Over jonge kerkverlaters en oude regels (2)
1985-11-01
Inleiding- Jaargang 29
- nummer 42
Kerkverlating door jongeren is een logisch gevolg van hun opvoeding, zo stelt Piet van der Ploeg in "Het lege testament". Vorige week stonden we stil bij. het' boek zelf, vandaag richten we een bijbelse schijnwerper op deze verdrietige problematiek. We gaan letten op wat Paulus schrijft in Romeinen 14.
Rome
In Rome ging het om heel andere kwesties. Het waren daar niet de vragen over opvoeding, over ouders en kinderen, over de spanningen in een gezin, waar de mensen mee geconfronteerd werden, en waar ze het moeilijk mee hadden, maar er waren spanningen binnen de geméénte; groepen gemeenteleden, die het grondig met elkaar oneens waren, en die dat over en weer heel duidelijk lieten merken. Ze oordeelden elkaar, en ze minachtten elkaar.
Twee groepen: de sterken en de zwakken, de rekkelijken en de preciezen. Aan de ene kant mensen, die alle soorten vlees aten, dat er maar te koop was, ook als het misschien uit de afgodstempel kwam; en aan de andere kant mensen, die dat niet deden, omdat ze bang waren, dat ze dan zouden zondigen. Aan de ene kant mensen, die de sabbat onderhielden volgens de wet van Mozes, en die zoveel mogelijk rustten en niet werkten; en aan de andere kant mensen - die dat niet deden, die de sabbat geen bijzondere dag vonden, want, zeiden ze: "In Christus is de wet, is ook het sabbatsgebod, vervuld; daar zijn we niet meer aan gebonden". Fikse tegenstellingen dus, daar in die gemeente in Rome.
Een lijn
Maar wat hebben wij daar vandaag mee te maken, met die oude ruzies in Rome? Nu, met die ruzies op zich niet zoveel. Maar wel met wat Paulus naar aanleiding van die ruzies op papier zette. Want Paulus gaat een lijn trekken. Vanuit die ruzies, vanuit die heel specifieke dingen gaat hij een lijn trekken: een heel algemene lijn. Een lijn, die ook ons vandaag een stukje houvast kan geven in de vragen van geloof en opvoeding.
Wat zegt Paulus dan? Wel, als ik het in mijn woorden mag weergeven - hij zegt: "Mensen, blijf niet steken in de bijzaken; maar concentreer je op het wezenlijke;op de hoofdzaak. Verkijk je niet op de dingen. Weet, waar het op aankomt; en wees dáár mee bezig. Laat je niet zo meeslepen door dingen, die -als je het goed bekijkt - tweederangs, minder belangrijke dingen zijn". Dat zegt Paulus. Kijk maar in vers 17 van Rom. 14. In Rome hadden ze ruzie over vragen als: Wat mag je eten, wat mag je drinken? Paulus zegt: "Het Koninkrijk Gods bestáát niet in eten en drinken; maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest". Mensen, het zit 'm niet in eten en drinken; het zit 'm niet in de bijzaken. Daar moet je niet wezen. Zoek de hóófdzaak op, zoek de kèrn op.
Dát is, wat Paulus zegt. En nog een keer, in vers 20: "Breek niet ter. wille van spijs het werk Gods af". Breek niet, ter wille van bijzaken, het werk van God af. "Spijs", daar mag je hier nu echt alles voor invullen, wat tweederangs is, wat niet. rechtstreeks de kern van het geloof raakt.
Centrum en rand
Voelt u? Vanuit die heel bijzondere situatie in Rome trekt Paulus een heel algemene lijn, die ook voor ons vandaag van grote waarde is, ook voor de vragen, waar we in deze artikelen mee bezig zijn. De Here geeft ons in dit Schriftgedeelte een vuistregel, ook voor 'de opvoeding van kinderen.
Blijf niet steken in vragen, die aan de rand liggen, maar ga naar het centrum toe. Ik wil het in een heel simpel tekeningetje proberen zichtbaar te maken (zie afbeelding). Het menselijk leven, het leven van de Christen, als een grote cirkel.
- In het centrum: de Here God, en uw relatie met Hem. Hij spreekt - wij luisteren; wij spreken - Hij luistert. Het wonder van het verkeer tussen God en mens. Zijn geschenken: rechtvaardigheid, vrede. blijdschap. Dàt is het centrum.
- Aan de rand: de bijzaken; de vragen, waar ze in Rome ruzie over hadden; en vandaag allerlei kwesties, allerlei vragen, zoals: Mag ik op zondag zwemmen? Mag ik naar de disco? Moet ik per' se twee keer naar de kerk? Mag ik dit, moet ik dat? Enzovoort, enzovoort.
Het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, het zit 'm niet in die rand - maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap; dat 'wil zeggen: het gaat om alles wat God ons geven wil.
Zijn gaven, Zijn geschenken, Zijn genade en zorg. Concentreer je daar op. Probeer, in de gesprekken met je kinderen, daar telkens terecht te komen. Blijf niet hangen in die rand, maar ga telkens weer naar dat centrum toe. En probeer dan van dáár uit, vanuit dat centrum na te gaan denken over al die andere dingen: die op de tweede plaats komen, die aan de rand liggen.
Kinderen
Kijk, als uw kinderen van u de indruk krijgen, dat christen zijn bestaat uit een aantal regeltjes. Dit mag niet, en dat moet, zo zo hoort het - zónder dat ze telkens weer zien en horen en voelen, dat die regels te maken hebben met, en voortkomen uit een centrum, uit de levende relatie met de Here, dan wórdt het voor uw kinderen ook wel moeilijk om het goed te begrijpen.
Nee, verstaat u me goed: ik heb niks tegen regels die heb je maar al te hard nodig (daar kom ik later nog op terug). Als het maar telkens heel erg duidelijk is, dat het niet gaat om die regels op zich, maar dat het gaat om dat centrum, om die kern, om dat leven met de Here. Dàt moeten uw kinderen merken, horen, zien, voelen: aan u. En als dat niet meer heel duidelijk is, dan ontstaat het grote gevaar, dat wij, mensen - om het met Paulus te zeggen - dat wij ter wille van spijs het werk Gods afbreken. En dan kan het gebeuren - als God het niet verhoedt - dat een kind straks, als jongvolwassene, zegt, zoals één van de geïnterviewden, in het boek van Van der Ploeg het ongeveer zegt: "Och, het geloof: dat was bij ons thuis een gewoonte, dat hoorde er zo bij: bidden. bijbellezen, kerk. 't Is net zoiets als: ie eet drie keer op een dag, je hebt daar een vast systeem. En dat wordt een gewoonte. En zo was het nou vroeger thuis met het geloof ook: 't Was een gewoonte, en niet meer dan dat". (zie blz. 73). Vergist u zich niet.. Kinderen prikken er door heen, door de mooi ogende buitenkant. Ze hebben het heel goed in de gaten, als het geloof voor vader en moeder niet meer dan een gewoonte is, een verpakking zonder veel inhoud.
Nog een vraag
Daarbij aansluitend nog een vraag; een heel. concrete vraag; om eens voor uzelf te overwegen.
Als u als vader en moeder altijd maar één keer naar de kerk gaat, terwijl u heel best twee keer zou kunnen komen, hoe komt dat dan over op uw kinderen? Zouden uw kinderen dan niet gemakkelijk kunnen denken: "Och, vader en moeder .vinden de kerk en vinden God 'toch kennelijk ook weer niet zó belangrijk". Nee, ik weet wel, er staat nergens in de bijbel, dat u twee keer op een zondag naar de kerk moet. Maar deze kant moet u er toch wel bij overwegen. Wat geef je mee, wat leer je aan je kinderen?
Aan jullie
Tenslotte nog dit, rechtstreeks tot jullie, jongeren van 15 tot 25 jaar: Praat over deze dingen. Praat met je ouders over geloof.
Over de Here. En als je 't misschien moeilijk vind om daarover met' je ouders te praten, praat dan met vrienden, met een leraar, een dominee, een ouderling, kan me niet schelen met wie, maar práát: over je, geloof, over je twijfel, over alles, wat je niet begrijpt, of waar je 't niet mee eens bent. Stel je vragen; stop ze niet weg, maar kom ermee. Laat je niet afschepen met halve antwoorden; vraag dóór. Jij moet wéten, wat het wáárd is: het geloof - voor je ouders, voor je dominee, voor de kerk. Sluit je niet op in jezelf, maar, praat, vraag. En dan nog iets: raak Jezus niet kwijt. Laat je Hem niet afpakken, door alles om je heen. Je kunt Hem niet missen. Je hebt God, en je hebt de Here Jezus veel te hard nodig in je leven. Ook jullie. Niet alleen je ouders, je grootouders ook jullie. En daarom: houdt vast aan de Here.
(wordt vervolgd)