Tussen identiteit en assimilatie
2008-04-11
Van je vrouw en kinderen moeten scheiden terwille van het koninkrijk van God! Zo zou ik wat destijds in Jeruzalem gebeurde willen omschrijven.- Jaargang 52
- nummer 8
God werkte aan het gezegende leven voor de wereld. Daarvoor had hij een gezegend Israël nodig, die de druk om te assimileren met de omringende wereld wist te weerstaan.
De trend om vreemde vrouwen te trouwen zou onvermijdelijk tot assimilatie geleid hebben. Hier herkennen we een bekend probleem uit de kerkgeschiedenis. De eeuwen door heeft de kerk geworsteld met de spanning tussen identiteit en assimilatie.
In de tijd van Ezra en Nehemia stond Israëls identiteit onder druk. De klemmende vraag was: blijft er wel een volk van God over waar de wereld iets aan heeft? Het draaide in Jeruzalem destijds om de bewaring van Israëls identiteit. Intussen ging het God wel om de gezegende wereld. Dat lezen we in Jesaja 60-62, waar hun profetische tijdgenoot aan het woord komt.
Leermodel
Kunnen wij vandaag wat we lezen in Ezra-Nehemia gebruiken als leermodel?
Krijgen we hier een model dat ons leert hoe wij als kerk, als gelovigen, ons staande moeten houden als een aangevochten minderheid temidden van een geseculariseerde wereld?
Vroeger was er de neiging ons te verschansen in onze eigen zuil, waar wij ons veilig waanden voor de invloed van de samenleving. Tegenwoordig is er een omgekeerde trend. We zijn kerk voor de wereld. Vanuit een missionaire gedrevenheid zonderen we ons niet af van de wereld, maar gaan we erop in. Maakte het isolement van vroeger ons kwetsbaar - we hadden weinig echt verweer tegen de secularisatie van de jaren 1960. Onze kwetsbaarheid is vandaag niet minder groot. We dreigen in de wereld ten onder te gaan. De vraag uit de tijd van Ezra is nog even klemmend: blijft er nog wel een kerk over waar de wereld iets aan heeft? Na de ballingschap was God weer onder het volk aanwezig, te vinden in de tempel bij het altaar, en te horen in zijn Woord in het Boek der Wet. Van God kreeg Israël de kracht om haar identiteit te handhaven tegen de druk om te assimileren van binnenuit en van buitenaf in. Dit leermodel wordt opgepakt in onze leertraditie in de Heidelbergse Catechismus.
Leertraditie
Staat in ons leermodel Gods aanwezigheid bij het altaar en door zijn Woord centraal, onze leertraditie sluit zich daarbij aan. In Zondag 1 lezen we dat we door Christus' dood aan het kruis met God verzoend zijn en door zijn hand bewaard worden in de wereld. Hij verzekert ons door zijn Geest van het eeuwige leven en door hem doen we in dit leven graag wat God van ons vraagt. Een sterkere christelijke identiteit dan deze is er niet. In Zondag 21 wordt daarop voortgeborduurd. Het gaat nu om de kerk als vergadering van de gelovigen.
Opnieuw komt het eeuwige leven in zicht: daartoe is zij uitverkoren.
Het is Christus die door Woord en Geest de kerk vergadert, beschermt en onderhoudt. Vanzelf dat volgens Zondag 48 Christus de kerk bewaart en vermeerdert door zijn Woord en Geest. Er wordt uitgekeken naar de komst van het Koninkrijk; met het oog daarop groeit de kerk. Maar dat kan niet zonder bewaring - bewaring van haar identiteit.
Een kerk die haar christelijke identiteit verliest, is de zegen van groei niet waard. Ze kan niets bijdragen aan de komst van het Koninkrijk. Ze verliest haar betekenis voor de wereld. We zitten hiermee helemaal in de sfeer van Ezra en Nehemia.
Komt daar nog bij de nadruk op het Woord, dat ons onder gezag van God brengt. Dat Woord is zo belangrijk in onze leertraditie dat we geleerd worden te bidden of de boze plannen ertegen mogen worden verijdeld. Er is alle reden voor dat gebed in een tijd waarin het Bijbelgezag engebruik in een crisis verkeert. Alsof er geen Ezra's meer zijn die beslissende woorden kunnen spreken! In zijn tijd legde Ezra gezaghebbend het Boek der Wet uit in de crisis rond de gemengde huwelijken. Heel het volk barstte in tranen uit, toen ze zijn uitleg van het Woord hoorde (Nehemia 8:9). Het was scherper dan een tweesnijdend zwaard. Overigens wil ik hiermee niet de echte problemen rond het Bijbelgebruik vandaag ontkennen.
De Bijbel wordt soms als een botte bijl gehanteerd, waardoor levens zwaar beschadigd raken.
Afzondering
Het latere Jodendom zocht haar kracht in het isolement, zoals onze vaderen vroeger ook deden. Ze bouwden een eigen zuil, waarbinnen ze zich verschansten. Een gezegende kerk is geen zuil, maar een huis in de wereld met alle ramen en deuren open. Er is een komen en gaan. Als zichtbaar licht trekt ze mensen aan.
Als smakelijk zout laat ze Gods zegen door werken in de cultuur. Laten we echter niet al te optimistisch zijn over de zegenende uitstraling van de kerk in de wereld. Het effect van onze christelijke levensstijl moeten we vooral niet overschatten. Ook hier schiet onze leertraditie te hulp, helemaal in de sfeer van Ezra en Nehemia. Zondag 52 leert ons bidden om de kracht van de Heilige Geest om staande te blijven in de wereld. Er is daar een geestelijke strijd aan de gang. De duivel, de wereld en onze eigen natuur - die drie vijanden zitten ons nog altijd dwars. We laten ons in die strijd niet in een isolement dringen, maar we kunnen aan de vreemdelingschap niet ontkomen, schrijft een apostel (1 Petrus 1:1v).
Wel in de wereld, maar niet van de wereld, want op weg naar het nieuwe paradijs. Zo zou ik een aantal Bijbelse notities willen samenvatten.
Het antithetische wat we bij Ezra waarnamen, hoort gewoon bij het normale, christelijke leven in de wereld. Van de afgoden hebben we ons bekeerd tot de levende God (1 Tessalonicenzen 1:9). We staan niet onbevangen in onze eigen cultuur met haar nieuwste mode en laatste hype, met haar vanzelfsprekende ongeloof en ideologische neigingen.
We nemen er afstand van, al doet dat soms pijn. Vreemdelingschap is kruis dragen, een wat ondergesneeuwde gedachte die toch voluit Bijbels is.
Gevoelsarm
Was de radicale aanpak van Ezra nu echt gevoelsarm? De tranen, waar we over lezen, vielen niet voor de weggestuurde vrouwen en hun kinderen.
De emoties van toen betroffen de heiligheid van God. Voor ons gevoel kan wat toen gebeurde gewoon niet.
Ik zou het volgende in overweging willen geven. In onze laatmoderne belevingscultuur staan wij minder open voor noties als Gods heiligheid.
Het besef is tanend dat God als de Heilige onze Vader is - en dat ook nog alleen om Christus' wil. Als deze oer-Bijbelse notie wegslijt uit ons geloofsgeheugen, raken de normen en waarden voor een door God gezegend leven op drift. 'Weest heilig, want Ik ben heilig' is een bekende tekst uit de oudtestamentische geloofsleer. Dat werd destijds in Jeruzalem vergeten. Als Gods zaak dreigt te ontsporen helpen halve maatregels niet. Dat ligt dan niet aan God of aan de Bijbel, maar aan onszelf, dat we de dingen zover laten komen. Ezra zadelt ons niet op met een gevoelsarme godsdienst. De emoties liepen hoog op. Maar wij moeten onze gevoelens beter laten aansluiten op het Woord. Dat wegsturen van de vreemde vrouwen was natuurlijk hard. Maar was het minder hard om God te kwetsen in zijn liefste bedoelingen met kerk en wereld? Hier staan we echt voor een geloofskeuze.
Wat weegt ons zwaarder: ònze gevoelens of die van God? In onze samenleving zal men vreemd aankijken tegen onze keus voor Gods gevoelens. Dat valt niet te verhelpen.
God heeft ons geen rozentuin op aarde beloofd, maar wel een nieuw paradijs in het vooruitzicht gesteld.
De weg daarheen gaat niet over rozen.
Dr. Bob Wielenga is emeritus-predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk te Kampen en werkte ruim 20 jaar als zendeling in Zuid-Afrika. Wielenga woont in Pietermaritzburg.