Liederen voor de gemeentezang
1985-11-15
Lezers van Opbouw zullen de naam van Joop Klein wel kennen, want er verschijnen af en toe liederen van, hem in dit blad. Er is nu een bundel uitgekomen onder de titel: "Een lied voor de 'Bruidegom". Er staan 42 schrift berijmingen en bijbelse liederen in. De uitgever zegt ervan: "Het zijn typisch liederen voor de gemeentezang: rechtstreeks geënt op de Bijbel, objectief-belijdend, duidelijk verstaanbaar en met een goede verhouding tussen tekst en melodie".- Jaargang 29
- nummer 44
Van muziek heb ik geen verstand; ik vrees dat mijn smaak en mijn voorkeur bij deskundigen hoogstens .een welwillende maar toch ook wat medelijdende glimlach zullen opwekken.
Ik zal dan ook niet nagaan of er inderdaad een goede verhouding is tussen de liederen van Klein en de melodieën, maar ik besef dat ik dan in mijn beoordeling beslist onvolledig ben. Liederen zijn immers 1 bedoeld om gezongen te worden! Ik beperk mij evenwel tot de teksten van de liederen,' en ik zal proberen ze op dezelfde manier te beoordelen als ik destijds een paar jaar lang heb gedaan met liederen uit het bekende Liedboek, toen ik (met veel. genoegen) deel uitmaakte van de gezangencommissie, ingesteld door de Landelijke Vergadering van onze kerken.
Eén vooropmerking wil ik nog maken: iemand die zich inspant om een bijdrage te leveren tot uitbreiding van wat wij in de kerk kunnen zingen, verdient onze waardering. Wat een werkzit daarachter, wat een tijd en moeite is daaraan' besteed! Die waardering staat bij mij voorop. Zo iemand legt zich bovendien beperkingen op die de meeste dichters niet hebben..hij moet ervoor zorgen dat zijn liederen gezongen kunnen worden en
daarom moet hij rekening houden met de melodieën. Tegelijk schuilt in die beperking het gevaar dat de literaire kwaliteit van die liederen zwak is, dat laatste is ook bij deze bundel het geval; laat ik dat direct maarzeggen.
In de gezangen commissie hebben wij destijds als één van de uitgangspunten gesteld: er moeten géén stoplappen' en opvullingen in de liederen voorkomen. Maar in het eerste lied van de bundel staat drie keer de uitroep: ,,O", en dan telkens in combinatie met de naam van de Here:
"Wij danken U; o God en Here"
en: "Zegen ons in uw dienst, o Here" .
en: "Leer ons met eerbied uit de spreken uw naam, 0 God, die heilig is".
Ik begrijp best hoe dat komt, de regels moeten immers vol, maar een lied verliest erdoor aan kracht. Datzelfde geldt voor de oude conjunctief (aanvoegende wijs): "dat ik mijn broeder nooit ontere". Dat moest natuurlijk rijmen op:"Help mij, als ik een eed moet zweren", maar zo'n verouderde werkwoordsvorm als "ontere" doet opnieuw afbreuk aan de kracht van het lied. Ik heb trouwens ook wel ándere kanttekeningen bij dat eerste' lied, "Bede bij de wet" (bij Exodus 20 :1-17). De derde strofe luidt:
Wij waren slaven van de zonde:
Uw Zoon heeft ons daarvan bevrijd,
opdat wij nu geen andre goden
maar U alleen zijn toegewijd.
Het woordje “nu" is weer wat zwak. Het woord “opdat" is onjuist: niet met dat doel alleréérst of alléén zijn wij bevrijd van de zonde. En.rzonder dat ik "horizontalistisch" wil zijn, merk ik toch op dat Israël uit heel concrete aardse ellende verlost is! Het Bijbelse "vrede", het Israëlitische. “sjaloom" duidt óók op aardse omstandigheden: welvaart en gezondheid om. maar iets te noemen. In de vierde strofe staat:
Geef dat we U naar Uw Woord vereren.
De woorden "we" en “U" moeten bij het zingen samengetrokken worden tot:: wu. Ook dergelijke "contracties" hebben wij in de gezangencommissie destijds willen vermijden. De zevende strofe zegt:
Leer ons al wie gezag moet dragen
te eren door gehoorzaamheid
Ik geloof dat hier de Bijbel niet goed wordt nagesproken: eren .is niet hetzelfde als gehoorzaam zijn. Niet voor niets. heb ik een tijd geleden nog eens gepleit Noor het zingen van het Wilhelmus, ook in, de kerk, omdat daar die belangrijke gedachte onder ligt: men moet de overheid 'eren, maar God nog meer! Wat hier, in dit lied van Klein, wordt gezegd, zou. ik niet in de kerk willen zingen! En niet alleen om de twee bovenstaande regels, ook om wat erna komt:
opdat wij leven vele dagen in voorspoed en in veiligheid.
Maar dáár moeten we het niet om doen! Het gaat er toch niet om dat wij het daardoor dan goed zullen krijgen! Nee, mijn conclusie, na lezing van dit lied is het is zwak door zijn vorm, het is af te wijzen wegens zijn inhoud. Dat was een nogal somber begin. En ik zou nog wel even door kunnen gaan. Het derde lied verwijst naar Jesaja 10: 33, 11 : 10. Ik heb moeite met:
De afgehouwen tronk,
geworteld in Gods aarde;
gaat bloeien in de nacht;
Die beeldspraak komt bij Jesaja zo niet voor: daar gaat geen tronk "in de nacht" bloeien. En bovendien komt uit zo'n tronk éérst een nieuw twijgje, een spruit; pas later gaat dat twijgje (misschien) bloeien. Er staan ook regels in dit lied die beslist niet esthetisch geslaagd zijn;
wijsheid en vermogen
spreidt deze Spruit ten toon. (spreidt en spruit vertonen teveel overeenkomst in klank, ze werken ook verwarring in de hand)
en: de panter en het bokje, zij grazen zij aan Zij. (drie keer “zij")
en koe en berin,
zij delen in vrede haar bestaan,
haar tere jongen spelen
in Gods landouwen saam.
Hebt u wel eens een kalfje gezien en. Een jong beertje? Nu, het woord "tere" past daar niet bij. En "haar" zou “hun" moeten zijn. Zo heb ik heel wat kritische opmerkingen, deels op de vorm, deels op de, inhoud van deze liederen. Ik vind dat ik die kritiek ook móet uiten. Maar ik doe het niet met plezier, want, ik herhaal ,het. ik heb waardering voor het feit dat Klein deze liederen gemaakt heeft. Er zijn er trouwens ook wel bij die een welkome aanvulling in onze kerkdiensten. zouden kunnen zijn; ik denk bijv. aan no. 16: "Als God vóór ons is" (Rom. 8: 31-39). En no 18: "Hij is waarlijk opgestaan", zou ik met' Pasen best eens willen zingen, ook al omdat het lied past bij het bekende Lied 30: "Eens, als de bazuinen klinken". Daarbij kom ik dan toch éven (mag het?) op muzikaal' terrein: ik wou dat er meer van die melodieën waren die uitnodigen tot enthousiast meezingen.
Of is dat nu weer een bewijs van mijn gebrekkige smaak?
Van harte gun ik het Joop Klein dat zijn bundel door veel mensen gelezen wordt en dat wij enkele van zijn liederen zullen aantreffen in de aanvullende gezangenbundel waarmee onze gezangen commissie nog bezig is. Dat daarbij op kwaliteit wordt' gelet, is een vanzelfsprekende zaak, want daar heeft de gemeente recht op.
"Een lied voor de Bruidegom" is verschenen bij Buijten en Schipperheijn, en kost f 13.90. '