De geboorte van het wonder
1984-11-09
Uitzonderlijk!- Jaargang 28
- nummer 42
In het alleszins godsdienstige stadje Kampen was een niet-godsdienstige dokter, de specialist Keere aan het ziekenhuis verbonden.
Soms was hij verbitterd vanwege die godsdienstige mensen, zijn patiënten. Want, zei hij, als ze bij mij komen en ze worden beter, dan heeft de HERE dat gedaan, maar sterven ze, dan heeft Keere het gedaan ...
Zulke fouten worden door kerkmensen aan de lopende band gemaakt, wanneer ze de Heilige Schrift niet goed naar haar bedoeling verstaan. We lezen van de onvruchtbaarheid van Abraham en Sara, van Izaäk en Rebecca, van Menoach en zijn naamloze vrouw, van Hanna de vrouw van Elkana, van Zacharia en Elisabeth. Uiteindelijk krijgen die allemaal een of meer kinderen. Maar in al deze gevallen is er iets bijzonders, iets uitzonderlijks aan de hand. Natuurlijk kwam ook in Israël kinderloosheid voor, getuige Spr. 30 : 15: deze drie zijn onverzadelijk, vier zeggen nooit: Het is genoeg: het dodenrijk en de onvruchtbare schoot ...
Sarai echter zegt tegen Abram: zie toch, de HERE heeft mij niet vergund te baren (Gen. 16: 2).
Zo ook in het huis van Abimelech: de HERE had ... elke moederschoot in het huis van Abimelech toegesloten... (20: 18).
Izaäk bad den HBRE voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar; en de HERE liet zich door hem verbidden, en zijn vrouw Rebecca werd zwanger (25 : 21).
Ook van Hanna wordt gezegd, dat de HERE haar moederschoot had toegesloten (1 Sam. 1 : 6).
Handboek voor kinderlozen?
Wie het uitzonderlijke van deze gevallen niet in rekening brengt, maakt blunders. Je hoort altijd zeggen: de bijbel is geen handboek voor geschiedenis, aardrijkskunde, geologie enz. enz.
Accoord - maar de bijbel is ook geen handboek voor een vragenrubriek als: hoe krijg ik kinderen?
met als antwoord: als je maar heilig gelooft en voortdurend bidt. Het schortte Abraham en Sara noch aan geloof noch aan gebed-vertrouwelijke omgang met God.
Maar lees je bijv. Gen. 21 als een voorbeeld, een exempel van "als je maar gelovig bidt, dan komen de kindertjes wel", de exemplarische schriftuitleg, dan heeft dat vergaande consequenties. In dat geval behoef je niet meer naar de huisarts of de gynaecoloog te gaan. Onderzoek, operatief ingrijpen, hormoonbehandeling enz. enz. zou allemaal overbodig zijn, zelfs een symptoom van ongeloof. Anders gezegd: de menselijke kunde en wetenschap, het mens-zijn in volle verantwoordelijkheid èn vrijheid, de menselijke ontplooiing staat hier op het spel. En dat is nu precies het laatste, nee het tegenóvergestelde van wat God beoogt: herstel van de mens in zijn ere-positie van beeld Gods: "bijna Goddelijk gemaakt". Dat wil zeggen: mensen die mogen heersen, heer mogen zijn over Gods schepping, die haar aan zich mogen onderwerpen en zo tot ontplooiing brengen - levend in de tuin van God, een tuin met zelfs nu nog ongekende mogelijkheden.
Heilsboek voor goddelozen
Juist met het oog op dát herstel van de mens staat in de Schrift Gods heils-geschiedenis beschreven, heil, heling voor de mensen.
In die heilsgeschiedenis vormt de geboorte van een Izaäk een heel belangrijk moment. Zie je, zegt God, dat de oorsprongen, de geboorte van Israël en daarmee de oorsprong van Christus' gemeente Mijn werk zijn? Ik heb besloten tot heil voor de wereld - Ik heb het beloofd èn Ik heb het tot stand gebracht. Ik volbreng wat Ik de mensen heb toegedacht: zegen voor alle volken in Abraham (Gen. 12 : 3).
Zó krijgen we het te horen in Gen. 21: de HERE bezocht Sara, zoals Hij gezegd had, en de HERE deed aan Sara, zoals Hij gesproken had. Hij kwam Zijn Woord, Zijn verbond na - dát krijgen we te horen.
Plus nog iets: de gelovige, gehoorzame reactie van Abraham en Sara - hun ant-woord. Want Abraham noemde de zoon, die hem geboren was, die Sara hem gebaard had (!) Izaäk. Precies zoals God het hem had geboden (17 : 19). Een jaar lang heeft Abraham. heeft ook Sara met die naam in gedachten rondgelopen (18: 10,14).
Izaäk: "hij/men zal lachen" een herinnering (17: 17; 18: 12) en een overweldigende vreugde, een ongekende weelde! God wekt de lach!
De lachende kerk!
En nóg iets: en Abraham besneed zijn zoon Izaäk... zoals God hem geboden had. De HERE doet de mens delen in het heil (heling) - het menselijk antwoord is: doen wat God heeft bevolen!
Kinderen vragen soms (netjes gezegd): waarom ben ik gedoopt - ik heb er toch niet om gevraagd? Het antwoord is niet: je óuders wilden dat zo.
Nee: de HERE heeft dat bevolen - en het is Zijn teken, zegel dat ook jij in het verbond en dus in de geschiedenis van zijn heil mag delen. Ook aan jóu heeft God zich verbonden en daar kan noch wil Hij van terug.
Zo zullen ook Abraham en Sara het aan Izaäk hebben verteld: God is trouw - wees jij het ook.
Ja, constateert de verteller nog eens: Abraham nu was honderd jaar oud ... En ook Sara reageert bewust op dit Gods-wonder, door te zeggen: een lachen heeft God bereid voor mij! Knusse huiselijke vreugde in de kraamkamer?
Nee: ieder die het hoort, zal terwille van mij lachen. De hoorders delen in de lach, in de vreugde. Achter de geboorte van dit kind steekt Gods heilswil voor alle volken. En dan volgt geen lachertje maar een doordenkertje voor ieder die ervan hoort: wie had aan Abraham durven toezeggen: Sara zoogt kinderen? Geen mens toch?
Want ik heb een zoon gehaard in zijn ouderdom... Denk er maar over door: dit is het werk van de HERE - zo maakt Hij naam en (heils)geschiedenis.
Izaäk - de lach breekt weer door in de mensenwereld. En straks, na die ándere, wonderlijke geboorte van Jezus, zullen alle volkeren, die ervan horen, delen in die lach: de vreugde keert weerom. God schept een lachende kerk van blij verwonderde mensen!