O God, In heiligheid is Uw weg!
1985-11-15
A. Waar blijven Gods daden?- Jaargang 29
- nummer 44
Om te kunnen loven, moet er iets zijn, dat geprezen kan worden. Maar als er niets is, dat lof. verdient? Als Gods daden uitblijven? Dan steekt de klaagzang op, als een dorre woestijnwind. Mensen klagen, dat ze niets zien van Gods werk. Wat kan dat een mens neerdrukken!
De dichter van deze Psalm ging er diep onder gebukt. Hij tekent hier zijn toestand van wanhoop, van uitzichtloosheid. Hij heeft God niet uit het oog verloren. Nee, hij roept tot Hem; hij zoekt de Here. Maar het is een kreunen, een zuchten. Hij komt er niet uit.
Hij ziet het niet als een voorbijgaande zaak, als iets, dat na korte tijd wel weer zal veranderen. "
De pijnlijke vraag komt bij hem op: zal de Here dan voor altoos verstoten? Waarom ziet hij dit als een blijvend iets? Is er nu werkelijk reden voor om dat te denken?
Gaat hij het niet te zeer overdrijven?' Het uitblijven van Gods daden verbindt hij direct met Gods hart! In de Bijbel is dat onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De Here doet, zoals Hij is.
Waar blijf! dan .Zijn goedertierenheid, Zijn genade en barmhartigheid?
Is de Here niet meer zo? Zijn diepe nood is dan ook niet, alleen, dat Gods hand verandert, maar dat dit ook gebeurd is met Zijn hart! Ook wij komen steeds weer voor deze vraag te staan.
In de regel' wordt die ons door anderen voor de voeten geworpen.
U kent die vraag wel: als God liefde is, hoe kan Hij deze wereld dan in de' ellende laten?
Waarom doet Hij er niets aan? Nu kunnen wij daar vaak terecht tegen in brengen, dat de mensen, die deze vraag stellen, daartoe niet het recht hebben, Zij willen van God niets weten, en tegelijk doen zij Hem het verwijt, dat Hij geen daden stelt. Zij verwachten niets' van Hem, maar zij verwijten Hem wel alles! Maar Gods kinderen kunnen ook met deze vraag zitten.
Zij geloven, dat de Here alles bestuurt, dat Hij de Almachtige is, maar ze stuiten dan telkens op feiten, die daarmee in tegenspraak schijnen te zijn. Vooral op dit punt, dat een liefdevolle God het dan zo geleid zou hebben. Wat moeten we daar dan tegenover stellen? Het gebeurt dan nogal eens, dat wij het dan proberen te verklaren. Wij zeggen: de Here heeft er een bedoeling mee, maar het is voor ons verborgen. Of' wij denken: later zullen wij wel zien, dat het toch ergens goed voor geweest is. Maar de vraag: waar blijven Gods daden, is daarmee niet beantwoord.
B. Terug naar Gods daden!
Dan komt het antwoord. Het is heel anders ,dan wij het verwachtten.
In zo'n situatie zouden wij teruggrijpen op Gods trouw. Hij heeft Zich aan ons verbonden en Hij laat ons niet los. Vroeg of laat zal Hij weer laten zien, dat Hij er is en dat Hij in ons leven bezig is. Daar moet je dan maar op wachten. De Here komt ons niet altijd direct te hulp. Dat kan wel eens een .tijdlang duren. Dat vraagt van ons volharding om onder die druk toch niet de moed te verliezen, maar te blijven uitzien naar Hem. Hier loopt het heel anders!
De dichter gaat bezig met Gods daden, zoals Hij die in het verleden verricht heeft.
De geschiedenis van Gods volk is voor hem niet een afgesloten boek. Het is integendeel een levend verleden. Hij denkt niet: dat was eens en het is zeer de vraag, of dat zich zal herhalen. Hij verdiept zich in Gods werk. Let u even op de drie verschillende woorden, die hij hiervoor gebruikt. Eerst, twee keer de term gedenken. Dat is niet hetzelfde als ons herdenken. Dat gaat op in een even stilstaan bij het verleden en het dan weer laten voor wat het is. In de Bijbel is gedenken een activiteit, die in beweging zet. De daden van de Here, die de dichter gedenkt, laten hem niet onberoerd. Ze zetten hem in vuur en vlam! Het woord gewagen is hier niet zo'n juiste vertaling. Er staat een woord, dat in Psalm 1 is weergegeven met overpeinzen. Het staat dim ook op één lijn, met het daarop volgende overdenken. Dat gebeurde echter niet op de manier, zoals wij het, doen, als wij aan het overpeinzen zijn. Dan zitten we stil voor ons uit te kijken, in gedachten verzonken. In de tijd van de Bijbel deden ze dat halfluid. De dichter vertelt als het ware zichzelf de daden van de Here. Zo komen ze weer voor hem te staan, in al hun grootheid. Zal deze overpeinzing hem niet nog verder in de put brengen? Zal hij niet des te verdrietiger worden, als hij het droeve heden vergelijkt met het glorieuze verleden? Door dit gedenken komt de Here weer voor hem te staan. Hij roept het uit: wie is een God, groot als God? Gij zijt de God, die wonderen werkt!
Vervolgens noemt hij dan die wonderen, Hier zien wij weer, hoe Gods daden verbonden zijn met de Here Zelf. Hij is, zoals Hij doet! Hier ontdekken wij opnieuw
Gods hart. Hij is wel genadig en barmhartig. Zijn trouw aan het verbond neemt geen eind! Nu gaat het ons vooral om die ene uitroep van de dichter: O God, in heiligheid is Uw weg! Heilig is geen moeilijk woord, omdat het haaks staat op al het menselijke. Er ligt in opgesloten, dat de Here God is en geen mens (Hosea 11:9). Wij kunnen Hem niet omvatten. Hij gaat vaak een heel andere weg, dan wij uitgestippeld hadden. Hij loopt niet onze platgetreden paden af. Hij gaat zijn eigen, goddelijke weg. De dichter had dat vergeten of uit het oog verloren. Hij had de Here te zeer op het menselijk vlak gebracht. Vandaar zijn angstig vragen, of de Here dan voor altoos zou verstoten. Vanuit menselijk oogpunt is dat mogelijk. Als je niets merkt van iemands daden, dan kún je denken: hij heeft zich van mij afgekeerd. Maar bij de Here is dat anders. Hij is en blijft de God, die wonderen werkt. Hier wordt geregeld een woord voor gebruikt, dat betekent: het is vreemd, buitengewoon; het lijkt onmogelijk voor ons menselijk begrip. Het gaat ver uit boven wat wij gewend zijn en dan ook verwachten. Zo gaat de Here vaak te werk, als de Heilige! Geldt dat niet helemaal voor Zijn daden, die Hij door Zijn Zoon verricht heeft? Daarin wordt Gods verborgen wijsheid zichtbaar, die alleen geestelijk beoordeeld kan worden (1 Cor. 2:7, 14). Of, anders gezegd: wij kunnen die alleen door het geloof verstaan. Dan gaan Gods daden steeds weer voor ons leven en brengen ze ons tot lof en dank!