De heerlijkheid van de bediening

1984-09-28
  • Jaargang 28
  • nummer 36
De dichter Jan H. de Groot liet in een intervieuw met Trouw opnieuw weten dat hij van het geloof was afgevallen. Zijn motief: geen woord weegt op tegen Dachau. De apostel Paulus spreekt anders over HET WOORD. Onder de heerlijkheid van de bediening van het Woord zijn we bezig een verandering te ondergaan door de Here die Geest is, 3 : 17 en 18. Dan volgen in 4 : 1-6 drie uitspraken over de heerlijkheid van zijn dienst aan het woord:
- we verliezen de moed niet en verwerpen alle schandelijke praktijken (1 en 2).
- als het evangelie bedekt is, dan is dat zo bij ongelovigen; die verblind worden door de god dezer eeuw (3 en 4).
de God die sprak: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten.

De heerlijkheid van Paulus' dienst is zo groot dat hij bewaard blijft voor depressie, frustratie en manipulatie.
Het zou begrijpelijk geweest zijn als Paulus een depressie had opgelopen.
Immers: hij kwam in Korinthe in veel zwakheid, met vrees en beven (1 Kor. 2). Hij was in persoonlijk verkeer schuchter, zijn persoonlijke verschijning was zwak (2 Kor. 10 : 10). Een engel des satans sloeg hem met vuisten (2 Kor. 12). Hij was elke dag in druk, om raad verlegen, ter aarde geworpen, aan de dood overgeleverd (2 Kor. 4). En hij had te stellen met jaloerse collega's die over hem roddelden en tegen hem kuipten.
Maar Paulus ziet het woord dat hij brengt zo machtig werken dat hij enthousiast blijft. Zijn bediening is hem door genade toevertrouwd. Wie zal hem dan dwarsbomen? Bovendien: het woord dat hij brengt werkt zo machtig: hij loopt nauwelijks gevaar van ontmoediging en frustratie. Dus heeft hij ook geen enkele behoefte aan manipulatie van de gemeente. Alle trucs en slimmigheden kunnen hem gestolen worden. Hij heeft ze ook helemaal niet nodig. Hij spreekt open en onbevangen en zelfs mensen die het niet met hem eens zijn, zeggen: die man is eerlijk!
Hij knoeit niet. Zo zijn we - zegt hij - onze eigen aanbeveling bij elk menselijk geweten, voor het oog van God, die de laatste rechter is.
Iemand vroeg eens aan Billy Graham: Wat is het geheim van uw dienst? Hij antwoordde: Ik breng het woord en direct daarna ga ik aan de kant staan en ben "spectator" (toeschouwer) en zie wat het doet. Luther zei: Het woord heeft het zelf gedaan, terwijl Philippus (Melanchton) en ik Wittenbergs bier zaten te drinken.
Binnenkort worden in allerlei kerken weer vakantiebijbelscholen gehouden. De leiders en leidsters hoeven zich geen ogenblik bezig te houden met een filosofie van het verleiden of een psychologie van indoctrinatie (denk aan het wetenschappelijk apparaat achter reclame en propaganda).
Ze hoeven alleen de waarheid aan het licht te brengen. Alleen maar zaaien, planten, natmaken.
God is het die de wasdom geeft.
Dat maakt onze dienst zo makkelijk en we kunnen het zo onbevangen doen.

De heerlijkheid van Paulus' bediening is zo groot dat hij ook bestand is tegen het ongeloof en de verblinding.
Ongeloof is een uiterst moeilijk te verwerken zaak.
Een publikatie als die over Jan H. de Groot ervaar ik als een aanval op mijn moed. Als een zo fijn dichter, die het evangelie zo goed kent, ongelovig wordt, wat haalt mijn dienst dan uit?
Paulus heeft dat vele malen meegemaakt.
Onder andere in Antiochië, klein Azië (Hand. 13). De reaktie op zijn rijke prediking is zelotisme en Jezus wordt opnieuw gekruisigd. Hij spreekt in Rom. 9 over zijn grote smart, zijn voortdurend hartzeer. Hij zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus voor zijn broeders naar het vlees.
Toch vindt hij de rust en de kracht om zich tot de heidenen te wenden. Hij wordt door het ongeloof niet verrast. Hij heeft erop gerekend. Hij kent de tegenstander, die God straks zal verdoen op Zijn dag, maar die nu nog rondgaat als de grote dover van het licht. Hij noemt hem "de god dezer eeuw". Paulus weet precies wat er gebeurt als hij het licht van het evangelie laat schijnen.
De vorst der duisternis, die niets zo haat als het licht, gaat dan op pad om ogen te verblinden.
Hij doet dat op veel manieren.
Hij steekt de Joden de ogen uit met de priem van hun wetsgerechtigheid: ze staren zich er blind op. De Grieken pakt en verblindt hij met hun filosofie.
Vandaag slaat hij de vertechniseerde menselijkheid met kunstharten en kunstmanen. Zouden wij in deze verlichte eeuw een godsdienst van 2000 jaar geleden moeten aanvaarden uit het oude Palestina? Hij doet dat met een vrijheidsideaal als dat van één van de Rolling Stones, die zei: Ik ben tegen elke georganiseerde gedachte en tegen elke georganiseerde religie en ik ben tegen godsdienstige manipulatie, die 100 miljoen mensen één ding wil laten geloven. Dat is het ideaal van de vrije mens: laat ieder denken en geloven wat hij zelf wil en we krijgen de heilstaat (of de hel?).
Paulus rekent bij zijn dienst op de god dezer eeuw. Hij rekent op tegenslagen. Hij heeft er verdriet van, maar wordt niet uit het lood geslagen. Het ligt niet aan het licht, als iemand blind wordt.
Het licht is goed en het is een plezier voor de ogen om de zon te zien.
Als we in een stikdonkere kamer zitten met een heel gezelschap en één van de aanwezigen is blind, zeggen we toch ook niet: laat dat licht uit! We draaien de knop om, want de fout zit niet in het licht! En als je in De Doelen zit en het orkest zit klaar om Bach of Mozart te spelen en één van de aanwezigen is doof, zeg je toch ook niet: laat dat orkest zwijgen. De fout zit niet in de muziek.
Geloof daarom in het licht en laat het schijnen in de wereld.
Het licht is voor de rechtvaardigen gezaaid en blijdschap voor de oprechten van hart, psalm 97.

De heerlijkheid van de bediening bestaat daarin dat God door de mond van Paulus zijn scheppingswonder herhaalt en zegt: Licht schijne uit de duisternis.
Gods vriendelijk aangezicht brengt vrolijkheid en licht: goedheid, almachtige zorg, liefde en tederheid, de heilige waarheid van vrede en recht. De glans van Gods aangezicht valt op Jezus Christus. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Gods wezen.
Jezus schijnt in het evangelie en het evangelie schijnt via Paulus over de mensenkinderen en die worden betrokken in een machtig proces van verandering door de Here die Geest is, zodat de heerlijkheid van God over het mensenleven komt.
Jezus zegt: "Jongen, je zonden worden vergeven". Dat is licht, vreugde in donkere dagen.
En ieder mens wordt volmaakt in Christus.
En we leren het geheim van Christus kennen: alle schatten die in Hem verborgen zijn.
En mensen Ieren wandelen in Hem, gegrond en opgebouwd in Hem, bevestigd in het geloof en overvloeiend in dankzegging. De oude mens is medegekruisigd en de duisternis is voorbij: het waarachtige licht schijnt reeds; is het niet geweldig dat het door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardigheid geworden is? Is het niet groot dat door de gehoorzaamheid van één mens wij allen rechtvaardigen geworden zijn?
Dat we begraven zijn in Hem en opgewekt in Hem en in Hem in de hemelen zijn gezet?
Dat is het licht, dat God roept in de duisternis en het schijnt: we zijn bezig veranderd te worden van heerlijkheid tot heerlijkheid, wij mensen, die oud worden en soms zo nameloos moe kunnen zijn. Dat heeft Zijn grote liefde gedaan.
Het is om buiten adem van te raken dat wanneer wij met onze zwakke stemmen dit evangelie opheffen en spreken, God de Almachtige dwars daar door heen Zijn herscheppingswoord spreekt: Licht schijne uit de duisternis.
Wat een heerlijkheid voor onze bediening.
Mensen vragen: wie is God na Auschwitz?
Het antwoord is: dezelfde die Hij was en zijn zal. De God die het licht roept in de nacht.
Jan H. de Groot zei: geen woord weegt op tegen Dachau.
Floris Bakels is in het K.Z. geweest en hij schrijft: Zelfs het extreme lijden in de Duitse gevangenissen en concentratiekampen hebben meegewerkt ten goede voor hen die God liefhebben.
Luther zei: ein Wörtlein wird ihn fällen. En Solzenitsyn, die zoveel weet van de Goelagarchipel zegt tegen de schrijvers van deze wereld: één woord van waarheid weegt zwaarder dan de hele wereld.
God heeft het eerste woord.
Hij heeft in den beginne het Licht doen overwinnen Hij spreekt nog altijd voort.
God heeft het laatste woord.
Wat Hij van oudsher zeide, wordt aan het eind der tijden in heel Zijn rijk gehoord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief