Maltese vriendelijkheid
2008-04-11
Christenen worden in de Bijbel opgeroepen om vriendelijke mensen te zijn: 'Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen.' (Filippenzen 4:5) Dat heeft ook Jezus op het oog.- Jaargang 52
- nummer 8
Hij roept ons op om onze vijanden lief te hebben en niet alleen elkaar vriendelijk te bejegenen, want 'wat voor uitzonderlijks doe je dan?
Doen de heidenen niet net zo?' (Matteüs 5:47).
Toch is vriendelijkheid niet enkel een christelijke eigenschap. Soms gaan anderen ons er zelfs in voor. In Handelingen 28:1-10 zijn die anderen de bewoners van het eiland Malta.
Een westerse tegenhanger van het verhaal van de barmhartige Samaritaan.
Gods vriendelijkheid
Dat Jezus zijn volgelingen oproept om hun vriendelijkheid niet tot de eigen kring te beperken, heeft primair met Gods eigen vriendelijkheid te maken. Deze wordt hierin zichtbaar dat God zijn zon over goede én slechte mensen laat opgaan en het zonder onderscheid ook over alle mensen laat regenen (Matteüs 5:45).
Het mooiste voorbeeld van Gods eigen vriendelijkheid is echter Jezus zelf. Dat wordt prachtig verwoord in Titus 3:4. De komst van onze Redder Jezus Christus, wordt daar een openbaring genoemd van 'de goedheid en mensenliefde van God.' De beide woorden die de NBV hier gebruikt, worden elders ook wel met 'vriendelijkheid' weergegeven.1 Bij de goedheid en mensenliefde van God mag je daar inderdaad aan denken.
Aan Jezus kun je bij uitstek Gods eigen vriendelijkheid aflezen.
Mensenliefde
Het woord 'mensenliefde' is in dit verband een bijzonder woord om daarmee de vriendelijkheid van God tot uitdrukking te brengen. In het Grieks zit daar het woord 'filantropie' in. Het komt in het Nieuwe Testament maar tweemaal voor.
Behalve in Titus 3:4 alleen nog in Handelingen 28:2 waar het over de buitengewone vriendelijkheid van de Maltezers gaat. Toen Paulus en de zijnen op weg naar Rome schipbreuk leden en op het eiland Malta aanspoelden, ving de plaatselijke bevolking hen daar vriendelijk op. Lucas legt er even apart de vinger bij: 'De plaatselijke bevolking gedroeg zich buitengewoon vriendelijk: ze verwelkomden ons en staken een vuur aan omdat het was gaan regenen en het koud was.' Onze vorige Bijbelvertaling noemde dit een 'buitengewone menslievendheid'. Het is de enige keer in de Bijbel dat de vriendelijkheid van mensen zo beschreven wordt, uitgerekend met hetzelfde woord dat Titus 3:4 voor Gods eigen vriendelijkheid gebruikt.
Meer dan het gewone
Dat moet ons verrassen. In elk geval heeft die vriendelijkheid van de Maltezers Paulus en zijn reisgenoten verrast. Ze verwelkomen die hele groep van 276 drenkelingen en zorgen voor een vuur om zich bij te warmen.
Ook de gouverneur van Malta, een zekere Publius, blijkt uiterst vriendelijk te zijn. Lucas vertelt dat hij hen bij zich liet komen en hen drie dagen lang bijzonder gastvrij onthaalde.
En dat terwijl Paulus een gevangene was en er nog meer gevangenen in zijn gezelschap zaten.
Vanzelfsprekend was het dus niet wat die Maltezers en hun gouverneur voor hen deden. Integendeel. Ze deden meer dan het gewone. Precies wat Jezus van zijn volgelingen vraagt, dat ze niet alleen hun eigen broeders en zusters vriendelijk bejegenen.
'Doen de heidenen niet net zo?' vraagt Jezus ons. Hier gebeurt echter het onverwachte dat heidenen zelf meer dan het gewone doen.
Cultuurbarbaren
Onverwacht leggen de Maltezers een buitengewone vriendelijkheid aan de dag. Onverwacht, want in de Romeinse wereld van die dagen stond het eiland Malta niet zo goed bekend. Tegenwoordig maken reisorganisaties gebruik van dit Bijbelverhaal en vertellen ze aan toeristen dat de bevolking van Malta bekend staat om zijn vriendelijkheid.
In Paulus' dagen was dat nog niet echt het geval. Malta was toen nog niet zo ontwikkeld en stond bekend als een nest van zeerovers en van allerlei ander vijandig gespuis (Cicero). Voor de Romeinen die prat gingen op de menslievendheid die hun eigen cultuur kenmerkte,2 waren de bewoners van Malta min of meer het prototype van de cultuurbarbaren.
Daar werd heel negatief over gesproken. Deze barbaren waren per definitie onvriendelijk. Bij zo'n eiland wilde je liever geen schipbruik lijden.
Daar zouden ze vast misbruik van maken...
Hoogmoed en vooroordelen
In het licht van deze negatieve Romeinse gevoelens ten aanzien van Malta is het des te opvallender dat dit Bijbelverhaal vertelt over de buitengewone vriendelijkheid van deze 'barbaren'. Dat is precies het woord dat Lucas hier gebruikt. Hij heeft het over 'de buitengewone menslievendheid van deze barbaren'.
Waarschijnlijk zegt Lucas het met opzet zo. Hij schreef zijn boek Handelingen oorspronkelijk voor een zekere Theofilus, een christen die zelf bij het cultuurvolk van de Romeinen behoorde. Door even apart de vinger te leggen bij de buitengewone vriendelijkheid van de Maltezers, houdt Lucas Theofilus als Romeins christen min of meer een spiegel voor. En passant prikt hij even fijntjes door de culturele hoogmoed en vooroordelen van de toenmalige westerse wereld heen. Culturele hoogmoed waar onze eigen westerse samenleving evenmin vrij van is. Ook onder ons wordt er in toenemende mate negatief en stigmatiserend over andere bevolkingsgroepen en culturen gesproken.
Geert Wilders' film Fitna is daar een recente en provocerende uiting van.
Een hele bevolkingsgroep, die van de moslims, wordt generaliserend en polariserend over één kam geschoren en alle nuances ontbreken.
Overigens, soms hoor ik christenen op vergelijkbare toon over andere bevolkingsgroepen spreken. Niet alleen jongeren, maar ook ouderen die via de thuiszorg in onze steden vaak allerlei nationaliteiten over de vloer krijgen en daar - de goeden niet te na gesproken! - zo hun meningen over hebben…
De barmhartige Samaritaan
Het is vooral aan ons als christenen in de westerse cultuurwereld aan wie het verhaal van de vriendelijke Maltezers een spiegel voorhoudt. De Bijbelverhaal is min of meer de westerse pendant van het verhaal van de barmhartige Samaritaan. In de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan hield Jezus de Joden een spiegel voor, omdat zij Samaritanen per definitie als hun vijanden beschouwden. Laat nu uitgerekend een Samaritaan uitmunten in zijn barmhartigheid! Op een vergelijkbare manier houdt het verhaal van de vriendelijke Maltezers westerse cultuurchristenen een spiegel voor. Zonder het te weten vertonen die Maltezers met hun vriendelijkheid, net als die Samaritaan met zijn barmhartigheid, het beeld van Jezus.
Missionair belang
Christenen zijn geroepen om in hun vriendelijkheid het beeld van Jezus te vertonen. In een samenleving als de onze, waarin de onderlinge omgang tussen mensen met een verschillende culturele en/of godsdienstige achtergrond zomaar verstoord kan raken, is die vriendelijkheid ook missionair van belang. Het is zelfs een historisch gegeven dat de groei van de kerk in de tijd van het Romeinse rijk sterk bevorderd is doordat christenen alle mensen vriendelijk bejegenden. Een heidense keizer uit de vierde eeuw verzuchtte zelfs: 'Waarom hebben wij niet in de gaten, dat het hun vriendelijkheid tegenover vreemdelingen is, hun zorg voor de doden en de beweerde heiligheid van hun levenswandel, waardoor dit atheïsme zo toeneemt?' (Julianus) Veelzeggend dat deze keizer de vriendelijkheid van christenen tegenover vreemdelingen zo is opgevallen en dat hij dat als één van de redenen zag waarom de kerk in zijn dagen zo groeide, ondanks alle tegenmaatregelen van de overheid. Ook wij doen er vandaag goed aan die missionaire betekenis van de vriendelijkheid niet uit het oog verliezen: 'Laat iedereen het merken dat Christus in u woont, dat u in woord en werken zijn vriend'lijkheid vertoont.' (Evangelische Liedbundel 91) In een samenleving als de onze kunnen christenen het verschil maken, mits wij ons oefenen in vriendelijkheid en bereid zijn om onze eigen hoogmoed en vooroordelen door de Bijbel te laten doorprikken.
Noten
1. Het in Titus 3:4 gebruikte woord voor 'goedheid' wordt als het om de vrucht van de Geest gaat met 'vriendelijkheid' weergegeven (Galaten 5:22). Het kan verwarrend zijn dat deze laatste tekst behalve vriendelijkheid ook goedheid noemt als vrucht van de Geest, maar voor het woord 'goedheid' gebruikt Paulus hier een ander woord dan in Titus 3:4.
2. Zie hierover uitgebreid J. van Eck, Handelingen. De wereld in het geding, Kampen 2003, p549vv.
Dr. Jaap Dekker is kerndocent van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding voor de Bijbelse Vakken en predikant van de NGK te Amstelveen.