Pastorale notities

1984-11-09
  • Jaargang 28
  • nummer 42
In Sliedrecht is een Geref. school, al bijna een eeuw lang.
In de grote hall van het schoolgebouw is een tegeltableau ingemetseld, waarop behalve tekeningen van het oude en het nieuwe gebouwen de jaartallen van de stichting daarvan, ook een bijbeltekst staat. Spreuken 22 : 6, "Leer den jongen de eerste beginselen naar den eisch zijns wegs; als hij ook oud geworden zal zijn, zal hij daarvan niet afwijken".
Nieuwere Christelijke scholen hebben ook vaak een kunstwerk in de tuin of aan een muur, maar dan stelt het in den regel iets anders voor: de goede herder, of de ouders, die hun kinderen naar Jezus brengen.
Vóór de oorlog lag het accent meer op de wet: de geboden leren. Na de oorlog probeert men hier en daar te ver-beeld-en of te verwoorden, dat de Christelijke school vooral ook hierin een taak heeft, dat de kinderen Christelijke hoop gegeven wordt voor de toekomst.
De tijdsomstandigheden zijn immers veranderd. Er is zelfs onder kinderen veel angst en hopeloosheid; zoals bijvoorbeeld duidelijk bleek uit een onderzoek op de scholen van een grote Engelse stad.
Een ander verhaal: Ik ken een meisje, dat na haar opleiding aan "De Vijverberg" in Ede (zie ook de advertenties, die regelmatig in dit blad staan), een deeltijdbaan kreeg voor werk onder de asfaltjeugd in een wijk van onze onmetelijke Randstad.
Ze vertelde me onlangs, dat ze in de kerk niet meer met haar eigen oren luistert. Ze hoopt dat ze ooit nog één of meer jongeren mee kan krijgen naar de kerk en ze zit nu al naar de preek te luisteren, alsof ze die jongens en meisjes bij zich heeft. Ze hoopt dan dat er een preek komt die de jeugd, ook de losgeslagen of de werkloze jeugd, moed geeft en vrolijkheid. Zicht op de zin van het leven en op de toekomst ervan.
Hetzelfde heb ik wel eens gehoord van een moeder, als een afgedwaalde zoon weer eens mee naar de kerk ging. Eigenlijk alleen om moeder er een plezier mee te doen. Hoe de moeder dan het gebed in haar binnenste had: ,,0, Here, geef dat dominee zó preekt, dat het mijn jongen pakt."
Ik noem deze dingen om nog eens terug te komen op de "Oproep tot inkeer", die ik vorige week aanhaalde. Veel van wat in die oproep staat kan ik onderschrijven.
Niet alles. Ik geloof niet dat de "democratisering" één van de erge volkszonden is.
Ik dacht dat die democratisering alleen maar hinderlijk was voor oudere heren die het graag voor het zeggen hebben. Dat ons land en volk steunen op een joodschristelijke basis, vind ik ook niet zo'n geslaagde opmerking, maar dat is slechts kleingoed.
Maar het lijkt mij niet goed om bij ons volk aan boord te komen met de tien geboden van het verbond met Israël, zoals de HERE dat indertijd met dát volk sloot. Ons volk moet de Christus leren kennen en onze woorden moeten vooral moedgevend zijn.
Immers, "buiten de wet om is gerechtigheid Gods openbaar geworden, door het geloof in Jezus Christus, voor allen die geloven, want er is geen onderscheid (nl. tussen Joden en heidenen)." Rom. 3, 21.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief