Als de ouden niet meer zingen...
1985-10-25
In zijn altijd interessante rubriek: Uniek in "Kerknieuws" schreef Niek Scheps over bovengenoemd onderwerp het volgende:- Jaargang 29
- nummer 41
De kerk heeft een jeugdprobleem, hebben we altijd gedacht. De jongeren verlaten de kerk, omdat ze vinden dat deze niet meer bij hen past. Ze gaan hun eigen weg, ze hebben hun speciale moeilijkheden en vragen, ze geloven wel, maar niet op de manier van de kerk. Als de kerk het evangelie nu maar eens op een andere wijze zou brengen bijvoorbeeld meer aangepast aan het levensgevoel van de jeugd, dan zouden haar jonge leden daar wel ontvankelijk voor zijn. Daarom ging de kerk daar wat aan doen.
Voor de oorlog begon men al met jeugddiensten. Toen dat toch niet kon voorkomen dat vele jongeren de kerk de rug toekeerden, werden 'er jeugdouderlingen benoemd, commissies ingesteld en rapporten geschreven, Synodes gingen zoeken naar een' antwoord op de vraag hoe je de jeugd kan vasthouden. Een onderzoek dat Piet van der Ploeg ingesteld' heeft onder zestien gereformeerde jonge kerkverlaters in de stad Groningen, heeft duidelijk gemaakt dat het eigenlijk helemaal niet om een jongerenprobleem gaat. In een verslag van dit onderzoek, dat onlangs verscheen onder de titel: Het lege testament, noemt hij de beweringen dat de jeugd zich niet kan vinden in de heersende opvattingen en praktijken van de kerk, een eigen cultuur en mentaliteit heeft, wel gelooft, maar anders gelooft, "onzin of niet relevant".
Als je zijn interessante beschouwingen hierover samenvat, komt 'het erop neer dat het de schuld van de ouderen is dat de jongeren de kerk verlaten. Die jongeren blijven niet gereformeerd, als zij zien dat het gereformeerd-zijn voor hun ouders niet veel betekent.
Dat ze areligieus zijn, is niet een breuk met hun gereformeerde opvoeding, maar ligt in het verlengde ervan. De gereformeerdheid van de ouderen is inhoudsloos, daarom zijn de jongeren areligieus. Als jongeren het lidmaatschap van een kerk opzeggen, betekent dat niet dat zij alleen maar een verpakking weggooien en de inhoud bewaren, zoals men dan wel eens zegt, nee, er was al geen inhoud meer, de verpakking moet alleen nog, weggeworpen worden.
Nu trekt Piet van der Ploeg deze conclusie op grond van gesprekken met zestien gereformeerde kerkverlaters tussen zestien en vijfentwintig jaar in de stad Groningen. Je kunt je afvragen of het in andere kerken niet anders gaat. Inde kleinere gereformeerde kerkgemeenschappen is er soms een intensiever pastoraat, zijn er althans mogelijkheden daartoe. Er zal ook een sterkere sociale controle zijn. Zo zijn er nog wel meer vragen te stellen.
Is de situatie in minder stedelijke gebieden misschien anders? Is er geen verschil tussen het westen van het land en het noorden? Zijn deze zestien jonge mensen wel representatief? Ik kan dat allemaal niet beoordelen, maar ik heb de indruk dat andere kerken deze conclusie ook wel ter harte mogen nemen.
De gegevens in de verschillende jaarboekjes die ik de laatste maanden onder ogen kreeg - vooral die over de doopleden, spreken een duidelijke taal. Je kunt echt wel aannemen dat de zestien jongelui, die uit zeer ver: schillende milieus afkomstig zijn en uiteenlopende, opleidingen ontvangen, niet alleen staan in hun ervaringen en het levensgevoel van veel leeftijdgenoten wel goed weergeven. Je kunt dus de conclusie trekken dat de kerken niet met een jeugd-, maar met een ouderen probleem te doen hebben. Gaan trouwens heel vaak moeilijkheden van een jongere niet terug op die van de ouders? Omdat het een ander vraagstuk is dan men dacht, zal men dus ook naar andere wegen voor een oplossing moeten zoeken. De strategie is, zoals Piet van der Ploeg zegt, gebaseerd op de mythe van het jongeren probleem. Maar de kerk zal zich eens moeten bezinnen op de houding van de ouderen. Waardoor verliest hun geloof steeds meer aan inhoud? Hoe komt het dat de boodschap van de kerk, het evangelie steeds minder voor hen betekent?
Het gaat er niet om hoe de kerk de jongeren, maar hoe zij de ouderen (nog) kan bereiken. Als het voor die ouderen "eigenlijk niet meer hoeft"; wat mag je dan van de jongeren nog verwachten? Zoals de ouden zongen..
En als de ouden helemaal niet meer zingen? Dan zullen de jongen het ook niet meer doen. De ouden zouden het lied van het geloof weer moeten gaan zingen.
Zijn er ook nog niet andere factoren in het spel, zo kan men zich afvragen of bij de benadering van de problemen, die de kerkverlating oproept? Was, zo heeft iemand onlangs in vragende vorm geponeerd, de gereformeerde wereld wel voorbereid op de enorme wending die plaats greep in de vijftiger en zestiger jaren? Op hoeveel theologische en gespecifeerd ethische vragen moesten gereformeerden geen antwoord geven? Een geest van secularisatie begon door de hof van de kerk te waaien. Daarbij komt nog iets anders m.i. Hebben de ouders wel steeds hun kinderen opgevangen als ze hen met problemen aan boord kwamen en als ze een andere levensstijl wilden kiezen? Of heeft men - we willen uiteraard niet generaliseren - uit angst voor bevoogding in een moderne tijd zijn kinderen in allerlei dingen vrijgelaten? Heeft men het alleen maar gehad over hun eigen verantwoordelijkheid zonder hen te begeleiden? Maar vrijlaten betekent in de praktijk heel dikwijls: loslaten!