Misleidend
1985-10-25
De inhoud van de Pastorale Notitie, getiteld David en Jonathan in Opbouw nr. 36 van 20 september 1985, noopt mij verschillende passages uit deze notitie als misleidend aan te merken. Allereerst de zinsnede: "Dit stel ik voorop om degenen, die mij naar aanleiding van het volgende zouden willen schrijven, de moeite te besparen". De gedane toezegging van. medewerking voor de nazorg na een bepaald E.O.-programma is dus de vlag, die de navolgende '"lading'" moet dekken. Scribenten, die op deze manier In bladen en tijdschriften' oordelen over daden en woorden van anderen uitspreken, maken' zich schuldig aan zelfoverschatting door van te voren bekend te maken, geen commentaar te wensen.- Jaargang 29
- nummer 41
Ten tweede: In een herhaalde E.O.-uitzending van "Ronduit", waarin de heren Van der Bijl, Kamsteeg, Luns en Nijpels het panel vormden, wordt het optreden van de heer Luns bekritiseerd en veroordeeld. De heer Luns zou zich niet, zoals van de heren Kamsteeg en Van der Bijl wel werd verondersteld, in zijn politiek hebben laten leiden door Gods Woord. Bij de beantwoording van de vraag van een jongeman over het 'gebod "gij zult niet doodslaan", gaf de heer Luns een zeer bijbels antwoord, want er staat inderdaad "gij zult niet moorden". Ik heb zelf de hele uitzending gezien en gehoord. Die triomfantelijkheid bij de heer Luns heb ik niet kunnen constateren; ook zijn gedachte erbij: “Ziezo, die knaap heb ik gevloerd", kon ik niet lezen.
Maar u, Ds. Algra, kunt zelfs gedachten lezen. U had 'met die jongen te doen. Het ware beter geweest indien u met die jongeman te doen had gehad om andere reden dan de triomfanteIijkheid van de heer Luns. Deze jongeman was wel duidelijk slachtoffer van de onbijbelse indoctrinatie.
Tenslotte nog een derde feit, dat door u werd verzwegen. Aan het einde van de uitzending vroeg de heer v. d. Bosch de gedachten van het panel in 't kort te mogen vernemen hoe de verwezenlijking van vrede en gerechtigheid op de ganse aarde zou kunnen plaats vinden.
De heer Kamsteeg, die als eerste sprak, zei: "Het Koninkrijk van God, dat de ware vrede en gerechtigheid brengt, komt niet van deze aarde, maar vanuit de Hemel". Op de vraag van de heer v. d. Bosch aan de heer Luns wat zijn gedachte hierover was, zei deze: "Ik sluit mij volkomen aan bij hetgeen de heer Kamsteeg heeft gezegd". Op de verwonderde blik van de heer v. d. Bosch, voegde de heer Luns er aan toer "Dat had je niet gedacht, 'hè?"
Wat u, Ds: Algra, in deze notitie hebt gedaan, is, een oordeel uitspreken over het levenswerk van de heer Luns, als zou dat zonder enige christelijke geloofsovertuiging zijn geweest. Het zou u als christen. sieren een en ander in een volgende notitie te rectificeren.
Reactie
N.a.v. de "pastorale notitie" van 20 september heb ik ook nog drie brieven gekregen, die ik dan nu meteen beantwoord, althans op een onderdeel. Inzender en briefschrijvers menen, dat de heer J. Luns terecht het zesde gebod vertaalde met: "Gij zult niet moorden", omdat met dat gebod immers bedoeld is de persoonlijke wraakneming tegen te gaan. Het gebod spreekt niet van het doden hetwelk de overheid doet. Ik moet toegeven dat ik op dit punt de heer L. onjuist beoordeeld zal hebben. Mijn gedachten zijn zozeer gefixeerd geweest op een mogelijke andere interpretatie, dat ik Luns' juiste opmerking over het hoofd gezien heb. Ik blijf echter zitten met de vraag, of ook niet overheden komen kunnen tot moordpartijen; of eigenlijk, een vraag is dat niet. Er zijn regeringen die zich van doodseskaders bedienen om opposanten uit te roeien. En velen zitten na Rotterdam, Coventry, Dresden en Hiroshima met de vraag of de oorlogvoering niet een: grens is overgetrokken en geworden is tot het uitmoorden van steden en in de toekomst tot het uitroeien van volken. Ik wilde dat mensen die wat te zeggen hebben, daarover het licht laten schijnen van Gods Woord. Dat kon ik niet van de heren Luns en Nijpels verwachten, Daar ging het mij om. Was ik vér mis? Inzender verwijst naar de slotopmerking van de heer Luns: men zou wel verrast zijn te horen dat hij zich zo spontaan aansloot bij een op zichzelf bijbelse gedachte die de heer Kamsteeg onder woorden had gebracht. Luns gaf daarmee zelf aan, dat het eigene, Christelijke karakter van zijn politieke spreken en doen tot op dat moment nog niet aan de dag getreden was.