Pastorale notities

1984-10-26
  • Jaargang 28
  • nummer 40
Vorige week had ik het over de gezangen en ik schreef, dat de gemeente van Jezus Christus toch ook liederen moet zingen, waarin Zijn Naam duidelijk genoemd wordt. Dit brengt me op een ander chapiter, dat met het vorige toch wel verband houdt. Jaren geleden, het was in 1942, hield ds B. Holwerda van Amersfoort een referaat op de conferentie van Gereformeerde predikanten over de heilshistorische prediking. Men sprak ook wel van Christocentrische preken. Het referaat van Holwerda is terug te vinden in de verzamelbundel ... "Begonnen hebben de van Mozes ... " door Littooij in Terneuzen uitgegeven in 1953. Tegenover de Christocentrische prediking stond de traditionele "exemplarische" preek; van "exempel", "voorbeeld". Schilder, Holwerda, v. 't Veer, Veenhof en anderen preekten over een gebeurtenis, bijvoorbeeld uit het oude testament, niet zo, dat ze tot de gemeente zeiden, dat in dit verhaal een voorbeeld gesteld is dat wij navolgen moeten, of juist niet, nee, zij trokken de lijn door naar Jezus Christus; zijletten scherp op het heilshistorisch moment en in de preek moest de Here Jezus centraal staan. Zo'n Christocentrische preek was moeilijker om te maken dan een exemplarische, en ze was ,voor de gemeente ook moeilijker om te volgen. Vandaar denk ik, dat de gedachte, van bijvoorbeeld Holwerda, voor velen een brug te ver was; zoals de geallieerden een te verre greep deden bij de slag om Arnhem.
In 1948 deed ik classicaal examen in Den Bosch. Ik geloof dat ik ternauwernood geslaagd ben. Ik moest preken over de jongens uit Bethel, die de profeet Elisa bespotten en deswege door beren werden gedood. De kritiek op mijn preek klonk uit de classis: Ik had er geen aandacht aangegeven, dat het de jeugd van Béthel was, waarover het ging en Bethel, dat was de valse kerk. Ik had de toepassing aldus moeten maken dat de valse kerken gewaarschuwd werden; de jeugd daar, zou de profetie, de ware dan, verachten gaan.
Die kant had ik juist niet opgewild.
In die tijd werd ook vaak gepreekt over de profeet uit Juda die in Bethel niet logeren mocht en het toch deed, met het gevolg van dien. Ook dan was de toepassing: Geen contact met de valse kerk. Weest gewaarschuwd.
Geen samenspreking. Het waren altemaal exemplarische preken.
Nu hoor of lees ik preken, bijvoorbeeld uit het boek der Spreuken of zelfs uit Paulus' brieven, waarin geen enkele maal de naam van de Here Jezus genoemd wordt. Het gaat over de HERE en dat is uiteraard goed. Hoe wij leven moeten voor Zijn aangezicht of hoe Hij Zijn volk leidt; maar ik hoor graag iets over onze Here Jezus, want wij zijn toch gemeente van Jezus Christus? Gelukkig wordt in de 'gebeden voor Hem gedankt, maar als ons lied niet van Hem zingt en de preek niet van Hem spreekt, dan is me dat toch te weinig.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief