Chicago - GOS 1984 (1)
1984-10-26
Na wat ds H. J. van der Kwast in Opbouw van 7 en 14 september gezegd heeft, kan ik kort zijn met een introductie van deze artikelen. De letters GOS staan voor Gereformeerde Oecumenische Synode, een orgaan waarin gereformeerde kerken uit allen werelddelen de band met elkaar willen beleven, verstevigen en benutten, ten dienste van elkaar en de wereld en tot eer van God. Ds G. van den Brink en ik waren voor onze kerken als waarnemers aanwezig op de vergadering van de GOS, deze zomer in de Amerikaanse stad Chicago. In dit en de komende nummers van Opbouw: vindt u een impressie van onze ervaringen.- Jaargang 28
- nummer 40
Het is doorgaans even onvermijdelijk als vervelend om in een rij te staan wachten. Of het nu gaat om een rij mensen voor een kassa of om een file, je kunt je nuttiger en leuker dingen voorstellen dan wachten tot je aan de beurt bent of het knelpunt gepasseerd bent. Nog afgezien trouwens van het onbehaaglijke gevoel, dat je de rij gekozen hebt waar het minste schot in zit.
Maar toen we in Chicago elke dag lang in de rij moesten staan om een maaitijd te bemachtigen, zijn we er achter gekomen dat het heel nuttig en heel leuk kan zijn, om te wachten tot je aan de beurt bent. Stelt u het zich zo voor: een stroom synodeleden beweegt zich na een vermoeiende vergadermorgen naar een soort HEMA-zelfbedienings-restaurant, dat de rest van het jaar de studenten van het College waar wij waren ondergebracht van eten voorziet. De vijf moderamenleden hebben voorrang: zij schuifelen als eersten langs de balie waar hun bladen worden volgeladen. Alle anderen stellen zich op in een rij, die soms zo lang is dat pas na drie kwartier de laatste aan de beurt is om zijn lunch samen te stellen. En wat gebeurt er dan? Dan ga je praten met degeen die voor of achter je staat: iemand, die je helemaal niet kent en met wie je anders ook nooit in contact zou zijn gekomen.
Zo hebben ds Van den Brink en ik menig verrassend gesprek gehad, dat ons indringend duidelijk maakte waarom de GOS bestaat: broeders van ver moeten elkaar ontmoeten om elkaar te helpen en zo moed te grijpen. (Hand. 28: 15) Een voorbeeld. Enkele zwarte Afrikanen vielen op door hun niet westerse kleding; zij droegen o.a. een prachtig hoofddeksel, dat ik me herinnerde eens gezien te hebben op een portret van de voormalige president van Nigeria.
Met een van hen raakte ik 'in de rij' in gesprek, en jawel: hij kwam uit Nigeria, was daar predikant van een gereformeerde kerk, ontstaan uit zendingswerk, en vertelde trots en stralend over zijn kerk. Die telt iets meer leden dan de onze (± 40.000), maar veel minder plaatselijke gemeentes, nl. 40. Dus gemeentes van ± 1000 leden? Ja! zei de dominee op een toon die geen tegenspraak duldde, en hij ging verder: wij groeien zo snel, dat onze kerkgebouwen te klein zijn.
Is Nigeria dan zo'n christelijk land? Gedeeltelijk: de Islam is er ook groot en sterk, en de vorige regering had de neiging de Islam te bevoordelen. Maar niettemin bloeit er een gereformeerde kerk, en komt men gebouwen en mankracht en boeken tekort, om de honger naar het evangelie te verzadigen.
Zo'n gesprek laat niet na indruk te maken. Ook fysiek, doordat ik pijnlijk ervaren heb dat die nigeriaanse hoofddeksels behalve mooi ook hard zijn (ik boog mij, om hem beter te kunnen verstaan, iets te ver naar hem toe).
Maar vooral natuurlijk, omdat wij in Nederland zo gekonfronteerd worden met het tegenovergestelde: leegloop en inkrimping van de kerken. Ziedaar het nut van de GOS: zij maakt het vrolijke besef levend en konkreet, dat de kerk van de Here Jezus wereldwijd is en ver uitgaat boven het al nauwer wordende kringetje dat wij kennen!
En als a.s. zondag in lied of gebed wordt stil gestaan bij de toeloop naar Jezus Christus uit alle volken, denk dan aan die kerkgebouwen in Nigeria die veel te klein zijn om de mensen te bevatten.
Overigens: de GOS bevordert ook praktische hulp. Nigeria is niet het enige land waar de kerk schreeuwt om scholing van ambtsdragers, om boeken voor theologische studenten, om geld voor het bouwen van christelijke scholen en kerkgebouwen.
Dat bleek op een avondzitting, toen de kerken uit de Derde Wereld de gelegenheid kregen hun situatie uiteen te zetten.
De GOS wil nu al die behoeften op een rijtje zetten en zo de oudere en rijkere kerken informeren over wat hun te doen staat. Daarover lees je niet in de krant, maar het hoort wel bij de Gereformeerde Oecumene.
Nog een voorbeeld van een gesprek 'in de rij'. Een Amerikaan stond voor me, met een echt italiaans uiterlijk en, naar later bleek, ook een oorspronkelijk italiaanse naam. Ja, behalve veel Nederlanders hebben ook massa's Italianen hun heil in de nieuwe wereld gezocht! De man was waarnemer, net als wij. Wat zijn kerk in de GOS ziet? Wel, hij vertelde dat hij sinds ongeveer vier jaar weer blij naar de kerk gaat. In 1980 zijn zijn kerken uitgetreden uit een groot Amerikaans kerkgenootschap, omdat de vrijzinnigheid daarin niet meer te harden was. Zijn verhaal deed denken aan het verslag van 'onze' Afscheiding van 1834.
Zo is er een groep kerken onafhankelijk geworden, blij met de herwonnen vrijheid om het evangelie zuiver en krachtig over het leven te laten heersen, maar - klein en zwak. Wat was deze broeder blij in Chicago lotgenoten te ontmoeten! "Hij zag de broeders en greep moed." Want hier kunnen zijn kerken ervaringen uitwisselen, kontakten leggen en advies vragen. Of zij ook inderdaad lid van de GOS zullen worden? Dat hangt ervan af, hoe de GOS zich zal ontwikkelen; of zij die bijbelse kracht zal blijven betonen die deze Amerikaanse 'afgescheidenen' voorop stellen.
Daarmee is een probleem aangeduid, dat als een molensteen om de hals van de GOS hangt. Er is nogal wat verontrusting ten aanzien van de koers die de GOS zal gaan varen. Zal zij ontvankelijk zijn voor modem-theologische beïnvloeding, of zal zij in -trouw aan de bijbel dwalingen beslist en krachtig weren? Wij werden als waarnemers naar Chicago gestuurd, om onze kerken daarover nauwkeurig in te lichten. Uiteraard zal ik daar ook in Opbouw nader op ingaan.
Toch moet niet de indruk bestaan, dat de GOS aan de onderlinge opbouw totaal niet meer toekwam.
Hoe de identiteitscrisis ook menig vergaderzitting domineerde; hoe geladen en gespannen de sfeer soms ook was; hoe deprimerend het ook werkte dat de agenda niet kon worden afgewerkt ten gevolge van de interne problemen - er was toch dat heel zinvolle van een ontmoeting van kerken, die van elkaars bestaan soms niet afweten. In de rij, aan tafel, tijdens de koffiepauze, al wandelend van de slaapkamers naar de vergaderruimte: van 's morgens vroeg tot 's avonds laat werden kontakten gelegd, banden aangehaald, besluiten besproken, bijdragen bediskussieerd.
En door al die persoonlijke ontmoetingen heen presenteerden inderdaad kerken zich aan elkaar. Zwarte kerken, blanke kerken, Japanse kerken, Nederlandse kerken: een bont, veelkleurig gezelschap van afgevaardigden, dat een glimp liet zien van het algemeen karakter van Christus' kerk. Je zou het soms vergeten als Nederlands Gereformeerde kerken, dat wij niet de enigen op aarde zijn die proberen in het spoor van de Reformatie bijbels te leren en te leven.
Ons eigen kerkelijk leven kan ons soms mateloos belangrijk voorkomen en beslag op ons leggen.
En dat is in zoverre terecht, dat wij ons kerkelijk leven als een geschenk èn een opdracht van de Here hebben te aanvaarden.
Maar wat hebben wij het nodig, om af en toe met de neus op het feit gedrukt te worden, dat het Nederlands Gereformeerd kerkelijk leven niet het middelpunt van Christus' werken op aarde is.
De GOS van Chicago heeft, bij alle problemen en zorgen die er waren, ons dat in elk geval weer aangewezen, als een bescheiden makende, maar ook zeer bemoedigende ervaring: Christus is wereldwijd bezig Zijn gemeente te vormen - een nieuwe, verloste mensheid.