjes, die de christenheid al te weinig ter harte nam en neemt. Alle eeuwen door hebben kerken gestreefd naar samenbundeling in een wereldse organisatie van hoog tot hoger tot zeer hoog; een piramide van macht, precies zoals het Romeinse imperium die bezat.
Of nu een paus aan de top zetelt, dan wel een permanente synode of een gesloten reeks tijdelijke synodes; of nu concilies of conventen hun hoogwaardige uitspraken doen; of herderlijke boodschappen dan wel meerdere vergaderingen het laatste woord hebben - altijd sedert Constantijn de Grote hebben de kerken gesteund op een geraamte van gebroken rietstaven, dat dan ook van tijd tot tijd zijn waardeloosheid.
bewees. Opdat wij op Christus
zouden vertrouwen, Die tussen zijn kerken wandelt en haar opzieners in zijn hand houdt.
Het boek der Openbaring stelt ons voor raadsels. Indien we ooit van inspiratie mogen spreken, dan wel bij dit boek. Maar hoe en wat is die inspiratie? Hóe sprak God? Hoe sprak de Heiland tot Johannes? Zouden anderen de sterke Stem ook gehoord hebben? VVedenken aan Paulus, die de opgevaren Heiland ontmoette op de weg naar Damaskus 4) en wat zijn gezellen waarnamen. VVe denken aan Gods stem tot Jezus, waarvan de aanwezigen meenden dat er een donderslag had geklonken. 5)
Er bestaat maar één boek, en wel een apocrief geschrift, dat het verblijf van Johannes op Patmos in details beschrijft. Het is opgesteld door zijn leerling Prochorus, die verklaart alles te hebben opgetekend, wat Johannes hem dicteerde, zoals deze het had ontvangen.
Johannes zou dus niet zelf hebben geschreven - Prochorus zou dus niet zelf de Stem hebben gehoord. Het is mogelijk.
Veel details van deze leerling zijn direct aanvaardbaar - andere niet zo gemakkelijk.
Aanvaardbaar is Prochorus, wanneer hij de hoogste heuveltop van Patmos aanwijst, met uitzicht op Klein-Azië en met een ingebouwde grot. Moeilijk wordt Prochorus, wanneer hij zijn verhaal titelt "Reizen en wonderen van Johannes" en onder meer vertelt van een tovenaar Cynops, door Johannes op Patmos verslagen.
Aanvaardbaar is de leerling weer, wanneer hij details in de grot beschrijft en verklaart dat Johannes hier - vanuit een nog aanwezige ondoordringbare rotsspleet - de machtige Stem heeft gehoord. Moeilijker wordt hij echter, als hij beweert, dat Johannes ook het Evangelie op Patmos zou hebben geschreven.
Op zijn gezag is dat eeuwenlang geloofd, maar sedert lang stelden theologen vast, dat dit boek ná de ballingschap en ná de drie Brieven moet zijn geschreven.
En de laatste moeilijkheid van Prochorus' verhaal is, dat het oudste handschrift in de 4e eeuw wordt gedateerd, door anderen in de 5e eeuw, door sommigen zelfs in de 13e eeuw. De vraag rijst: is het getuigenis van Prochorus even waarachtig als dat van Johannes?
Niettemin worden vandaag nog de details in de zeer bewoonbare grot getoond: de spleet, waaruit de Stem zou hebben geklonken; een ondiepe nis, waarin Johannes bij het rusten zijn hoofd zou hebben neergelegd; een andere uitholling op handhoogte, die de oude man geholpen zou hebben bij het knielen en opstaan; tenslotte een gladde nis, die als lessenaar voor de schrijver zou hebben gediend. Prochorus noemde deze details, de overlevering hield er aan vast en vandaag worden ze door enkele monniken eerbiedig getoond. Zonder toegangsprijs, zonder collectebus.
Aan het Patmos van Johannes is nog een andere naam verbonden: die van de heilige Christodoulos.
8) Deze leefde in de 11e eeuw en gaf de stoot tot de bouw van een klooster, dat van grote betekenis is geworden.
Want uiteraard hebben de eerste christenen dit eiland gekend en bezocht. En zodra ze levensruimte ontvingen werden er, in de 4e tot 6e eeuw, diverse kerkjes gebouwd: voor de inwoners, maar vooral voor de pelgrims. Tussen de 7e en de 11e eeuw lag het eiland verlaten vanwege oorlogen en piraterij. Daarop kwam Christodoulos. Hij kocht het hele eiland, in ruil voor enige grond op Kos, in onvervreemdbaar eigendom, vrij van belastingen en met gebruik van een schip. In de acte van overdracht staat vermeld: "het eiland is verlaten, in verval, vol distels en onkruid, bijna geheel kaal en onvruchtbaar".
Maar na het vernietigen van een Artemis-beeld begon Christodoulos spoorslags aan de bouw van een klooster op de heuveltop, dat als een vesting werd uitgevoerd. Toen hij in 1093 overleed liet hij zijn monniken de opdracht na: het klooster te voltooien en altijd te verdedigen, de aangelegde bibliotheek en schatkamers aan te vullen en de traditie van Johannes in ere te houden. Het klooster bracht veel bisschoppen en geleerden voort.
De boekerij bevat duizend manuscripten, waarvan een derde op perkament; ook 3000 gedrukte oude boeken en 111 codices.
Een bewaard gebleven catalogus uit 1200 geeft een schat van inlichtingen over de Byzantijnse litteratuur.
Veel stukken zijn geschonken; onder meer een icoon, in 1625 door de bisschop van Laodicea gegeven. De bisschop van Jeruzalem had in 1180 enkele delen van het oorspronkelijke kruis van Christus aan de schatkamers toegevoegd. Die schatkamers bevatten talloze kostbare relieken als mijters bisschopsstaven, kandelaars en andere kunstvoorwerpen, die de praal van de kerk in haar vervaltijd bewijzen.
Nu ligt het klooster met de bijbehorende grot der Openbaring daar, als een der oudste christelijke monumenten. Eeuwen van strijd, zeeroverij, kruistochten en machtswisselingen zijn er aan voorbijgegaan. Een wereldbroederschap houdt het (evenals Columba's klooster op Iona) overeind - hoewel het, op de grens van twee werelddelen, dikwijls bijna fijngeknepen is. Talloze iconen - die mooie, Grieksorthodoxe schilderingen - zijn er vervaardigd en verkocht. Ook talloze iconen zijn er bewaard en worden getoond.
Wij eindigen vandaag met een les van Christodoulos aan. zijn gemeenschap; een les die, als de koning van Tara tegenover Columba, een basis legt onder elk auteursrecht en die de zin van talenten omschrijft: "wanneer een monnik calligrafische begaafdheden bezit moet hij onder toezicht werken; en zijn product, zodra het klaar is, behoort tot de eigendom der gemeenschap"
1) Efeze en Milete liggen dicht bij elkaar, zie Hdl. 20: 17 - 2) zie Col. 4 : 12 - 3) Openb. 1: 9 - 4) vgl. Hdl. 9 : 7 met Hdl. 22 : 9 en met Hdl. 26: 14 - 5) Joh. 12: 29 - 6) = slaaf van Christus.