Vraagt opvoeden vandaag om begeleiding van ouders?

1984-09-28
  • Jaargang 28
  • nummer 36
Inleiding
Om op deze vraag een antwoord te kunnen geven moeten we ingaan op de situatie waarin gezin en ouderschap zich. bevinden in deze tijd. Deze situatie is (sterk) historisch bepaald.
Daarom zal ik allereerst een historisch overzicht geven van de ontwikkeling van het gezin. De ontwikkeling verloopt grof weg van “groot-familie" (meer-generatie-gezin) naar het kleine kern-gezin.

Van nog meer belang lijkt het mij om de ontwikkeling van gezin en ouderschap te volgen vanuit de maatschappelijke ontwikkelingen.
Welke ontwikkelingen dragen bij tot de vorming van gezin en ouderschap in deze tijd?
Belangrijke ontwikkelingen zijn de veranderende functies van het gezin voor zichzelf als kerngroep en voor de maatschappij.
Hiermee samenhangend zal ik stilstaan bij de veranderende relatie- en rolpatronen binnen het gezin en in de maatschappij.
Genoemde veranderingen worden benaderd vanuit de vraagstelling hoe christen-ouders/opvoeders met deze veranderingen kunnen omgaan.
Aandacht hiervoor is van des te meer belang omdat christenen een minderheid gaan vormen en bepaalde christelijke opvoedingsdoelen voor niet christenen "onherkenbaar' overkomen.

Geschiedenis
Een goed overzicht is te vinden in het boek van Stone: "The family, sex and marriage in England 1500-1800". In grove lijnen geeft hij de gezinshistorie als volgt weer: Van 1450-1630 bestond het gezin voornamelijk op grond van verwantschapsrelaties. Tussen de leden van het gezin en de omgeving bestond geen duidelijke afgebakende grens (open lineage).
De buren liepen gemakkelijk binnen. Men richtte zich voornamelijk op de groep in plaats van individuele aandacht te hebben voor ieder als persoon. Gevoelens en affectie voor elkaar kende men geen grote plaats toe in de onderlinge contacten. Het gezin vormde een economische eenheid waar produktie en consumptie beide plaats vonden.
Huwelijken werden gesloten veelal vanuit materiële belangen.
In de periode van 1550-1700 vormden zich duidelijkere grenzen tussen de leden van het gezin en de hen omringende gemeenschap.
Mede o.i.v. de waarden en de normen die bij de Reformatie sterker gingen gelden ontstond het beperkte kerngezin ook wel het patriarchale gezin genoemd. De waarden en normen die in de Reformatie o.a. door Luther sterk benadrukt waren zijn: het huwelijk is ingesteld door God en alle andere ordeningen van het leven zijn erop gebouwd. De man is het hoofd van het gezin en heeft het meeste gezag. Kinderen hebben hun ouders te gehoorzamen.
Tevens gold als hoogste goed het naleven van deugden o.a. "het breken van de wil" om zo de erfzonde uit het leven te bannen.
Van 1640-1800 vormde zich vanuit de bovengenoemde ontwikkelingen het gesloten kerngezin ook wel burgerlijke gezin genoemd.
Kenmerkend voor dit gezinstype is een individualisering van de gezinsleden en waardering voor affectie. Ook werd er meer waarde gehecht aan contacten buiten de eigen familie.
In onze tijd zijn het de romantische en affectieve belangen die doorslaggevend zijn in een relatie.
Het zijn niet meer de materiële belangen.
Shorter laat zien in de analyse van het moderne gezin dat de grenzen tussen gezin en maatschappij veranderen o.i.v. het toenemend individualisme. Het gezin is gesloten ten opzichte van de maatschappij, terwijl de maatschappij als geheel meer open wordt. De relatie tussen ouders en kinderen wordt lang niet meer alleen gezien als een gezagsrelatie maar eerder als een gelijkwaardige relatie gebaseerd op vriendschap en betrokkenheid.

De veranderende functies
Uit bovenstaande historische ontwikkelingen weerspiegelen de veranderingen in het functioneren van het gezin, zowel naar eigen gezinsleden toe als naar de maatschappij toe.
Enkele functies waren:
- zorg voor zieken en bejaarden Nu heeft de overheid deze taken grotendeels overgenomen; het gezin functioneerde als economische eenheid. Zowel de produktie als het consumeren van middelen vielen samen in het gezin. Deze economische functie is aanmerkelijk gereduceerd;
- de sociaal-emotionele functie (of koesterende functie) is steeds meer tot zijn recht gekomen alhoewel o.i.v. maatschappelijke ontwikkelingen deze functie gedeeld wordt met onderwijs en andere buiten het gezin georganiseerde clubs en aktiviteiten;
- de opvoedkundige functie van het gezin is voor een groot deel overgenomen door school, boeken, verenigingen, radio enz. Aan de andere kant worden veel meer ouders opvoedingsbewust.
(Margriet, Ouders van Nu.) Specifiek als een gezinstaak is gebleven: het bieden van een veilige en vertrouwelijke plaats.
Omdat andere functies zijn weggevallen is het gezin wel erg kwetsbaar geworden.
Een gevolg is dat de relaties tussen ouders en kinderen veel eerder psychisch overbelast raakt.
Door de sterke veranderingen in de maatschappij ten aanzien van de tot nu toe vaststaande zekerheden moeten ouders telkens weer kiezen langs welke weg zij
Juist christen-ouders zouden opvoeders kunnen zijn vanuit de Hoop die in hen leeft. Hebben juist zij niet een enorm perspectief door te geven?
De bijbel geeft ouders opdrachten, maar ook beloftes ten aanzien van het omgaan met hun kinderen.
Christen-ouders zullen, mits er geen onrecht gedaan wordt aan de opvoedingsinhoud (bedoeling), niet te bang hoeven zijn voor een nieuwe vormgeving.
Vanuit de geschiedenis leren we dat het gezin in vele vormen functioneerde en tot zijn recht kwam. Een veranderende vorm hoeft immers niet per definitie een verlies te zijn.
De tegenwoordige samenleving krijgt steeds meer de trekken van een post-christelijke periode.
Christelijke waarden en normen worden niet als vanzelfsprekend geaccepteerd.
De traditie is niet langer bepalend voor al het handelen. Christen-ouders hebben elkaar juist daarom nodig. De overlevering qua vorm laat zich soms zo moeilijk vertalen in een hedendaagse opvoeding en het ontdekken van nieuwe verantwoorde wegen kost een extra inspanning. Daarbij komt dat men nu nogal eens de existentialistische gedachte tegen komt waarin het kunnen verantwoorden van je handelen op zich al voldoende is, terwijl voor christen-ouders ook het doel medebepalend is voor hun handelen.
Christen-ouders kunnen in de vorm van oudergespreksgroepen of -cursussen zowel in kerkverband als in de school iets voor elkaar betekenen. Het blijkt vaak positief op ouders te werken om met elkaar ervaringen en gedachten uit te wisselen omtrent het opvoeden. Een cursus zou ouders ook op weg kunnen helpen aan de hand van specifieke vaardigheden in het luisteren en omgaan met hun kinderen.
Ter bemoediging en om elkaar te blijven aansporen de opvoeding als een uitdaging te zien die niet hopeloos hoeft te zijn.

Geraadpleegde literatuur
F. v. d. Beld-v. Keulen Geen weg terug. Feminisme in de duurzame man-vrouw relatie.
Den Haag, Voorhoeve, 1983.
L. Dasberg Pedagogie in de schaduw van het jaar 2000 of Hulde aan de hoop.
Meppel, Boom, 1980.
E. Shopter De wording van het moderne gezin.
Baarn, Ambo, 1977.
L. Stone The family, sex and marriage in Eltgland 1500-1800.
Penguin, 1977.
M. Valenkamp Kiezen voor het gezin?
Amsterdam, ICS contact orgaan 11 (1983) 4.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief