Terug naar de kern van het evangelie

1985-11-01
  • Jaargang 29
  • nummer 42
1. Veranderingen
Wanneer in mijn domineesbegintijd een catechisant mij vroeg of hij wel met een meisje naar bed mocht, dan stonden op hetzelfde moment al mijn stekels recht overeind. Ik was er praktisch zeker van, dat die catechisant alleen maar de bedoeling had het degelijke maar zijns inziens blijkbaar wat saaie verloop van het onderricht krachtig te doorbreken en zijn dominee te verdrinken in een hoog opgaande golf van hilariteit. Wat was het een toer een antwoord te geven, dat echt "ad rem" was en dat tegelijk de golven zou kunnen bezweren!
Aan één ding dacht ik beslist niet! Het kwam toen niet bij me op, dat zo'n vraag wel eens heel gewoon een èchte vraag kon zijn, een vraag die ook een gewoon en echt antwoord verlangde.

Wanneer nu een catechisant mij diezelfde vraag onder dezelfde bewoordingen zou stellen - en denkt u vooral niet dat dat toch niet gebeurt! - dan moeten alle stekels maar nistig op hun plaats blijven liggen. Want vandaag zou ik aanstonds denken aan de mogelijkheid, die ik vroeger niet eens in rekening had gebracht. Aan de mogelijkheid en de waarschijnlijkheid, dat de catechisant zonder enig bijoogmerk een èchte vraag naar voren bracht. En dat hij niets anders begeerde dan een heel gewoon antwoord, duidelijk en met redenen omkleed.
Vanwaar dat grote verschil? Waarom was die echte vraag van nu vroeger hoogstwaarschijnlijk géén echte vraag? Wat is er dan veranderd? Blijkbaar nogal veel. Maar wàt nu precies?

2. Weggevallen "prothesen"
In de geschiedenis van de aartsvaders lezen we, hoe Sichem, de zoon van Hemor, .zich vergrepen heeft aan Dina, de dochter van Jacob. De broeders zijn zeer verontwaardigd. En dan lezen we een merkwaardige uitdrukking: " ...want zoiets doet men niet" (Gen. 34 : 7). Er waren natuurlijk dingen, waarover men uitvoerig moest nadenken en praten. Is dat zonde of niet? Maar er waren ook dingen waarover alle gepraatoverbodig was, dingen waarvan men wist en diende te weten: Dat doe je niet en daarmee uit! Veel later ging het evangelie uit naar alle volkeren. Daarbij werd aandacht besteed aan het bevel van Christus om de volkeren te leren onderhouden al wat Hij de apostelen bevolen had. Uit die prediking kwam het geloof voort. Ook een christelijk leven.
Ook. een christelijke moraal. En toen werd het ook in al die landen en onder al die volkeren mogelijk om te zeggen: Zoiets doet een christen niet! Het ging zelfs nóg wel verder. De prediking van Christus beïnvloedde ook stellig en zeker het gedrag van zeer velen die' niet tot de gelovigen konden worden gerekend.
Zo kon het ook gebeuren, dat "de christen" zich mocht uitbreiden tot een "men": Zoiets doet men niet! Daar zat natuurlijk een groot gevaar in. “Zoiets doet men niet" - het werd aanvaard.
Maar bleef men werkelijk inzien, waarom men dat. niet deed, en vooràl, wat nu in het nalaten van bepaalde dingen het christelijke was? Wanneer dat inzicht wegvalt wordt zo'n .regel een dode traditie, die straks wegvalt als .een boom die er àl te lang gestaan heeft.
Daarom sprak ik over "prothesen". Daar zit iets kunstmatigs in; een kunstbeen, kunstledematen, waarmee .men zich vaak heel goed weet te behelpen. Maar: Het blijft kunst. Zo kan ook een vaststaande regel ("Zoiets doet men niet") iets krijgen van een prothese. Iets kunstmatigs, waarmee men aardig vooruitkomt. Maar het is kunst en niet echt. Dat wil hier zeggen, dat mende levende verbinding van de regel met de Here Christus al lang uit het oog verloren heeft. En dan gebeurt het: Langzamerhand en soms ook in een hoog tempo verdwijnt de vanzelfsprekendheid. De rekenschap, waarnaar heel lang niet werd gevraagd, moet plotseling worden gegeven. Wat men vroeger “wist" weet men niet meer. En men komt ervoor uit ook! Inderdaad, de prothesen zijn weggevallen!

3. Dichter bij Paulus
Wat de tijd betreft zijn we nu natuurlijk verder van Paulus verwijderd dan vroeger. Maar. in een ander opzicht staan we dichter bij hem: Daarmee bedoel ik, dat Paulus bij de prediking in een heidense wereld eigenlijk helemaal geen gebruik kon maken van prothesen. Nu ja, een enkele maal kan Paulus zeggen, dat een bepaald kwaad zelfs bij de heidenen Niet voorkomt (1 Cor. 5:1).
Ook spreekt hij ervan, dat vaak blijkt; dat het werk der wet in de harten van heidenen geschreven staat (Rom. 2 : 15). Maar de gelegenheid was er beslist niet om bij wijze van "opstapje" op een algemeen erkende moraal terug te vallen. Hoe zien we Paulus dan te werk gaan?
We zien hem telkens weer terugvallen op de kern van het evangelie, op het evangelie van Christus, op de heilvolle betekenis van zijn werk. Vanuit Christus wil Paulus het christelijke leven opbouwen.
Vanuit Christus wil Paulus de krachten laten uitgaan die voor een christelijk leven onontbeerlijk zijn.

4. 1 Cor. 6: 12-20
We willen ons kort verdiepen in de aanpak van Paulus. In Corinthe was sprake van een dwaalgedachte. Men had de indruk - typisch Grieks! -dat het lichamelijke er niet zo veel toe deed, als de geest maar voor de Here was. Zo kon men hoererij bedrijven en tegelijk vroom zijn... dàcht men. Daar gaat Paulus tegenin. In zijn vermaning komen Pasen, Pinksteren en Goede Vrijdag Voor onze aandacht te staan. Het grote werk van Christus. Tegenover de gedachte, .dat het .lichaam minderwaardig is en toch maar voor de vernietiging bestemd, stelt Paulus de waarheid, dat God, die de Here heeft opgewekt, ook ons zal opwekken door zijn kracht (vers 14). Pasen laat ons ook onze' bestemming zien. De volle mens is erfgenaam van de grote heerlijkheid. En een koningszoon kan niet slordig gaan leven!
Christus is ook de Heer van Pinksteren. En Pinksteren laat ons zien, dat ons lichaam een "gereserveerd" huis is. Gereserveerd voor de Heilige Geest, die aan de gemeente is gegeven. In een tempel die voor de Geest is gereserveerd laat je geen rommel slingeren: Je .maakt daar geen vuil hok van! (vers 19). Christus is de Heer van Goede Vrijdag. Hij kocht ons met zijn bloed. "Want gij zijt gekocht en betaald". Niet van onszelf maar eigendom van de Verlosser Jezus Christus. Hij heerst ook over ons man-zijn en ons vrouw-zijn. (vers 20).
Paulus had kunnen zeggen: Zoiets doe je als christen niet! Maar men zou hem niet begrepen hebben.
En waar hadden ze daar in Corinthe de' kracht vandaan moeten halen om hun hartstocht te bedwingen? Dat is allerminst een kleinigheid! Dat kan alleen door Christus, door de kracht van het evangelie, door de kracht van zijn liefde die ons heeft vrijgemaakt.

5. Efeziërs 5: 22·33
Paulus zegt, dat de vrouw haar man onderdanig moet zijn, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus. Onderdanigheid was in die dagen vaak niet zoveel beter dan slavernij! Maar hier ontvangt ze als het ware de christelijke doop. De vrouwen moeten Christus maar voor ogen houden in hun huwelijksdienst. En bedenken, dat deze dienst wordt licht gemaakt door de wetenschap, dat de Heer zich in liefde gegeven heeft voor zijn gemeente: De keerzijde van onderdanigheid is heerschappij. Merkwaardig, dat .Paulus dit voor vele mannen zo geliefde woord niet uitspreekt. De, mannen moeten hun vrouwen liefhebben, zoals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en zich voor naar overgegeven heeft. De "bazen" worden, geroepen tot de opofferende liefde.
Daarin hebben ze de overgave van Christus als voorbeeld en als kracht. Wat was het vaak hopeloos gesteld in die oude tijd! Ook met betrekking tot de verhouding van man en vrouw. Waar is de kracht tot sanering, tot gezondmaking? Die kracht is alleen in Christus te vinden, Zo gaat Paulus terug naar de 'kern van het evangelie. Eigenlijk is dat 'verkeerd gezegd. Paulus had zich van die kern eigenlijk nooit verwijderd. Voor ons is dat wel wat anders.
Wij hebben zo vaak "prothesen" gebruikt. Dat was gemakkelijk en het ging vlug. Nu gaat dat niet meer, We .moeten terug naar de plek waar Paulus altijd stond. Naar de kern van het evangelie.

6. Bij de Here leven
Ja, het is altijd makkelijk en prettig te leven bij een motto of bij een code. Dat zijn vaste punten, die geen uitleg en geen onderrichting vereisen. Je kunt je erop beroepen. Maar dat kun je ook, terwijl je hart vèr van de Here is. Daarom vindt er in onze moeilijke tijd ook een doorbraak plaats naar waarheid en echtheid. Je kunt moeilijk meer leven en opvoeden bij een code. Je hebt weer ten zeerste nodig dichtbij de Here zélf te leven. En van Hem te spreken. Van Hem en van zijn werk: Pasen, Pinksterren, Goede Vrijdag, zijn overgave in liefde en in het brengen van het offer. Dat is onze kracht. En die kracht is onvervangbaar. Dat was ze eigenlijk altijd al! Maar in onze dagen blijkt dat weer in alle opzichten. Dichter bij, Paulus. Vooral: dichtbij de Here. Terug naar de kern van het evangelie!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief