Onverwoestbare blijdschap

1985-10-25
  • Jaargang 29
  • nummer 41
Uit het slotvers van dit gedeelte (3,1) blijkt, dat Paulus beseft, dat .hij in herhaling valt. Telkens opnieuw slaat hij het akkoord van de blijdschap aan. Maar ja, dat is nu eenmaal de, grondtoon van het leven van, deze apostel. En voor hij het weet is de oproep tot blijdschap weer uit zijn pen gevloeid.

Hoe is het mogelijk, dat er mensen zijn, die Paulus maar een zuurpruim vinden! Uit alles – en zekér uit deze brief - blijkt hoe hij overal blijdschap uit weet te puren. En dat hij onder alle omstandigheden redenen ziet en vindt om God uitbundig te prijzen. Zo hadden de Filippenzen uit hun midden broeder Epafroditus naar Paulus gezonden met een gave (vs 25; 4, 10. 14-17). Dat is een reden tot blijdschap. Epafroditus betoont zich een medestrijder en medearbeider in de dienst aan Christus. Alweer een reden tot blijdschap. Helaas, Epafroditus wordt ziek, tot stervene toe (vs 26 v). Maar hij geneest. Nog een reden tot blijdschap. Paulus ziet daarin een blijk van ontferming van God over Epafroditus en over hemzelf. Gelukkig hoeft hij deze broeder, die zoveel voor hem is gaan betekenen, niet te missen. Maar dan krijgt Epafroditus heimwee. Hij krijgt er lucht van, dat de Filippenzen over zijn ernstige ziekte hebben gehoord. Hij heeft het sterke vermoeden, dat men daar wel zeer ongerust over hem zal zijn. Blijkbaar bestaat er een sterke onderlinge band in die gemeente. En daarom. zou hij eigenlijk wel dolgraag terug willen om hen te overtuigen, dat alles met hem weer. in orde, is (vs 26). Maar ja, hoe moet het dan met Paulus? denken Epafroditus en de Filippenzen misschien. O, ga maar gerust, zegt Paulus dan.
Want dan zijn de Filippenzen niet langer in zorg over Epafroditus, En Epafrodlitus piekert niet langer over hen. En dat betekent al met al ook weer een hele zorg minder voor Paulus (vs 28). Een zoveelste reden tot blijdschap. En denk erom, dat je niet op Epafroditus moppert, omdat hij mij in de steek zou hebben gelaten, zegt de apostel nog (vs 29).
Integendeel, zo'n man moet je in ere houden. Hij heeft jullie in het betonen van liefde uitstekend vertegenwoordigd. Tussen haakjes: sommige uitleggers constateren een tegenstrijdigheid tussen 2, 27 en 1,23. In het laatstgenoemde vers zegt Paulus, det sterven verreweg het beste is. Hoe kan hij dan 7JO blij zijn met de genezing van Epafroditus?
Maar we moeten er voor oppassen, dat we Paulus' uitspraken niet in een strak schema persen. In de eerste plaats spreekt Paulus in 1, 23 over zichzélf, En wat hij, op een bepaald moment van zijn leven, over zichzelf zegt,is daarom nog niet, toe te passen op -élke christen op elk moment van zijn leven.
Bovendien zouden de uitspraken van 1, 23 en 2, 27 ook nog beiden waar kunnen zijn. Was Epafroditus gestorven aan zijn ziekte, dan zou Paulus er tegenover zijn broeders en zusters in Filippi zijn blijdschap over hebben uitgesproken, dat hij was gestorven in dienst van zijn Heer. Nu hij is genezen, is Paulus er blij om, dat hij nog verder mag leven in dienst van zijn Heer. Zoals hij aan de Romeinen schrijft: Want, als wij leven; het is, voor de Heer en als wij sterven, het is voor de Heer. Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven, wij zijn van de Heer (Rom. 14,8). En in beide gevallen had de apostel reden tot blijdschap gekend!
Wat zien we telkens weer als het geheim van deze onverwoestbare blijdschap? Dat Paulus niet bedacht is op wat zijn eigen geluk bevordert, Maar wat God doet en wat Christus aangenaam is, dat ervaart hij als welgedaan. Daarom, mijn broeders en zusters, verblijdt u in de Heer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief