Hoe vul je het in?

1985-10-04
  • Jaargang 29
  • nummer 38
Daaraan moest ik denken toen ik ongeveer een jaar geleden in een Evangelische Kirche in Oostenrijk in de julimaand een Pjarrer uit Leipzig (DDR) verbonden aan de Thomaskirche, de kerk van J. S. Bach, hoorde preken over Romeinen 12: 7-21. Het waren eigenlijk slechts enkele opmerkingen naar aanleiding van de gekozen tekst; Ik geloof nog steeds serieus, dat werkelijke verkondiging van Gods heilig Woord wat anders en wat meer inhoudt. Maar deze buitenlandse collega meende blijkbaar hiermee te kunnen volstaan.

Niet ter zake
De voorganger begon met te vertellen hoe een officier in de Eerste Wereldoorlog vóór de troep ging staan en zei: "Het gaat om een strijd van man tegen man".
Waarop een gemoedelijke, eenvoudige soldaat vroeg: "Toon mij die man, dan kan ik met hem een vergelijk treffen (einwerten)." Hoe vul je het in? Want dit is eigenlijk helemaal buiten de orde in een oorlogssituatie. De militair moet aan het front vechten en woorden van verzoening en vrede passen op dat moment in dat kader niet, maar, ondermijnen de vervulling van zijn concrete opdracht.

Juist ingeschat?
Het tweede wat de pfarrer memoreerde was, dat hij aanvankelijk geaarzeld had te berde te brengen, dat hij uit de DDR kwam en van bepaalde rechten moest afzien. Maar hij had deze aarzeling overwonnen. Hij kon dus niet doen en laten wat 'vele anderen in de wereld wél konden.
Maar hij begreep de motieven niet van hen, die de DDR met' gevaar voor eigen leven en dat van anderen ontvluchtten. Er was een alternatief. En daarom wilde hij na drie weken in Oostenrijk vertoefd te hebben weer naar de DDR terug. Dat alternatief was een open hemel, de verbondenheid aan het Hoofd van de gemeente, Christus, zijn Vriend, en de opdracht van God, zijn Zender, in de Thomaskerk te Leipzig!
Ja, hoe vul je het in? Want die dominee zweeg over het communisme en de confrontatie van zijn landgenoten met de inperking en beroving van hun vrijheid. Die mensen proberen niet zó maar van achter het ijzeren gordijn naar het Westen te ontkomen.
Als je ergens in de wereld voldoende ruimte hebt om: te leven, en je vleugels uit te slaan, solliciteer Je niet naar een andere situatie via een verblijf in een ander land. Dan zet je alles op alles om te komen tot een positieve uitbouw van de mogelijkheden, die je nog bezit om een leefbaar bestaan te continueren. Als je die Oost-Duitse Pfarrer hoorde leek het wel alsof er geen Berlijnse muur meer bestond en er geen sprake was van een antichristelijke ideologie, die ook de: DDR knevelt. Hoe vul je het in? Dat is geen vlotte vraag, maar' vertolking van een duizelingwekkende verantwoordelijkheid zeker van iemand als voorganger van de gemeente, als prediker van het evangelie.

Een verrassend gebeuren?
Tot slot vertelde de predikant in verband met de uitleg van de zinsnede: “Overwin het kwade door het goede" van het Dispuut in 1519 in Leipzig tussen Maarten Luther en Joh. Eek, over de R.K. leer. Dat loog er niet om. Zo'n dispuut duurde weken, Van alles en nog wat werd er dan over de tafel geschoven om de tegenstander voor het forum van een gemêleerd publiek te vloeren.
In een bepaald verband hamerde Luther op het thema: gerechtvaardigd door het geloof zonder de werken, een markant thema in de strijd tegen Rome. Maar daar kwam dr Joh. Eek met de brief 'Van Jacobus voor de dag. Deze apostel zegt immers naar het schijnt precies het omgekeerde nl.: “Gij ziet, dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt en niet slechts uit geloof?”
Luther had eigenlijk op dat ogenblik geen afdoend weerwoord. Hij voelde zich erg in het nauw gedreven en deed een wonderlijke sprong waardoor hij vér over de schreef ging. Hij zei: Jacobus delierat, d.w.z. – Jacobus heeft het delirium – hij raast en die “strooien” brief moest maar verbrand worden. Dit was een hoogst ongeoorloofde uitspraak van Maarten Luther. De kerkgeschiedenis toont ook de zwakke en zondige kant van hen, die in die historie een zeer belangrijke rol spelen. Wij mogen nooit de H. Schrift pasklaar maken door een bepaalde exegese en die ombuigen naar de leer van de kerk. Het is net andersom: De leer der kerk moet steeds weer omgebogen worden naar de Heilige Schrift. In de tijd van dat twistgesprek nu lag in het Dominicanerklooster in Leipzig Joh. Tetzel, de aflaatprediker te sterven. De 95 stellingen zijn uit de strijd vegen deze man geboren. Luther mocht Tetzel niet bezoeken.
want een ketter, zo heette het, zou het klooster ontwijden en ontheiligen. Maar dat belette de reformator niet een troostbrief aan Joh. Tetzel te schrijven. En dat ondanks de vreselijke schade, die deze figuur met zijn kwalijke praktijken Luther en de hele kerk had berokkend. Ik ken de inhoud van die troostbrief niet. Ik zie er Luther niet, voor aan, dat hij gesjoemeld heeft met de boodschap van het evangelie aan het adres van zijn oorspronkelijke tegenstander.

Praktische toepassing
Maar hoe breng je concreet het geciteerde Schriftwoord uit Rom. 12 in praktijk? Een ander had het misschien gelaten bij een indringend gebed voor de bekering en het eeuwig behoud van deze dwaalgeest, die door zijn weerzinwekkend optreden het evangelie van verzoening en vrije genade finaal had verduisterd. Zou hij dan zo ook niet hebben beantwoord aan de teneur van dit Paulinische woord? Ik vraag het maar. Er is ontegenzeglijk een zekere ruimte voor de invulling van onze opdracht om het Woord van onze God te praktiseren in ons menselijk leven en het intermenselijk verkeer. Als we maar met een eerlijk geweten bezig zijn in de dingen van Gods Koninkrijk tot lof van Hem, die ons roept tot zijn dienst!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief