Boekbespreking

1984-10-12
  • Jaargang 28
  • nummer 38
H. J. Schilder, Het Kerkschip biedt behouden vaart.
Uitgave van Van den Berg, Kampen - 303 pag. - f 27,50.

Al enige tijd lag deze bundel op bespreking in "Opbouw" te wachten.
Onze bestudering van dit werk was nagenoeg afgerond toen de auteur plotseling stierf. In overleg met de uitgever werd besloten er toch enige aandacht aan te schenken. En dat niet zonder meer uit een gevoel van piëteit, maar omdat in dit boek het één en ander staat, dat de moeite waard is om er kennis van te nemen ... Uiteraard weten wij, dat Prof. H. J. Schilder niet altijd gemakkelijk te volgen was.
Ook in deze bundel, hem bij zijn afscheid als aktief hoogleraar in Kampen in 1981 door zijn studenten aangeboden, en een verzameling bevattend van kerkbladartikelen met name uit zijn Utrechtse predikantsperiode, komen wij verschillende zinswendingen tegen, die niet vlot te verwerken zijn. Door de zucht allerlei misverstanden bij voorbaat af te snijden worden er tegelijkertijd misverstanden gewekt.
Uiteraard draagt het geheel het stempel van de tijd waarin deze artikelen werden geschreven. En wie Schilder zoals ik goed gekend heeft weet van tevoren, dat het gaat over vrijmaking en kerkverband, heilshisterische prediking, de positie van en het belijden aangaande de kerk. Maar ook artikelen over Kerkzang en het persoonlijk geloofsleven hebben een plaats gevonden in dit dikke geschrift.
Bij zijn belichting van het priesterschap in het gezin merk je hoe Schilder toen al bezig was met het getuigenis van het Oude Testament. Imponerend vind ik het artikel getiteld: het zwarte mes, geschreven naar aanleiding van het abrupte overlijden van Prof. B. Holwerda.
Iedereen was diep geschokt door het aangrijpende sterven van deze jonge veelbelovende hoogleraar.
Schilder heeft kans gezien op bewogen wijze daarvan iets te verwoorden. Dan merk je hoe hij een geheel eigen trant van schrijven had.
Ook heeft mij bijzonder aangesproken het gedeelte, dat handelt over bevinding en mystiek. Het is een uitstekend tegenwicht tegen de ontsporing van het geloofsdenken en het geloofsleven zoals wij dat tasten in het zoetelijke mysticisme, dat haaks staat op de beleving van het rijke Verbond van God, ons verzegeld in de Heilige Doop. H. J. Schilder memoreert op pag. 176, dat hij van zijn oom, K. Schilder, geleerd heeft steeds meer bang te worden voor het woord 'mystiek' als zelfstandig naamwoord. K. Schilder achtte het eigenlijk alleen nog deugdelijk als bijvoeglijk naamwoord.
Het zou niet passend zijn om in dit kader nu allerlei kritische kanttekeningen te plaatsen bij bepaalde uiteenzettingen, die Schilder op ettelijke pagina's ten beste heeft gegeven. Als Utrechtse jongen heb ik destijds de inhoud van de diverse artikelen in mij opgenomen en veel daarvan vond thans bij mij weerklank toen ik één en ander opnieuw in deze vorm onder ogen kreeg. Ik ben van overtuiging, dat ook anderen het nodige kunnen meenemen uit dit boek. Rest mij nog mee te delen, dat Van den Berg de uitgave keurig verzorgd en in royaal formaat op de markt heeft gebracht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief