Terloops

1984-09-07
  • Jaargang 28
  • nummer 33
Veel is de laatste tijd geschreven over het lijden, over het kwaad dat mensen, ook goede mensen, treft. Dat lijden kan ons benauwen, ook al weten we dat Jezus het lijden beslist niet uit de wereld heeft weggepraat. Als mensen, ook theologen, beweren dat het lijden in deze wereld eigenlijk niet thuishoort, vergeten ze dat we sinds de zondeval leven op een vervloekte aarde, waar de satan en allerlei geestelijke boosheden hun werk doen.
Als je de krant leest met verslagen van moorden en aanrandingen, van ziekten en verslaafdheid, komt het 'waarom' telkens om de hoek kijken.
Zonde en ziekte, zonde en narigheid zijn de eeuwen door met elkaar in verband gebracht, zó zelfs dat men sommige zieken als melaatsen heeft gemeden.
De bijbel vertelt ons over melaatsen die roepen moesten als ze er aan kwamen. De gedachte hierachter was dat God Zelf deze mensen had verbannen.
Ziekte was een straf.
In Mattheüs 9 : 1-8 wordt ons het verhaal verteld van een verlamde die bij Jezus wordt gebracht. Jezus vergeeft die man zijn zonden en de schriftgeleerden noemen dat lastering van God.
Naar aanleiding van dit bijbelgedeelte schreef Piet v. Midden in 'Voetnoot' van januari 1984 het volgende: "Vlak daarvoor hebben een paar bezetenen geroepen: 'Zoon van God, wat heb je met ons te maken?' Die rauwe vraag kan Hij nu beantwoorden. Wat heeft Hij eigenlijk met je te maken, als het pijn doet? Hij mag het zeggen! Maar goddank begint Hij niet meteen te preken. Hij kijkt eerst. Hij ziet de mensen die deze man hebben gebracht.
"Hoe halen ze het in hun hoofd", zouden ze toen gezegd hebben. Als God iemand straft, moet je je daarbij neerleggen.
Jezus heeft zijn oordeel nog niet klaar. 'Hij ziet hun geloof', staat ér. Die mensen zijn er nog niet zo zeker van dat God hun vriend heeft 'gepakt'. En ze krijgen gelijk!
Want het eerste wat Jezus zegt, is: 'Volhouden, God is een vergevend God!'. Anders gezegd: hij valt je niet in de rug aan, hij wreekt geen zonde op één enkele mens. Als het pijn doet, hoef je nooit verwijtend aan God te vragen: 'Waarom?'.
Jezus gooit daarmee het hele godsbeeld van zijn omstanders omver. Je hoort in het verhaal bijna het geroezemoes. 'Godslasterlijk' wordt er zelfs gemompeld.
Wat heb je met ons te maken?
Dat geroezemoes is nog steeds niet verstomd. Hierboven schreef ik dat het gevoel, dat je je pijn aan God oploopt, ook moderne mensen overvalt. Je kan denken dat 'het' jou niet overkomt. Vergeet dat maar.
Wie een keer goed klem gezeten heeft, weet dat het hart zijn redenen heeft, die het verstand niet kent. Maar bij dat gevoel hoef je het niet te laten. Het evangelie helpt gelukkig een heleboel van dat soort gevoelens uit de wereld. Zoals het verhaal over die verlamde man dat doet.
Anders zouden we, met die verlamde, onder onze godsbeelden bezwijken.
'Zoon van God wat heb je met ons te maken?'. Die vraag blijft.
Iedereen moet voor zich naar een antwoord op die vraag zoeken.
Het evangelie zet wel wat 'denklijnen' uit. Hij m6et te maken hebben met vergeving, met liefde, met gerechtigheid, met herstel, met 'op je eigen benen kunnen staan'. Dát hoort bij God. En alles wat daarop ketst moet de wereld uit. Wie aan dat herstel werkt, werkt aan Gods Rijk."
Om over na te denken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief