...waarin bandeloosheid is

1985-11-08
  • Jaargang 29
  • nummer 43
Onder deze titel schreef D. KooIe in de rubriek: Nader bekeken in "De Wekker" onlangs een interessant artikel waarin hij nader inging op het toenemend drankmisbruik in ons goede vaderland en de .ontstellende problemen, die daardoor ontstaan. We nemen hierbij het slot van genoemd artikel over:

Meer accent op nadelen en gevaren
Waar staan en wat doen wij als christenen in dit alles? Het misbruik heft voor hen het gebruik niet op, zegt men wel eens. Terecht, maar wij en onze kinderen mogen bedenken dat over wijn en sterke drank in het Woord van God, zowel in voorzichtig positieve als in veroordelende zin wordt gesproken. Wat er in de bijbel over te lezen staat, draagt natuurlijk de sporen van de culturen waarin zich gebeurtenissen voordeden en waarin uitspraken werden gedaan, maar generaal gesproken zullen we moeten toegeven dat in het Woord van God meer accent op de nadelen en gevaren dan op de aantrekkelijkheid vim sterke drank valt. , Ook onder christenen worden -stille drinkers geteld. Ook in christelijke milieus worden feesten gevierd en evenementen georganiseerd waar de gezelligheid in de kleine uurtjes groeit naarmate het bier vloeit. Ook christenjongeren (en hun ouders…) kennen het begrip "stappen", waarbij het jonge volk de grenzen van eigen capaciteit niet altijd genoegzaam onderkent; afgezien van het feit dat de lichte of zwaardere roes die men eraan overhoudt zich niet verdraagt met de vereiste .aandacht voor de zondagmorgenpreek.
In de cultuur waarin wij leven, zullen wij als christenen de vele bijbelse waarschuwingen tegen de gevolgen en de gevaren van overmatig drankgebruik ter harte moeten nemen. "Laten wij, als bij lichten dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen... " (Rom. 13 : 13), zijn woorden die ook christenen van nu aangaan. Efeze 5 : 15-21 verschaft ons de code voor de inrichting van onze christelijke feesten en andere vormen van onderlinge gezelligheidsbedoeling. En bedrinkt u niet aan wijn waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met den Heiligen Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen...". Gesproken, is dan nog niet over enkele Bijbelplaatsen (Titus, en 1 Timotheus) met profielschetsen voor ambtsdragers,waarbij hetverzot zijn 'op veel wijn als een negatief selectiepunt wordt aangemerkt. Als christenen past ons niet alleen beperking. We hebben ook een roeping, in deze zin, dat we als christenen zelf door genade matig, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig heen levend naar de toekomst van Christus - onze aandacht zullen richten op allen in onze omgeving die in alcohol de oplossing van hun levensproblemen hebben gezocht of die zonder direct aanwijsbare oorzaak eraan verslaafd zijn geraakt of dreigen te geraken.
We zullen best iemand kennen, in onze familie, mogelijk in de christelijke gemeente waartoe we behoren of in de werkgemeenschap waarin we dagelijks verkeren, die in zijn of haar nood op ons wacht.

Ook deze zonde gaat de gemeente van Christus niet voorbij. Het grote gevaar is echter, dat men in deze tijd van overvloedig drankgebruik gauw inbouwt in het christelijk levenspatroon. "We mogen er toch van genieten?!", zo zegt men. Maar men neemt de grenzen steeds minder in acht en brengt ook de zwakke ertoe om over de schreef te gaan. Er zijn ontzettend veel verborgen drinkers. En 't is heel erg moeilijk die anonieme alcoholisten te benaderen op een milde en besliste evangelische manier. Maar het betrachten van christelijke naastenliefde plaatst ons voor de verantwoordelijkheid om onze taak in dit opzicht te vervullen. En via het gelovig gebed zullen we het orgaan ontvangen om de mens in nood op te sporen en op te zoeken. De Heilige Geest laat ons immers niet in de steek!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief