GMV-discussienota

1985-10-04
  • Jaargang 29
  • nummer 38
GMV-DISCUSSIENOTA 1985 met als jaarthema: "Is de zorg voor elkaar". Anders verwoord: van de alverzorgende verzorgingsstaat naar een verzorgingsstaat van beperkte reikwijdte: de sociale rechtsstaat.

§ 1. Inleiding
Het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond (GMV) - een vrijgemaakt-gereformeerde organisatie van werkgevers en werknemers, die politiek hoofdzakelijk lid zijn van het GPV dan wel daarop stemmen – presenteert ieder jaar een discussienota, waarin op doorwrochte wijze een actueel maatschappelijk probleem wordt behandeld. Dit jaar is dat het probleem van de alverzorgende verzorgingsstaat, waartegenover het GMV de sociale rechtsstaat stelt; weliswaar ook een verzorgingsstaat, maar dan één van beperkte reikwijdte of omvang. Op verzoek van een werkgeversorganisatie heb ik een kritische bespreking 'van de nota moeten geven, waarvan onderstaand een kort uittreksel.
De sociale zekerheid is op het ogenblik volop in discussie. Onze regering komt met allerlei herzieningsvoorstellen en ook politieke partijen stellen commissies in om de zaak eens onder de loep te nemen. Wat is het doel van de sociale 'zekerheid? Moet deze de mensen ingeval van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid min of meer dezelfde welstand (welvaart) geven of is het de bedoeling, dat verpaupering van mensen wordt voorkomen.
Het eerste is tot dusverre het door velen aanvaarde standpunt geweest. Dit standpunt begint echter meer en meer te kantelen, omdat de huidige 'verzorgingsstaat onbetaalbaar blijkt te zijn en de sociale zekerheid meer en meer een blok aan het been is en de economische groei in de weg staat. De weg uit het economisch dal omhoog wordt in zeker 'Opzicht geblokkeerd door de huidige sociale zekerheid, zelfs "linkse" mensen begrijpen dat meer en meer.
Mijn standpunt is, dat er geen (goddelijk of menselijk) gebod is, dat zegt, dat het doel van de sociale zekerheid hierin gelegen is, dat mensen altijd min of meer (of ze nu werken of niet) dezelfde welstand (welvaart) moeten hebben. Dit standpunt zou ik het paradijs-standpunt willen noemen. Aangezien echter het paradijs (voorlopig) tot het verleden behoort, kies ik voor het tweede standpunt. Daarbij heb ik voorgesteld te onderzoeken of en in hoeverre op basis van particuliere verzekeringen min of meer hetzelfde bereikt kan worden als thans gebeurt door middel van de huidige verplichte collectieve sociale verzekeringen. Wat is de taak van de Overheid hier? Zij heeft naar mijn mening te maken met sociale zekerheid, maar is zij normatief geroepen, de burgers een zeker minimumwelvaart te garanderen? Ook daarvan heb ik geen (goddelijk of menselijk) gebod waar dan ook kunnen vinden. Economisch is één en ander in elk geval ongewenst.

De GMV-nota is een doorwrocht stuk; het geeft een uitstekend overzicht van de ontstaansgeschiedenis van de alverzorgende verzorgingsstaat, wat de nadelen van deze staat zijn en hoe gereformeerden
verschillende perioden over sociale zekerheid hebben gedacht. Met veel van wat in de nota staat ben ik het van harte eens. Niettemin meen ik enkele kritische kanttekeningen te moeten maken, die naar mijn mening van fundamentele aard zijn. De GMV-nota begint met te stellen, dat de verzorgingsstaat een feit is: dat valt nuchter te constateren.
De verzorgingsstaat is ontstaan uit een compromis tussen het liberale uitgangspunt vaneen vrije ondernemingsgewijze. productie en een uitgebreid voorzieningenstelsel, dat vooral bepleit werd door de sociaaldemocraten. Dit compromis werd volgens de nota mogelijk door de forse economische groei in de naoorlogse decennia. Het optimisme waarmee de verzorgingsstaat werd omgeven was vele jaren ongekend. Maar deze is nu als gevolg 'van de economische recessie onbetaalbaar geworden. We zullen ons moeten heroriënteren, aldus de nota, maar deze heroriëntatie is meer dan het bijstellen van de verzorgingsstaat op een iets lager niveau. Vooral een bezinning op de doelstelling van de verzorgingsstaat verdient een hoge prioriteit. Het GMV wil de verzorgingsstaat ook bezien in het Jicht van de mogelijkheden om onze roeping te vervullen, Bovendien wil de nota bereiken, dat er nagedacht wordt over alternatieven, nu het voorzieningenniveau wordt ingekrompen.
Liberale en socialistische denkbeelden hebben grote .invloed gehad op de ontwikkeling van de sociale zorg in ons land sedert 1945. De voorzieningen die sindsdien getroffen zijn, zijn zeer gevarieerd en beperken zich niet tot het terrein van de sociale zekerheid. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld voorzieningen op het gebied van het onderwijs, maatschappelijk werk, verschillende vormen van welzijnswerk en ook subsidies aan ondernemingen. Wel wordt het stelsel van sociale zekerheid als een zeer belangrijk deel gezien, sommigen spreken zelfs van de hoeksteen van onze verzorgingsstaat.
Ook in christelijke kring verklaarde men zich min of meer akkoord met de verzorgingsstaat.

§ 2. Enkele kritische opmerkingen over de GMV-nota
De nota maakt vele goede opmerkingen over de crisis van onze huidige verzorgingsstaat. Het zwakke punt van de nota is echter, dat het de verzorgingsstaat in beginsel accepteert, zij het dat het een verzorgingsstaat van beperkte reikwijdte of omvang voorstaat. Men heeft daarvoor de fraaie term sociale rechtsstaat bedacht. Voor de werking van de markt, voor de markteconomie heeft nota weinig waardering; deze vorm van economische ordening wordt vrijwel uitsluitend in negatieve zin genoemd. De gereformeerden hebben na de oorlog de taak van Overheid op het gebied van de sociale zekerheid en welzijn geleidelijk geaccepteerd, al bleef het uitgangspunt de eigen verantwoordelijk van de Overheid en de burger. De kern van de overheidstaak is het doen van recht en gerechtigheid. De Overheid heeft, aldus de nota, paal en perk te stellen aan het marktmechanisme, waar dat uitsluitend het recht van de sterkte honoreert.
Erg fundamenteel is de kritiek van de nota op de huidige verzorgingsstaat dan ook niet, al heeft men wel oog voor de maatschappelijke en culturele nadelen van deze verzorgingsstaat. Bovendien is de kritiek niet erg origineel, want op het afslanken van de huidige verzorgingsstaat waren anderen inmiddels ook al gekomen. De nota wil meer onderling dienstbetoon, oproepen tot meer oog hebben voor elkaar, meer “diaconale” zorg in de samenleving. Maar de nota zegt ook, dat een nuchtere beoordeling van de werkelijkheid in onze samenleving gebiedt te stellen, dat veel mensen onkerkelijk zijn en dat het verleden ons geleerd heeft, dat diaconieën bepaald niet vlekkeloos functioneren. Wat komt van deze zorg voor elkaar concreet dan terecht, zeker in geval van massale werkloosheid of in geval van hoge invaliditeits-(WAO) en/of ziektepercentages? Dit vraag ik mij temeer af wanneer men de verantwoordelijkheid van de Overheid voor de sociale zekerheid en welzijn accepteert, hetgeen het GMV doet. Gelooft de nota daar zelf wel echt in? De nota heeft naar mijn mening dan wel onvoldoende oog voor betekenis van de markt van het ruilverkeer, waar prijzen, lonen en hoeveelheden aangeboden en gevraagde goederen simultaan tot stand komen en waar de voorkeuren van de deelnemers aan het ruilverkeer op elkaar worden afgestemd. Ook ziet de nota niet, dat de markt doorgaans beter, en verder kijkt dan de Overheid of allerlei pressiegroepen in de samenleving, althans die pressiegroepen (zoals de vakbeweging), die invloed willen hebben op de verdeling van de nationale koek buiten het normale ruilproces om.
De nota is naar mijn mening enigszins vleugellam geslagen door de visie, die in vrijgemaakte gereformeerde kring leeft op de taak van de Overheid. Men noemt de Overheid hoofd van de openbare samenleving en daarmee wil men naar voren brengen dat de Overheid een belangrijke plaats in de samenleving is toebedeeld. Het GPV heeft het altijd gehad over het nationaal herstelplan, waarin ook van de Overheid veel wordt verwacht. Een zeker centralisme is de vrijgemaakt-gereformeerden niet vreemd. Dat komt ook in de nota naar voren. Het heeft misschien ook te maken met de opvatting, die in deze kring geleefd heeft dan wel nog leeft, namelijk dat er in beginsel reeds vóór de zondevol van de mens van een Overheid sprake zou zijn. Naar mijn mening een merkwaardige opvatting, die ook geen steun vindt in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Artikel 36 NGB zegt namelijk, dat God uit oorzaak van de verdorvenheid van het menselijk geslacht Overheden verorderend heeft om aan de ongebondenheid van de mensen paal en perk te stellen. Confessioneel staat men in vrijgemaakt-gereformeerde kring daarom bepaald niet sterk met de opvatting van een Overheid, die er ook geweest zou zijn wanneer de zondeval van de mens niet had plaatsgehad. Ik laat dit hier overigens verder rusten; omdat de probleemstelling speculatief is.
De nota doet enigszins dualistisch aan: men heeft terdege oog voor de gevaren van de huidige verzorgingsstaat, maar men wil in beginsel toch de verzorgingsstaat in stand houden, zij het dus van beperkte omvang.Kan dat? De “Wet van Wagner” leert ons, dat de staatstaak steeds omvangrijker wordt, wanneer de Overheid zich eenmaal met de economie van een land bemoeit. Ook de sociale wetgeving is nimmer opgezet met de bedoeling, dat de mens verzorgd moest worden van de wieg tot het graf. Maar pressiegroepen jagen de voorzieningen en de uitkeringen steeds verder omhoog. De nota signaleer dat zelf ook, maar toch maar voortgaan met een verzorgingsstaat? De nota zegt van wel.
3. Nadere kritiek op de GMV-nota
De nota wil een gedachtewisseling voor alternatieven van de huidige verzorgingsstaat op gang brengen, maar zelf draagt het in wezen geen alternatief aan dan alleen het alternatief van de sociale rechtsstaat = weer een verzorgingsstaat. Wanneer deze staat niet verlaten wordt, verandert de mentaliteit van de mensen ook' niet naar mijn mening. De verzorgingsstaat lokt een bepaalde mentaliteit uit; de nota wijst daar zelf trouwens ook op. Ik begrijp best, dat de Overheid te maken heeft met sociale zekerheid op grond van haar taak de publieke gerechtigheid te dienen. Recht en gerechtigheid doen is volgens de nota de ,kern van de overheidstaak. Maar geldt niet in de eerste plaats voor de burgers zelf, dat zij recht en gerechtigheid hebben te betrachten?
Betekent één en ander, dat een verzorgingsstaat in stand gehouden moet worden met algemene voorzieningen en hoge uitkeringen, waar de mensen (weer) als vliegen naar de strooppot op afkomen? Daar ontaard elke verzorgingsstaat op grond van de '”Wet van Wagner." gegarandeerd in. Waarom niet meer particuliere (individuele) verzekeringen ingebouwd op het terrein van de sociale zekerheid? De burgers zijn door de gestegen welvaart thans veel beter dan in de vorige eeuw (financieel) in staat voor zichzelf ie zorgen. Het voluit bijbels te stellen, dat de Overheid minimumvoorzieningen moet garanderen die in de kortste keren echter weer uitdijen tot van-alles-en-nog-watvoorzieningen, waardoor van de "zorg voor elkaar" ook niets terecht komt dan alleen via overheidsdwang?Wat zijn bovendien "minimum"voorzieningen? Wie bepaalt wat minimaal is?

De nota ziet niet het gevaar, althans gaat daar in het geheel niet op in, dat het op grote schaal en systematisch uitschakelen van het prijs- en marktmechanisme de economie ontregeld heeft, waardoor ook de basis voor de sociale zekerheid wegvalt. Ik begrijp best, dat de zwakken in de samenleving beschermd moeten worden. Maar dienst dat op een dergelijke wijze te geschieden, dat de sterken in de samenleving van overheidswege gedwongen moeten worden voor de zwakken te zorgen op een van te voren voorgeschreven manier? Is dat wel rechtvaardig ten opzichte van de sterken? Het is in de praktijk ook zeer de vraag of de Overheid altijd in staat is de sociale zekerheid van burgers te garanderen. Het is zelfs de vraag of dat wel gewenst is. Is het antwoord op werkloosheid alleen maar het verstrekken van goede uitkeringen en proberen de mensen in het land weer aan het werk te krijgen en mag de vraag nimmer gesteld worden of er misschien te veel mensen in een bepaalde regio van ons land wonen, terwijl elders in ons land of daarbuiten wel werk is. Daarmee zeg ik niet, dat er geen werkloosheidsfonds moet bestaan. Overigens: de werkloosheid zal in ons land volgens berekeningen met wel 400.00 werklozen teruglopen, indien het minimumloon verlaagd zou worden. Voorkomen moet worden, dat de mensen de sociale uitkeringen als hangmat gaan gebruiken, erin blijven hangen. Eén en ander kan bereikt worden' door de uitkeringen (met name dus de werkloosheidsuitkeringen) na bijvoorbeeld een jaar snel te laten dalen. Men moet naar mijn mening uitgaan van een markteconomie en dan kijken wat gedaan kan worden om te voorkomen, dat mensen verpauperen. Want de nota heeft gelijk wanneer het stelt, dat de Overheid niet werkloos kan toezien wanneer burgers verpauperen. De vraag is wel of dat moet via van te voren opgezette algemene minimumvoorzieningen, die onder druk van pressiegroepen toch weer uitdijen. Waarom kunnen de mensen
zich tegen ziekte, invaliditeit of arbeidsongeschiktheid niet op particuliere basis verzekeren? We kennen toch ook particuliere ziektekostenverzekeringen? Het probleem van ons huidig sociaal verzekeringsstelsel is, dat de gebruikmaking en de financiering ervan in verschillende handen ligt. Zij, die ervan gebruik maken betalen zelf maar ten dele (of helemaal niet) de kosten (de sociale premies) van het stelsel. De beslissing over de baten en de lasten zijn hier dus in verschillende handen komen te liggen en dat geeft in de economie altijd problemen. Wanneer de beslissingen over de baten en de lasten in dezelfde handen komen te liggen (door dezelfde mensen worden genomen) wordt de enorme groei in het collectieve voorzieningenpakket, dat inherent in aan de huidige wijze van financiering van onze sociale zekerheid, voorkomen. Een en ander kan bereikt woorden door de mensen zelf via verzekeringen op particuliere basis te laten beslissen wat ze precies verzekerd willen hebben met de daarbij behorende premies. Ze kunnen dan zelf de baten en de lasten, individueel tegen. elkaar afwegen en kiezen wat en voor hoeveel ze het één en ander verzekerd willen hebben (hoofdzakelijk invaliditeit, dan wel arbeidsongeschiktheid en ziektekosten).
De Overheid zal dan eventueel nog wel het één en ander moeten doen voor de afzonderlijke gevallen.
Nogmaals, de mensen zijn nu in tegenstelling tot de vorige eeuw veel beter in staat (financieel) voor zichzelf te zorgen en premies te betalen voor particuliere verzekeringen, zeker wanneer de thans verplichte (collectieve) premiebetaling komt te vervallen. De nota hanteert de term sociale rechtsstaat. Ik zou de term (sociale) markteconomie willen aanbevelen. Met de toevoeging "sociale" 'Wordt aangegeven dat ook de aanhangers van een (sociale) markteconomie "een hart in hun lijf" hebben; De Overheid heeft de uitwassen in de economie te bestrijden bijvoorbeeld door machtsconcentraties daarin af te breken, of tegen te gaan. Overigens is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Niet alle onrecht is bovendien te bestrijden en bij de bestrijding van onrecht dient ook gekeken te worden naar de maatschappelijke kosten ervan.Aanhangers van een markteconomie zijn geen gevoelloze rationalisten; ze verschillen alleen van mening met bijvoorbeeld de aanhangers van de sociale rechtsstaat over het middel. de middelen of de weg die gegaan moet worden om het doel welvaart voor allen te bereiken. Een hoogstaand" (?), ethisch standpunt is nog steeds geen substituut voor inzicht in economische of maatschappelijke vraagstukken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief