Het huisbezoek van de ouderling in de praktijk
1984-09-07
Dit is een bijgewerkte lezing, die ik vorig jaar augustns voor de ouderlingen van de nederlands gereformeerde kerk te Enschede-Noord gehouden heb. In de hoop en de verwachting, dat ook anderen er wat aan kunnen hebben, besloot ik tot publikatie over te gaan. O.M.- Jaargang 28
- nummer 33
1. Het ambt van ouderling staat vandaag op de tocht in verband met de zich uitbreidende gezagskrisis in de maatschappij. Dat dient de ouderling zich wèl bewust te zijn.
2. Daar komt bij, dat verschillende mensen in de gemeente hélaas de noodzaak van het huisbezoek ernstig in twijfel trekken.De achtergrond van een dergelijke stellingname kan gevarieerd zijn: a) Men heeft in het verleden één- en andermaal onaangename ervaringen opgedaan met ouderlingen, die de hele avond zaten te peuteren aan de voering van je ziel of zaten te praten over ondergeschikte en onbelangrijke zaken.
b) De ouderlingen brachten zeer onregelmatig huisbezoek en sloegen het gezin zomaar eens één of twee jaar over.
c) Men wil zijn hart niet op tafel leggen, omdat het geen gebroken hart is.
d) Men is bang, dat huwelijksmoeilijkheden en gezinsproblemen ter sprake komen en wil die liever verhullen.
e) De hoogmoed viert hoogtij, omdat men öf zich te intellektueel voelt voor een bezoek van broeders, die moeite hebben een gesprek op gang te brengen en minder letters gegeten hebben öf omdat men vindt, dat men meelevend genoeg is. De ouderling is in hun oog de politieagent, die het verkeer regelt en pas bekeurt bij een verkeersovertreding. Voor dat laatste komen zij immers niet in aanmerking, dus ... Dit is een vorm van Farizeïsme.
3. Daartegenover dient de ouderling ervoor op te passen, dat hij niet op zijn strepen gaat staan en gaat schermen met zijn ambtelijk gezag. In volledig roepingsbewustzijn zal hij ongekunsteld zijn bezoek hebben af te leggen.Achter zijn bezoek zit de liefdevolle, intense aandacht van God voor de mens, voor die bepaalde konkrete mens in zijn eigensoortige levensomstandigheden. Het respekt voor de ambtsdienst groeit door de kracht van Gods Woord en Geest via de trouwe arbeid in het midden van Christus' gemeente.
4. In de relatie tot de gemeenteleden hebben de ouderlingen een voordeel. Zij zijn in doorsnee praktisch in hun aanpak. Zij komen in hun eigen werk al vaak iedere dag met allerlei mensen in aanraking, die God niet dienen en niet naar de kerk gaan.
Zij kunnen dus mee voelen met gemeenteleden, die evenzeer dergelijke ervaringen opdoen. Het zal hen bewaren voor theorietjes!
5. Dat neemt niet weg, dat de ouderling de Schriftstudie nooit mag verwaarlozen. Wie een gapend gebrek aan Schriftkennis heeft kan niet als ouderling in de gemeente naar Christus' opdracht funktioneren. Want zowel de gemeente als de ouderling zèlf zijn voluit aanspreekbaar op het Woord van God. De bekwaamheid om te onderwijzen dient door voortgaand intensief Schriftonderzoek toe te. nemen.De HERE wil dat zegenen voor alle betrokkenen.
6. Voorts is het vereist, dat de ouderling weet wat er in de bredere en meer beperkte kerkelijke wereld gaat omstaan. Hij kan niet zonder kennisname van bepaalde wekelijkse lektuur
en zal zo nu en dan een boek aanschaffen, dat hem kan helpen bij een broodnodige geestelijke oriëntatie, zodat hij zijn tijd kent en weet in te spelen op aktuele vragen en problemen.
7. Het huisbezoek heeft voor het gevoel van velen vaak een gedwongen karakter. Men zit in spanning en beschouwt het als een soort inquisitie. Die gedachte moet verdwijnen! Daartoe kan de ouderling zèlf een levendige bijdrage leveren. Hij komt niet zonder meer over geestelijke dingen spreken, maar geestelijk over allerlei dingen spreken.
8. Bovenstaande dient wèl nader gekonkretiseerd te worden. Als het huisbezoek gaat over de dienst des HEREN in alle sektoren van het leven zullen het dagelijks werk of de werkloosheid, de lektuur, die men leest en de organisaties, die men steunt, niet buiten schot blijven.
Dat betekent overigens niet, dat de ouderling als propagandist voor zaken van politiek, pers en onderwijs optreedt.
9. Wij willen hierbij apart de opmerking maken, dat op elk huisbezoek de kerkdienst aan de orde gesteld moet worden. Wat doen de mensen met de prediking?
Hoe GEBRUIKEN zij in hun praktische leven de sakramenten van de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal ? In het kader van de zaken, die de kerkdienst betreffen, komt de kerkgang aan de orde, zeker bij hen, die daarin niet trouw zijn.
10. Hoe bereidt men in de gemeente zich op de zondag voor?
Kent men over het algemeen een persoonlijk Bijbelonderzoek en een intens gebedsleven? Dat zijn belangwekkende vragen, die de ouderling moeten bezighouden.
11. Men begrijpt dus, dat het zaak is de mensen op huisbezoek persoonlijk aan te spreken. De methode van de monoloog bevredigt niet. Het moet komen tot de dialoog, al moet men zich wachten voor het gevaar zich te verliezen in een oeverloze diskussie waarbij het: "Zo zegt de HERE" naar de achtergrond verdwijnt of niet meer aan bod komt.
12. Wij zijn tegen het afwerken van een vragenlijst op huisbezoek.
Daardoor krijgt het huisbezoek een wettisch karakter. Het eerste is en blijft, dat de ouderling leert luisteren naar wat de mensen te berde brengen hoewel hij ervoor moet zorgen de leiding in handen te houden en niet af te dwalen naar allerlei zijpaden.
13. In een gezin horen de kinderen van een bepaalde leeftijd - zeker wanneer zij naar de katechisatie gaan - bij het huisbezoek aanwezig te zijn. Dat zal de ouderling bij het maken van de afspraak vooraf moeten meedelen.
Overigens kan het gebeuren, dat in de loop van het gesprek blijkt, dat het nodig is met één of meerdere jongeren apart te spreken. Men moet jongeren niet teveel vermanen in het bijzijn van hun ouders terwijl die dan ook nog een duit in het zakje doen. Dat werkt averechts, want dan voelen de jongeren zich in de minderheid en reageren zij soms fel af. Wèl moet men goed weten of er doopleden zijn, die nog geen belijdenis van het geloof hebben gedaan en die daartoe moeten worden gestimuleerd.
14. Het gaat erom het vertrouwen van de mensen te winnen.
Daarom zal de ouderling er goed aan doen als hij zich inspant om de gezinnen te leren kennen. Zo eens buiten het huisbezoek om bij de gemeenteleden van de wijk binnenlopen geeft een band en sorteert effekt. Regelmatig kontakt is een goed entreebiljet voor de ouderling op huisbezoek.
15. Daarom is het aanbevelenswaardig wanneer men b.v. een wijk heeft van ongeveer veertig adressen deze adressen als wijkouderlingen onderling te verdelen, zodat ieder de helft daarvan voor zijn rekening neemt ten dienste van de normale pastorale verzorging. Voor een huisbezoek, dat jaarlijks dient gebracht te worden, aan alle i.c. veertig adressen kan men zich beiden presenteren.
16. De ouderling zal niet alleen hebben te vertroosten, maar ook hebben te vermanen. Hij moet wèl duidelijk aan de gemeenteleden laten merken, dat vermaning en vertroosting direkt en onlosmakelijk samenhangen.
Het is in het grieks van de grondtekst van het N.T. eigenlijk één woord, dat betekent: erbij roepen.
En de Dordtse Leerregels stellen terecht, dat door de vermaningen de genade wordt meegedeeld.
Via de vermaning komt er bij een positieve reaktie opening voor de vertroosting. Wij hebben met schapen en lammeren van de kudde van Christus te doen. Daarom zullen Schriftgedeelten als Psalm 23 en Johannes 10 ons met name in het hart geschreven moeten staan. Men ga er bij een zwaar vermaanbezoek of tuchtbezoek nooit alleen op af. Het belang van een getuige valt niet te onderschatten.
17. Overigens zal de ouderling dienen te onderscheiden tussen vertrouwdheid en vertrouwelijkheid.
Hij zal een maximum aan vertrouwdheid moeten paren aan een minimum aan vertrouwelijkheid.
Daarom hoeft hij de mensen helemaal niet te vergasten op allerlei persoonlijke geestelijke ervaringen.
Dat kan eens in een bepaald opzicht noodzakelijk zijn als illustratiemateriaal om te aksentueren hoe de HERE als Vader in de hemel het leven van zijn kin.
deren leidt, maar dient wèl tot het uiterste beperkt te blijven.
Men stelt anders gauw zichzelf centraal en verliest zich in een opsomming van eigen wederwaardigheden.
18. De ouderling mag zich niet verlagen tot een boodschappenjongen, die klakkeloos alle kritiek overbrengt aan de predikant.
Als de mensen kritiek hebben op de predikant of een andere mede-ouderling of diakenlaten zij het de persoon in kwestie zèlf gaan vertellen. Doen zij dat niet, dan hoeft men er als ouderling op huisbezoek ook niet al te zwaar aan te tillen.
Wèl zal men het gemeentelid moeten wijzen op het gevaar, dat hij zo kan balanceren op de rand van de zonde tegen het negende gebod, de martelaar onder de geboden van de Wet van de HERE in de kerk van de HERE.
19. Het lijkt ons niet noodzakelijk per se elk bezoek met Schriftlezing te beginnen. Men perst dan vaak het geheel dermate in een dwangbuis, dat het als een knellend juk wordt beschouwd.
Men zál en moet het dan over dat bepaalde Schriftgedeelte hebben.
En als vervolgens het gesprek is uitgelopen en de ouderling meent, dat men de koers volkomen is kwijtgeraakt, keert hij met ettelijke krampbewegingen geforceerd weer terug tot het Bijbelgedeelte, dat als oorspronkelijk uitgangspunt diende. Maar het spreekt niemand meer echt aan, omdat het tot een kunstmatige gespreksombuiging verworden is. Laten de ouderlingen zich niet uitputten in de exegese van een bepaald Schriftgedeelte.
De gemeenteleden voelen met hun klompen aan, dat het dikwijls geleend goed is. Dat geeft op zichzelf helemaal niet. Maar het dooft de spontaniteit, die juist voor het wèlslagen van het huisbezoek zo bevorderlijk is.
Men kan zich wel bedienen van een bepaald thema zoals: geloof, blijdschap, toekomstverwachting etc.
20. Meestal verdient het aanbeveling om gewoon te beginnen met een praatje over van alles en nog wat en met informatie naar de gezondheidstoestand, het wèl en wee van het hele gezin. Dan komt er vervolgens opening genoeg om door te stoten naar het wezenlijke doel van het bezoek.
En laat men er althans voor zorgen, dat het geheel uitmondt in het lezen van een passend Schriftgedeelte en een afsluitend innig gebed waarin de noden van hen, die werden bezocht, aan de HERE worden voorgelegd. Men kan dus niet wegkruipen in het "Onze Vader" om aan de moeiten van het slotgebed te ontkomen.
Men moet voorts niet bepaalde dingen, die men in het gesprek niet durfde aan te snijden mee tot inhoud van zijn slotgebed maken. Dat is onjuist. Men vermane in het gesprek dus wanneer het tijd is.
21. Het gaat erom via het huisbezoek het gepredikte Woord nader aan te bevelen. Daarom zullen met name de ouderlingen aandachtig naar de preken luisteren.
Hun huisbezoek is ook een stuk geestelijke nazorg betreffende de bediening van het evangelie zoals die zondag aan zondag plaatsvindt. Men moet het gesprek over één en ander niet inleiden met de vraag: Kunt u ook zeggen, dat u gevorderd bent op de weg van geloof en bekering?
Die vraag is te abstrakt en brengt velen in grote verlegenheid met het gevolg, dat men van meet af dichtslaat en het huisbezoek de mist ingaat.
22. Het is beslist af te raden alles van een bezoek op de kerkeraadsvergadering te rapporteren.
Als de gemeenteleden van een ouderling weten, dat hij alles aan de kerkeraad vertelt, worden zij spaarzaam met hun mededelingen en raakt men gefrustreerd.
Er moet een sfeer van vertrouwen heersen, zodat men erop aankan, dat de ouderling voldoende onderscheidingsvermogen bezit om na te gaan wat hij wèl en niet aan de kerkeraad moet meedelen. Dat geldt in het bijzonder bij aangelegenheden waar zich zonden openbaarden in het vlak van de intimiteit. Hoewel ik aan het slot van dit punt er aan moet toevoegen, dat het bij mij als weinigzeggend overkomt wanneer men regelmatig meent te kunnen volstaan met de term: goed bezoek. Wát was er dan goed? Als men alleen zou meedelen: slècht bezoek, zou een dergelijke vraag zeker vanuit de vergadering opklinken. En dan gaat het in beide gevallen allerminst om bevrediging van onze nieuwsgierigheid.
23. Laat men inkalkuleren, dat men een onvolmaakt mens is en met onvolmaakte mensen te maken heeft. Het kan gebeuren, dat een ouderling een bepaald bezoek beter aan een kollega kan overlaten. Die kollega is meer ingespeeld op de situatie waarin het bewuste gemeentelid zich bevindt en kan waarschijnlijk meer bij die broeder en/ of zuster beo reiken. Ook de predikant doet er verstandig aan bepaalde bezoeken aan bekwame ouderlingen te delegeren. Het gaat er immers om, dat er een open deur bij het gemeentelid gevonden wordt.
Het gaat om zijn/haar behoud!
En verdere vervreemding is nu eenmaal schadelijk voor de kommunikatie binnen de kring van de gelovigen.
24. Zo zullen wij in biddend opzien tot onze Zender en bij een open Bijbel levend en werkend met veel liefde, wijsheid en takt als trouwe ambtsdragers in afhankelijkheid van de HERE als de God van het Verbond en in aanhankelijkheid jegens de kudde van Christus onze dienst vervullen in de verwachting, dat de HERE het eenvoudige huisbezoek wil zegenen tot opbouw van het lichaam van Christus en bovenal tot lof van zijn grote Naam!