Over jonge kerkverlaters en oude regels (4, slot)
1985-11-15
Inleiding- Jaargang 29
- nummer 44
Wij moeten leren van de stijl van de Here God; zo eindigde ik de vorige keer. Die stijl kwamen we op hei spoor, door te letten op het voorschrift, dat de Here geeft met betrekking. tot de trappen van het altaar. En de conclusie was: Regels zijn nodig - soms zijn ze zelfs van levensbelang - maar altijd moet er een relatie zijn tussen die regel en het hart van het geloof. En als die relatie er niet meer is, dan kan de regel ophouden te bestaan; die heeft geen zin meer.
Hoeden
Even een zijspoor. Natuurlijk vinden we deze stijl van de Here God niet alleen als het gaat om trappen aan een altaar. Ik noem één ander voorbeeld uit de bijbel: de regel van Paulus, dat de vrouwen in Korinte niet blootshoofds mochten bidden en profeteren. Paulus legt die, regel met alle duidelijkheid op. 1 Kor. 11. Ik laat hier alle andere moeilijke vragen, waar dit Schriftgedeelte ons voor stelt, onbesproken. Het gaat mij nu alleen om dat ene voorschrift.
Zou die regel voor onze tijd, nog net zo gelden? 'Nee: Waarom niet? Omdat de Korintische achtergrond weggevallen is. Wat die achtergrond precies was, weten we niet. Werd een vrouw met ongedekten hoofde aangezien voor een prostituee? Of was het blootshoofds bidden en profeteren een extremistische demonstratie van gelijkheid tussen mannen en vrouwen? ' Hoe het ook zij, in de Korintische cultuur (en daar niet alleen, zie vers 16) werd het algemeen als, een schande beschouwd voor een vrouw om er zo bij te lopen.
En dáárom zegt Paulus tegen de Korinthiërs: Wacht even. Nou komt het Evangelie zelf in gedrang: het raakt in opspraak door jullie gedrag. Dát mag niet. Denk er om,dames in Korinte: je doet wat op je hoofd. Dat moet! De achtergrond van die regel: die is voor ons vandaag weg. Net als in Ezechiëls tijd de achtergrond van dat voorschrift over de trappen verdwenen was. En dan heeft de regel geen zin meer; er is geen relatie meer tussen deze regel en het hart van het geloof. En dan kan de regel zonder bezwaar verdwijnen.
Onbeantwoorde vragen
“Ja maar, zegt nu iemand - en daarmee keren we terug naar de hoofdlijn van deze artikelen - "Ik moet mijn kinderen opvoeden; ik moet grenzen stellen, regels geven. Wat mag nou wél, en wat mag niet? Kan ik mijn kinderen dit toestaan? Moet ik ze dat verbieden?"
Op die vragen krijgt u van mij geen' antwoord. Dat zult u zelf moeten vinden. In afhankelijkheid van de Here, en in verantwoordelijkheid tegenover Hem.
Natuurlijk: je moet daar met elkaar over praten, je moet' elkaar daarbij proberen te helpen. Maar het voorschrijven? Nee. Mag een kind dit of dat doen?
Ja, het ene kind wel. Nee, het andere kind niet. Ja, het kind, als het 8 is, wel. Nee, hetzelfde kind, als het 14 is niet. Daar kan niemand u een algemene regel voor geven. En daarom moet u nu juist steeds weer terug naar dat centrum, en de relatie leggen tussen de concrete regel èn dat centrum. En als die relatie er niet meer is, dan kan dat wel eens een duidelijk signaal zijn, dat die bepaalde regel aan afschaffing toe is. Maar dat zijn vragen, die u aan uzelf moet stellen, 'en aan elkaar, en waarbij de Here een beroep doet op uw verantwoordelijkheid. Daar,is gebed voor nodig: om de wijsheid van God, en om de leiding van de Heilige Geest. Om scherpe ogen en oren, om de goede lijnen te trekken.
Regels zijn nodig...
Om mogelijk misverstand uit te sluiten, werp ik zelf nog een vraag op, die bij iemand zou kunnen rijzen; en wel deze vraag: "Zijn er dan helemaal geen regels meer, en moet iedereen het maar zelf uitzoeken? En als ik denk, dat iets goed is, danishet ook goed, en daar heeft verder niemand zich mee te bemoeien?"
Nee, zo is het natuurlijk niet De Christelijke ruimte kent grenzen: de grenzen, die door het Evangelie zelf gesteld worden. Wie bijvoorbeeld liegt en steelt en overspel - pleegt, die moet daarna niet aankomen met het praatje, dat het in zijn Christelijke vrijheid staat, om dat te doen. Dat zijn, dingen, die God niet wil - en dat is duidelijk genoeg.
...ook vandaag
Ik moet daar nog wel iets aan toevoegen. Elke tijd heeft zijn eigen problemen, zijn eigen gevaren.
En zoals het, voor Israël in de tijd van Mozes nodig was om die trappen aan het altaar te verbieden, om daar dus een heel grote nadruk op te, leggen, zo kan het ook voor ons vandaag nodig zijn om op bepaalde punten een sterke nadruk te leggen, sterker dan dat vroeger nodig was. Trappen aan het altaar: die konden je brengen in de sfeer van de afgoden. Welke dingen zijn dat vandaag? Waardoor word je als het ware langzaam toegetrokken naar de afgoden van 1985? Ik noem twee van die afgoden.Voorop de egoïsme-god, de individualisme-god.
En dan de heb-god, de hebzucht. Moderne afgoden: niet minder bedreigend voor ons dan Baäl en Astarte voor Israël. We zullen, als christenen in 1985, terdege hebben te weten, dat het voor ons keihard nodig kan zijn om juist op deze terreinen heel duidelijke en heel radicale regels te hebben. Twee voorbeelden.
1.Het is geen bot conservatisme van ons, wanneer wij als kerk in deze tijd met alle nadruk opkomen voor de trouw tussen mannen en vrouwen binnen het burgerlijk gesloten huwelijk. Vandaag is de man-vrouw verhouding zeer kwetsbaar geworden en een gemakkelijke prooi voor de afgoden van individualisme en hebzucht.
2.En het benadrukken van de gemeenschap der heiligen; dat heeft niets te maken met een knusse, steriele gezelligheid binnen hoge, dikke kerkmuren, maar het staat als een noodzakelijke regel, en als een christelijk teken tegenover de afgoden van onze tijd.
Besluit
Trappen aan het altaar: God gaf een strenge, radicale wet, die op dat moment hard nodig was. Wij moeten daar twee dingen van leren: in de eerste plaats, dat het nodig kan zijn zo'n regel te geven; nodig, ook in onze tijd, tegenover onze' afgoden. 't Kan van levensbelang zijn.
Maar dan ook, in de tweede plaats: dat zo'n regel uitgediend kan raken zijn relatie met het centrum verliest - en dan vervolgens ook afgeschaft kan worden. Zo'n regel: die moet je dan niet kunstmatig overeind houden. God geve ons veel wijsheid, om hierin onze weg te vinden, en om ons leven op aarde zo in te richten, dat het aan Zijn verwachtingen voldoet. God geve ons veel wijsheid, om met kinderen en jongeren zo te spreken over de Here God. en over het geloof, dat wij hen geen onnodige hindernissen in' de weg leggen om te komen tot een volwassen, rijp geloof: "opdat zij huil vertrouwen op God zouden stellen, en Gods werken niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren" (Psalm 78 : 7).